Trump is maar een symptoom

Guy Debord

Door Piet Rietman

 

“Bush, Blair, Balkenende: Handen af van Irak!” Ik hoor het ons nog roepen tijdens de demonstraties van 2003 tegen de inval in Irak. De leuzen waren simpel en de analyses waren mogelijk nog simpeler. De term “cowboygedrag” viel ook vaak: een fijne alliantie tussen een karikatuur van een ander land en een afkeer van gewelddadig machogedrag. Vervolgens is het fijn achterover leunen. Zij zijn slecht, wij zijn goed.

Een gebrek aan historische, economische of materialistische analyse gaat altijd makkelijk samen met een overdadige focus op de persoon van de Amerikaanse president. Lachen om de onbenulligheid die Bush junior uitstraalde en daarmee de suggestie wekken dat zijn vermeende domheid (bachelor aan Yale, MBA aan Harvard) van grote invloed was op de buitenlandse politiek van de VS. Net zoals nu de wispelturigheid of het vermeende narcisme van Trump veel impact zou hebben. Natuurlijk, het valt enorm op. En het verstoort wel eens de verhoudingen in een omgeving als de internationale diplomatie, waar veel afhangt van een verfijnde kennis van wat je wel en niet kunt zeggen. De gebeurtenissen rond de G8-top waren dan ook tenenkrommend.

Maar Bush junior was niet de kern het probleem. Zijn partij plus een meerderheid van Democratische senatoren zoals Hillary Clinton, Joe Biden en John Kerry, stemden vóór de inval en vóór de Patriot Act, waarmee burgerrechten dramatisch werden ingeperkt. Ondertussen namen de Amerikaanse inkomens- en vermogensongelijkheid nog steeds toe, tegen de achtergrond van een kritiekloze mainstreamjournalistiek. Martiale waarden kwamen weer op de voorgrond: stoerheid, oog om oog, rug recht – zolang het maar leuke soundbites oplevert. In deze spektakelmaatschappij wordt het materialistische (werkende mensen hebben steeds minder te besteden) verdrongen door het imaginaire (bang zijn voor een grotendeels ingebeelde vijand). De waarneembare wereld wordt, in de woorden van Debord, vervangen door een keur aan beelden die erboven staat.

Net als in de VS moet in Europa de spektakelmaatschappij klassentegenstellingen verhullen. Het gekozen discours over asiel roept angstgevoelens op. Bij “een stroom aan vluchtelingen” denk je onwillekeurig aan grote aantallen en aan indammen, aan de kraan dichtdraaien. Bij “illegalen” denk je aan mensen waarvan de intrinsieke waarde is dat ze er niet mogen zijn. En over de extreem-rechtse Italiaanse minister die het internationaal recht schendt door vluchtelingen te weigeren schrijft de NRC een leuk profiel: “de man die Italië verdedigt tegen bootvluchtelingen”. Verdedigt. We worden dus aangevallen. Op de golven van dat martiale spektakel deinen de meeste politieke partijen mee. PvdA, D66 en SP zijn nu ineens voorstander van opvang in de regio. Het recht op asielaanvraag in land van aankomst gaat overboord. Een overtreffende trap in een land dat al sinds de jaren ’90 slecht met asielzoekers omgaat. Waar kinderen in detentie zitten met als enige misdrijf dat hun ouders een betere toekomst voor ze wilden.

Kinderen in detentie. Het zou toch fijn zijn als je daar een buitenlandse boeman van kon beschuldigen in plaats van Nederlandse politiek en publieke opinie.

Toch is er een reden om de VS in de gaten te blijven houden. Niet als boeman, maar als voorbeeld. Jongeren, werkende mensen, migranten en anderen slaan hun slag in verkiezingen. Geactiveerd door de verkiezingscampagne van Bernie Sanders winnen bewegingen als Our Revolution en de Democratic Socialists of America aan invloed. DSA – naar Rijnlandse maatstaven een centrumlinkse beweging – schuift binnen de Democratic Party kandidaten naar voren die ook daadwerkelijk blijken te winnen. Hun laatste troef is Alexandria Ocasio-Cortez die in het House of Representatives probeert te komen met onder andere een pleidooi voor afschaffing van ICE. Die organisatie, opgericht onder de Patriot Act, is verantwoordelijk voor het scheiden van vluchtelingenkinderen van hun ouders en voert daarmee wetgeving uit die dankzij Democraten tot stand kwam.

Zowel in de VS als in Europa zullen sociale bewegingen, volksvertegenwoordiging en journalistiek échte problemen op de agenda moeten blijven zetten om weerstand te bieden aan de spektakelmaatschappij. Bush of Trump de schuld geven kan natuurlijk een rallying point zijn: iets waardoor mensen in actie komen. Maar daarna moet in de spiegel gekeken worden en een open dialoog gevoerd worden over ons eigen functioneren als samenleving. En dat is een stuk moeilijker.

Piet Rietman is politiek econoom