2022: Frankrijk kiest president

 

voter

Na de op zijn minst memorabele presidentsverkiezingen in de Verenigde Staten, maakt ook Frankrijk zich langzaam maar zeker op voor presidentsverkiezingen in april en mei 2022. Hoewel nog ver weg, lopen de eerste kandidaten zich al warm langs de zijlijn. Lukt het de huidige president Emmanuel Macron om bij te tekenen of is het na vijf jaar al gedaan met “la Macronie”?

Ter herinnering
Even terug naar 2017. Macron deed mee met een nieuwe centrumpartij, En Marche!, nadat de Parti Socialiste (PS) na vijf jaar presidentschap van François Hollande als een kaartenhuis in elkaar zakte. De traditionele rechtse tegenstander van de socialisten, Les Républicains (LR), kwamen in zwaar weer toen hun kandidaat François Fillon in een schandaal verwikkeld raakte rondom een spookbaan van zijn echtgenote. Met alleen nog de extreemrechtse Marine Le Pen hijgend in zijn nek, won Macron de eindsprint in de race om het Elyséepaleis en werd hij met 39 jaar de jongste president in de Franse geschiedenis. Hoewel het in zijn tot La République en marche (LREM) omgedoopte partij het niet altijd even soepel loopt, zijn de machtsverhoudingen tussen de partijen wel ontwricht. Het ontbreekt sinds die tijd aan een aansprekende leider voor de PS en de andere linkse partijen, maar ook LR moet zichzelf opnieuw uitvinden, na een mislukt avontuur met de te rechtse Laurent Wauquiez aan het roer. Ook deze partij zoekt een leider. De grote vraag is of de komende maanden nog iemand opstaat die net als Macron in 2017 de politieke verhoudingen in de war schopt en een herhaling van het duel Macron-Le Pen verhindert.

Momenteel gooien potentiële kandidaten af en toe een balletje op om hun kansen en populariteit af te tasten. Wat in Frankrijk dan erg helpt, is het schrijven van een boek. Als je dan geluk hebt, is er wel een krant of ander medium dat een ‘wat als’ scenario schrijft over een eventuele kandidatuur of zelfs een peiling houdt. Het is bijna onmogelijk om alle namen langs te lopen, dus in deze blog gaat het vooral erom of naast Macron en Le Pen nog aansprekende kandidaten van traditioneel links en rechts zijn te verwachten.

Les Républicains (LR)
Vervelend genoeg voor Les Républicains hebben de regeringen van Emmanuel Macron een gematigd rechtse signatuur, met drie gezichtsbepalende ministers van LR in de hoofdrol: de voormalige premier Edouard Philippe, de minister van Financiën Bruno Le Maire en de minister van Binnenlandse Zaken Gerald Darmanin. Dit geeft weinig speelruimte tussen Macron en Le Pen. Er zijn desondanks drie namen die regelmatig circuleren. Oud-minister van Chirac en burgemeester van Troyes, Francois Baroin, lijkt voor de hand te liggen, maar heeft zich niet over een kandidatuur uitgelaten. Baroin is in ieder geval nog wel echt lid van LR, wat niet meer heel duidelijk is over twee tegenstrevers. Valérie Pécresse is voorzitter van de regio Ile-de-France en heeft een gematigd imago. Xavier Bertrand heeft dezelfde baan als Pécresse, maar dan in de regio Hauts-de-France. Hij is al druk bezig met campagne te voeren en hamert vooral op openbare veiligheid, ongeacht of dat in de actualiteit is. Net als in 2017 zou een voorronde, de zogenoemde primaire, een mogelijkheid zijn om tot een gezamenlijke kandidaat te komen.

Les Républicains hebben een troef in handen indien zij Edouard Philippe, de voormalige eerste minister van Macron en tegenwoordig burgemeester van het weinig pittoreske Le Havre, weer in hun armen sluiten. Hij is een kundig bestuurder zonder veel poespas en vooral populair na zijn aanpak van de coronacrisis in de eerste maanden. De vraag is echter of hij zin heeft in de strijd met zijn oude baas. Overigens heeft LR na het overlijden van Jacques Chirac in 2019 en Valérie Giscard d’Estaing in 2020 nog één levende oud-president rondwandelen, te weten de 66-jarige Nicolas Sarkozy. Voor zijn achterban de perfecte belichaming van traditioneel rechts, maar bij anderen weinig geliefd en nog steeds achtervolgd door een handjevol rechtszaken. Het is bijna ondenkbaar dat Sarkozy, die in 2012 al na één termijn de verkiezingen verloor en slechts derde werd in de voorronde in 2017, het nog eens probeert.

Veelzijdig links
De linkerflank snijdt zich vaak in de eigen vingers door grote onderlinge verdeeldheid met een waaier aan kandidaten. Traditioneel zijn er een trotskistische en een antikapitalistische kandidaat. Terugkijkend naar 2017, kunnen de economielerares Nathalie Arthaud en de fabrieksarbeider Philippe Poitou weer worden opgelijnd, wellicht nog aangevuld met een kandidaat van de ‘gewone’ communistische partij, de parti communiste française. Een oude bekende die zijn kandidatuur al bekend heeft gemaakt, is Jean-Luc Melenchon van La France Insoumise, min of meer tegenhanger van de Nederlandse SP. Deze aartsmopperaar heeft echter krediet verspeeld toen hij bijzonder intimiderend reageerde op het doorzoeken van zijn partijkantoor in 2019 vanwege een fraudezaak: ‘La République, c’est moi!’ schreeuwde hij een agent in zijn gezicht. Sindsdien deed zijn partij het slecht bij de Europese en gemeenteraadsverkiezingen. Met de nodige dramatiek kondigde hij in november 2020 aan zich opnieuw te kandideren indien een petitie daarvoor meer dan 150.000 handtekeningen zou behalen. Aangezien zijn eigen partij aangeeft ongeveer 500.000 leden te hebben, is het weinig verrassend dat hem dat gelukt is. Al deze kandidaten op de uiterst linkerflank zullen echter niet meedoen aan een eventuele voorverkiezing voor één gezamenlijke linkse kandidaat van de Socialisten, de Groenen en hun aanverwante splinterpartijen.

Bij een dergelijke voorverkiezing lijken oudgedienden weinig kans te maken. De socialistische presidentskandidaat van 2007, Ségolene Royal, later milieuminister onder haar ex-partner François Hollande, is bereid zich te kandideren. De vraag is wie haar nog serieus neemt, maar dit gekoketteer verzekert in ieder geval media-aandacht. Ook een andere oud-minister van Hollande, Montebourg, duikt weer op met nu een nieuwe eigen beweging l’Engagement, al waren de Fransen in de veronderstelling dat hij zich sinds 2018 op de productie van honing had gestort. In deze contreien bevindt zich nog de enige andere levende oud-president, François Hollande, die zich in november bereid toonde om achter de schermen een goede kandidaat te vinden die links verenigt. Laten we er vanuit gaan dat hij niet zichzelf op het oog heeft, nadat hij als president in zijn eerste termijn zich in 2017 niet durfde te herkandideren vanwege een immense impopulariteit.

Tijdens de gemeenteraadsverkiezingen in 2020, midden in de eerste golf van de coronacrisis, deed met name de groene Europe Ecologie Les Verts (EELV) het goed, die vaak een alliantie aanging met de PS. Sindsdien zijn de burgemeesters van de grote steden Marseille, Lyon en Bordeaux groen. Maar bij de Groenen ontbreekt het of op zijn minst aan een bekend gezicht. De Europarlementariër Yannick Jadot gaat door het leven als hun leider, maar vooralsnog is hij vrij onzichtbaar.

In de vijver van burgemeesters bevindt zich mogelijk wel een geschikte kandidaat, namelijk de recent herkozen socialistische burgemeester van Parijs, Anne Hildago. Sinds haar herverkiezing wordt gespeculeerd over haar kandidatuur, al ontkent ze dat in alle toonaarden en zegt zij zich voor Parijs te blijven inzetten. Toch is zij de meest bekende naam en mocht zij als presidentskandidaat verliezen, dan heeft zij nog steeds haar baan als burgemeester.

Nog meer naar rechts
Net als in 2017, is er een grote kans dat Marine Le Pen van het extreemrechtse Rassemblement National het goed doet in de eerste ronde van de verkiezingen en de tweede ronde haalt. Op gezette tijden bekritiseert zij sterk het beleid van Macron, met name tijdens de coronacrisis, maar heeft weinig toegevoegd met eigen voorstellen, zoals in de jaren voor Macron. Toch wordt de wijsheid minder vanzelfsprekend dat in een tweede ronde automatisch op de tegenstander van eerst vader en nu dochter Le Pen wordt gestemd om een extreemrechtse president te voorkomen. De Franse kiezers zijn niet snel tevreden en naast de Groenen lijkt dit nu nog de enige smaak die over is, waarbij le Rassemblement National een politieke speler is die lang meeloopt waarmee mensen vertrouwd mee raken en daardoor minder eng wordt om op te stemmen. Er circuleert nu zelfs een peiling waarbij Le Pen wel degelijk van Macron zou winnen in de tweede ronde. Op zich nu nog geen reden tot paniek, maar het is wel duidelijk dat Macron of andere kandidaten meer te doen staat dan alleen enkele procentpunten voorblijven op Le Pen in de eerste ronde. Nicolas Dupont-Aignan van La France debout, waar Le Pen voor de tweede ronde in 2017 een alliantie mee aanging, heeft zich overigens ook weer opnieuw gekandideerd, al wordt hij nauwelijks serieus genomen. Tegen een andere mini-kandidaat in deze hoek, François Asselineau van l’Union populaire républicaine, die een ‘Frexit’ voorstond in 2017, loopt momenteel een gerechtelijk onderzoek wegens seksuele intimidatie. Dat maakt zijn kandidatuur, zo die al van betekenis is, onwaarschijnlijk.

Macron
En dan is er nog Emmanuel Macron zelf. Op zich heeft hij nu de beste papieren voor zijn eigen opvolging. Zijn populariteit is aangetrokken voor zijn aanpak rondom Covid-19, na een moeilijke periode van gele hesjes en protesten tegen pensioenhervormingen in 2018 en 2019. Hij wordt positief gewaardeerd door zo’n 35 tot 45% van de kiezers. Dat is niet enorm, maar ook niet onaardig in vergelijking met zijn voorgangers Sarkozy en Hollande. Daarnaast zou hij redelijk goed bij jonge kiezers liggen.

Kritisch bezien lijkt Macron af en toe een interim manager die tijdelijk is ingehuurd met een partij zonder sterke wortels bij het electoraat, wat het makkelijker maakt hem in te ruilen voor een ander. In tegenstelling tot de gemiddelde Fransman, houdt hij wel van hervormen en wie het daar niet mee eens is, legt hij het graag nog even omstandig uit. De gele hesjes hebben hem wel wakker geschud hebben over andere alledaagse zorgen die in het land leven. Het is goed mogelijk dat er desalniettemin een stille meerderheid bestaat, die het stiekem wel met hem eens is dat bijvoorbeeld iets aan het dure pensioenstelsel wordt gedaan. Zoals wel vaker gezegd in deze blog: Fransen zijn weinig geneigd om iets positiefs te zeggen over welke zittende president dan ook, maar kunnen hem zwijgend weer in het zadel hijsen.

Covid-19
Zijn herverkiezing zal mede afhangen van hoe Macron acteert in het post-Covid-19 tijdperk. Hij heeft nu toegezegd dat alle Fransen die dat willen, voor het einde van de zomer gevaccineerd zijn. Stel dat hierdoor het leven weer normaliseert en Macron daarom vanaf september 2021 doodleuk weer allerlei hervormingen oppakt, dan maakt hij het zichzelf erg moeilijk. Indien hij, als ware hij een naoorlogse president, het land na de coronacrisis in een wederopbouwmodus brengt voor de meest getroffen sectoren, maakt hij zich aantrekkelijker als presidentskandidaat. Veel potentiële presidentskandidaten zullen daarom ook afwachten hoe Frankrijk erbij staat wanneer de Covid-19 rookwolken zijn opgetrokken.

Macron, deel 2

Macron stemt in Le Touquet Paris-Plage 11juni 2017
Macron in 2017

Inmiddels is Emmanuel Macron twee en half jaar president van Frankrijk en is hij daarmee op de helft van zijn eerste termijn. Het eerste jaar kwam hij nog glorieus doorheen, het tweede jaar moesten alle zeilen bijgezet worden om ontevreden landgenoten een handreiking te doen. Hoe stevig zit Macron in het zadel?

Internationaal
Vanaf zijn verkiezing in mei 2017 profileert Macron zich sterk op het internationale vlak, waar hij zeker een ruime voldoende als rapportcijfer verdient. De Elsevier sprak onlangs zelfs van ‘de nieuwe keizer van Europa’. Hij koos ervoor de omstreden Amerikaanse president Donald Trump zoveel mogelijk tegen de borst te drukken, maar durft tegelijkertijd tegen hem in te gaan: “make this planet great again” sprak Macron, nadat de Verenigde Staten het klimaatakkoord van Parijs aan de kant schoof. Zijn sterke internationale positie wordt ook enigszins geholpen door de nodige interne strubbelingen in de grote buurlanden: het Britse leiderschap is sinds het referendum voor de Brexit totaal de weg kwijt, Angela Merkel lijkt in Berlijn al een stap terug te doen om haar opvolgster voor te sorteren en de Italiaanse politiek overtrof zichzelf door het zo bont te maken dat Frankrijk begin 2019 zelfs zijn ambassadeur terugriep. Inmiddels heeft in Rome een regeringswisseling plaatsgevonden en zijn de vriendschappelijke banden weer hersteld.

Hoe het ook zij, Macron wist van de G7 top in Biarritz afgelopen augustus een succes te maken, waarbij ondermeer een opening is gevonden voor gesprekken met Iran over de nucleaire crisis. Ook wist hij Trump te overtuigen om de export van Franse wijn naar de VS niet zwaarder belasten als reactie op de Franse belasting voor de zogenoemde GAFA (Google, Amazone, Facebook en Apple). De G7 maakte daarnaast duidelijk dat naast de VS ook Brazilië door een nogal onconventionele president wordt geregeerd. Enkele maanden daarvoor had de Braziliaanse president Jair Bolsonaro al voor een rel gezorgd door op het laatste moment een gesprek af te zeggen in Brasilia met de Franse minister van Buitenlandse Zaken voor een andere belangrijke afspraak: de kapper. Nu fulmineerde Bolsonaro tegen het Franse ‘kolonialisme’ bij de brand in het Amazonegebied van een president die niet eens in staat is een brand in een kerk te blussen, verwijzend naar de brand in de Notre-Dame op 5 april jl. Daarbovenop maakte hij via sociale media ook nog eens denigrerende opmerkingen over de vrouw van Macron, Brigitte.

Het is geel en…
In eigen land gaat Macron uit de startblokken met onder meer door hervormingen in arbeidswetgeving en het onderwijs. Het levert wel de gebruikelijke demonstraties op, met name bij de spoorwegen, maar de hervormingen komen er door. De kentering tekent zich in het voorjaar van 2018 af wanneer de gerenommeerde krant Le Monde melding maakt van een presidentiële lijfwacht, die in zijn vrije tijd graag wat demonstranten in elkaar mag slaan: de affaire Benalla is geboren. Op zich kan de Franse president niet zoveel aan deze hobby doen, maar vervelende tijdslijnen geven aan over wanneer het Elysée hiervan afwist en wanneer er maatregelen worden genomen. Handenwrijvend slaan politieke tegenstanders toe en vanaf dat moment begint het in de binnenlandse politiek moeilijker te worden. In het najaar van 2018 komt daar de protestbeweging van de gele hesjes bovenop, die aanvankelijk demonstreren tegen de stijgende benzineprijzen, maar gedurende de maanden blijkbaar inzetbaar zijn om voor elk mogelijk leed de straat op te gaan. Dat gebeurt niet alleen elke zaterdag in Parijs, maar ook op vele rotondes in de rest van het land. Begin december 2018 kondigt Macron maatregelen aan, waaronder het schrappen van hogere belasting op de benzineprijzen en een verhoging van het minimumloon. Het kost de Franse schatkist ongeveer 17 miljard euro maar brengt geen einde aan de vaak gewelddadige en vernielzuchtige demonstraties, die tot op de dag van vandaag voortduren. Zoals een Franse komiek verzuchtte: “Wat willen ze nu nog meer? Een zwembad in de tuin?”

De steun onder de Fransen is inmiddels wel afgenomen voor de gele hesjes, evenals het aantal deelnemers aan de demonstraties. De oorspronkelijke internetbeweging heeft geen duidelijke leiders en zelfs de oppositiepartijen Rassemblement National van Marine Le Pen en La France Insoumise van Jean-Luc Melenchon houden van het begin af aan wijselijk afstand. Een politieke partij voortkomend uit de gele hesjes haalt minder dan 1% van de stemmen bij de verkiezingen voor het Europees Parlement in mei 2019. Desalniettemin blijven de gele hesjes door hun onvoorspelbaarheid en gewelddadige karakter een soort open wond voor de Franse regering. De eerste maanden van 2019 trekt Macron, net als zijn ministers, het land in voor een groots opgepakt nationaal debat om zo meer aan te voelen wat er onder de bevolking leeft. Het levert in april ondermeer een aangepaste politieke agenda op. Zo gaan de inkomstenbelastingen naar beneden en worden enkele democratische hervormingen doorgevoerd, zoals minder parlementsleden. Er wordt ook burgerparticipatie georganiseerd om meer draagvlak te krijgen voor klimaatregelen. Klimaat is één van de speerpunten van Macron, maar het is ook duidelijk dat de gewone man of vrouw daar niet altijd een boodschap aan heeft: niet iedereen kan het zich bijvoorbeeld veroorloven een nieuwe, schone auto aan te schaffen.

Persoonlijke stijl
De gele hesjes zijn een harde leerschool voor de jonge president Macron, die ondertussen zijn stijl bijschaaft, meer draagvlak zoekt en het gesprek aangaat. Voorstanders van de president bewonderen hem om zijn grote dossierkennis en het gemak waarmee hij, uit het blote hoofd, communiceert in grote zalen. Tegenstanders vinden hem teveel een leraar die nog een keer uitlegt hoe het zit, wat hem arrogant maakt. Statements als ‘je hoeft alleen maar de straat over te steken om een baan te vinden’, vallen slecht en zijn humor valt ook niet bij iedereen goed. De nieuwe aanpak betekent wel dat langzamerhand de waardering voor president Macron weer terug is op het niveau kort na zijn verkiezing in 2017, maar twee gevaren liggen op de loer.

Pensioenen
Dit najaar zal ten eerste het politieke debat draaien om een nieuw pensioenstelsel. Frankrijk kent ongeveer twintig speciale regimes voor pensioenen, met name in de publieke sector, voor ongeveer 4 miljoen mensen. Dat is redelijk kostbaar en de regering wil daarom waarschijnlijk het aantal van deze regimes terugdringen. Macron liet al eerder weten dat het hem niet zozeer gaat om het verhogen van de pensioenleeftijd, maar dat rekening wordt gehouden met hoe lang iemand gewerkt heeft: lager opgeleiden beginnen doorgaans op veel jongere leeftijd met werken dan hoger opgeleiden. Jean-Paul Delevoye is benoemd tot Hoge commissaris voor pensioenen en moet dit proces begeleiden. Het is nog niet bekend wat de regering uiteindelijk voorstelt, maar in september waren er zekerheidshalve al preventieve stakingen in het openbaar vervoer. Wat je bij Fransen namelijk nooit moet doen is het idee geven dat verworven rechten worden aangetast. Sinds begin oktober trekt Macron met frisse moed opnieuw het land in om dus ditmaal over de pensioenen te spreken.

Partijpolitiek
Ten tweede is er de eigen politieke partij van Macron, La République en Marche (LREM). Die partij is in 2017 pas opgericht en verzamelt verschillende gematigde stromingen en politici, die, naast nieuwe onervaren politici, voorheen actief waren voor andere partijen. Niet al deze mensen hebben noodzakelijkerwijs de politieke kwaliteiten van Macron in zich. De keuze van Edouard Philippe, voormalig burgemeester van Le Havre, tot eerste minister in mei 2017 bleek een gelukkige greep, omdat hij een rots in de branding is. Vanaf najaar 2018 zijn er verschillende wisselingen in de regering en heeft bijvoorbeeld de markante milieuactivist Nicolas Hulot zijn ministerspost verlaten, even als de minister van Binnenlandse Zaken Gerard Colomb, die ervoor koos weer burgemeester van Lyon te worden.

LREM moet zich nu bij verkiezingen in alle verschillende volksvertegenwoordigingen zien te nestelen. Tijdens de verkiezingen voor het Europees Parlement in mei 2019 wordt de minister van Europese Zaken, Nathalie Loiseau, tot lijsttrekker gekozen. Dankzij haar wat onhandige uitspraken, zorgt dat er mede voor dat LREM net niet de grootste Franse partij in het Europees Parlement wordt, maar voor een tweede maal de partij van Marine Le Pen. Voor de gemeenteraadsverkiezingen in maart 2020, waar LREM voor het eerst meedoet, moeten nu geschikte kandidaten worden gevonden. In de strijd om Parijs, waar de huidige socialistische burgemeester Anne Hildago herkiesbaar is, komen twee kandidaten voor het burgemeesterschap uit de gelederen van de presidentiële partij: de officieel door LREM geparachuteerde oud-staatssecretaris Benjamin Griveaux, maar ook de excentrieke wiskundige en parlementariër Cédric Villani. Eén kandidaat van LREM heeft grote kans om te winnen, maar deze tweestrijd houdt waarschijnlijk Hildago aan het roer in Parijs.

Meer algemeen heeft LREM het politieke landschap in Frankrijk in twee jaar tijd wel veranderd. De Parti Socialiste is geminimaliseerd na vijf jaar president Hollande. Wat echter tijdens de Europese verkiezingen aan het licht komt, is dat de andere traditionele regeringspartij, de rechtse Les Républicains, ook in zwaar weer zit. Zij verliezen behoorlijk met een zeer conservatieve lijsttrekker, François-Xavier Bellamy, wat vervolgens ook het vertrek van de eveneens behoorlijk behoudende partijleider Laurent Wauqueiz, betekent. Les Républicains zoeken dit najaar een nieuwe leider, die de rechtse politiek goed vertegenwoordigt. Eén ding heeft de partij wel geleerd: het is verstandiger om een gematigde koers te kiezen, want een conservatisme wat tegen le Rassemblement National van Marine Le Pen aanschurkt, slaat niet aan. Tot slot blijkt het extreem-linkse France Insoumise van Melenchon een andere grote verliezer bij deze verkiezingen en deden eigenlijk alleen de Groenen het onverwacht goed. Zo bezien heeft Macron de komende tijd nog weinig te vrezen van de andere partijen en blijft vooral het extreemrechtse Rassemblement National hem in de nek hijgen.

Om mijn eigen vraag van deze blog te beantwoorden: Macron zit aardig in het zadel maar moet nu laten zien dat hij, na de gele hesjes, voldoende draagvlak creëert alvorens hij nieuwe hervormingen doorvoert. Daarbij zal hij ook zijn eigen partij in de hand moeten houden om zo bij de presidentsverkiezingen in 2022 te laten zien dat er in Frankrijk na een langdurige klassieke links-rechts tegenstelling, plaats is voor een gematigde partij, die zich in het politieke midden weet te vestigen.

Keuzestress in Frankrijk: vier presidentskandidaten nek aan nek

csm_CarteElecteur_9c2edb2a7a

Een tijdlang lag het voor de hand dat François Fillon van Les Républicains de volgende president van Frankrijk wordt door de extreemrechtse Marine Le Pen in de tweede ronde te verslaan. Toen hij in de problemen kwam door affaires, had centrumkandidaat Emmanuel Macron de beste papieren om François Hollande op te volgen. De laatste weken is echter linksbuiten Jean-Luc Mélenchon een opmars begonnen, terwijl de socialist Hamon onder de 10% is geduikeld en uit beeld is verdwenen. Een week voor de eerste ronde op 23 april zitten vier kandidaten in de peilingen elkaar op de hielen: Melénchon en Fillon net onder de 20%, Macron en Le Pen er net boven. Alleen de nummers 1 en 2 van de eerste ronde mogen door naar de tweede ronde op 7 mei. Met foutmarges van de peilingen meegerekend, ligt het nu voor elk van deze vier kandidaten in het verschiet de tweede ronde te halen. Op welke scenario’s kan Frankrijk 23 april rekenen? Continue reading

Het fenomeen Macron: erop of eronder

Les-atouts-et-les-faiblesses-du-candidat-Macron

Er zijn sinds 1958 een aantal wetmatigheden om het tot president van Frankrijk te schoppen. Allereerst wordt de prestigieuze Ecole Nationale d’Adminstration (ENA) doorlopen. Vervolgens is de kandidaat lid van of de linkse Parti Socialiste (PS) of de rechtse Républicains, waarvoor hij op zijn minst als locale of nationale volksvertegenwoordiger is gekozen en daarna bestuurlijke ervaring opdoet als burgemeester of minister. Het privéleven van de kandidaat is minder relevant, maar tussen de bedrijven door moet wel een boek worden geschreven om het intellect te onderstrepen. Indien dan gemiddeld de leeftijd van 58 jaar is bereikt, kan iemand tot het hoogste ambt worden geroepen. Macron doet het anders en is de absolute dark horse in deze spannende verkiezingsstrijd. Continue reading

Marine Le Pen op weg naar historisch resultaat, maar wint niet

can-frances-le-pen-pull-off-a-trump-in-2017-908c12d77c88e1ffc6cf1dfecc26f799

In Nederland wordt vaak niet goed begrepen dat Marine Le Pen niet de volgende president van Frankrijk wordt, ondanks dat zij al tijdenlang de peilingen aanvoert met haar tegenstanders op ruime afstand. Het zit ‘m echter in het Franse verkiezingsysteem, dat altijd uitloopt op twee rondes en deze peilingen gaan alleen maar over de eerste ronde op 23 april. Continue reading

Alle 13 goed? Front National op regionaal pluche

2048x1536-fit_carte-france-13-regions-votee-assemblee-nationale-23-juillet-2014Deze zomer op vakantie geweest naar de Bourgogne? Dat was dan de laatste keer. Vanaf 2016 wordt namelijk in heel Frankrijk een regionale herindeling doorgevoerd. Uw nieuwe vakantiebestemming heet vanaf dat moment: Bourgogne Franche-Comté. De huidige 22 regio’s worden samengevoegd tot 13 regio’s om zo een efficiëntere overheid te vormen, die meer decentraal is georganiseerd. Bovenal is het ook een bezuinigingsmaatregel op het aantal politieke functionarissen en ambtenaren. De bevoegdheden van de volksvertegenwoordiging, de regionale raad, zijn licht toegenomen. De regio’s zijn al bevoegd op ondermeer ruimtelijke ordening, economische ontwikkeling, milieu, spoorvervoer en scholing. Om beter invulling te geven aan de economische ontwikkeling, mag de regio dan ook bijvoorbeeld financiële steun aan bedrijven verlenen. Continue reading