2022: Frankrijk kiest president

 

voter

Na de op zijn minst memorabele presidentsverkiezingen in de Verenigde Staten, maakt ook Frankrijk zich langzaam maar zeker op voor presidentsverkiezingen in april en mei 2022. Hoewel nog ver weg, lopen de eerste kandidaten zich al warm langs de zijlijn. Lukt het de huidige president Emmanuel Macron om bij te tekenen of is het na vijf jaar al gedaan met “la Macronie”?

Ter herinnering
Even terug naar 2017. Macron deed mee met een nieuwe centrumpartij, En Marche!, nadat de Parti Socialiste (PS) na vijf jaar presidentschap van François Hollande als een kaartenhuis in elkaar zakte. De traditionele rechtse tegenstander van de socialisten, Les Républicains (LR), kwamen in zwaar weer toen hun kandidaat François Fillon in een schandaal verwikkeld raakte rondom een spookbaan van zijn echtgenote. Met alleen nog de extreemrechtse Marine Le Pen hijgend in zijn nek, won Macron de eindsprint in de race om het Elyséepaleis en werd hij met 39 jaar de jongste president in de Franse geschiedenis. Hoewel het in zijn tot La République en marche (LREM) omgedoopte partij het niet altijd even soepel loopt, zijn de machtsverhoudingen tussen de partijen wel ontwricht. Het ontbreekt sinds die tijd aan een aansprekende leider voor de PS en de andere linkse partijen, maar ook LR moet zichzelf opnieuw uitvinden, na een mislukt avontuur met de te rechtse Laurent Wauquiez aan het roer. Ook deze partij zoekt een leider. De grote vraag is of de komende maanden nog iemand opstaat die net als Macron in 2017 de politieke verhoudingen in de war schopt en een herhaling van het duel Macron-Le Pen verhindert.

Momenteel gooien potentiële kandidaten af en toe een balletje op om hun kansen en populariteit af te tasten. Wat in Frankrijk dan erg helpt, is het schrijven van een boek. Als je dan geluk hebt, is er wel een krant of ander medium dat een ‘wat als’ scenario schrijft over een eventuele kandidatuur of zelfs een peiling houdt. Het is bijna onmogelijk om alle namen langs te lopen, dus in deze blog gaat het vooral erom of naast Macron en Le Pen nog aansprekende kandidaten van traditioneel links en rechts zijn te verwachten.

Les Républicains (LR)
Vervelend genoeg voor Les Républicains hebben de regeringen van Emmanuel Macron een gematigd rechtse signatuur, met drie gezichtsbepalende ministers van LR in de hoofdrol: de voormalige premier Edouard Philippe, de minister van Financiën Bruno Le Maire en de minister van Binnenlandse Zaken Gerald Darmanin. Dit geeft weinig speelruimte tussen Macron en Le Pen. Er zijn desondanks drie namen die regelmatig circuleren. Oud-minister van Chirac en burgemeester van Troyes, Francois Baroin, lijkt voor de hand te liggen, maar heeft zich niet over een kandidatuur uitgelaten. Baroin is in ieder geval nog wel echt lid van LR, wat niet meer heel duidelijk is over twee tegenstrevers. Valérie Pécresse is voorzitter van de regio Ile-de-France en heeft een gematigd imago. Xavier Bertrand heeft dezelfde baan als Pécresse, maar dan in de regio Hauts-de-France. Hij is al druk bezig met campagne te voeren en hamert vooral op openbare veiligheid, ongeacht of dat in de actualiteit is. Net als in 2017 zou een voorronde, de zogenoemde primaire, een mogelijkheid zijn om tot een gezamenlijke kandidaat te komen.

Les Républicains hebben een troef in handen indien zij Edouard Philippe, de voormalige eerste minister van Macron en tegenwoordig burgemeester van het weinig pittoreske Le Havre, weer in hun armen sluiten. Hij is een kundig bestuurder zonder veel poespas en vooral populair na zijn aanpak van de coronacrisis in de eerste maanden. De vraag is echter of hij zin heeft in de strijd met zijn oude baas. Overigens heeft LR na het overlijden van Jacques Chirac in 2019 en Valérie Giscard d’Estaing in 2020 nog één levende oud-president rondwandelen, te weten de 66-jarige Nicolas Sarkozy. Voor zijn achterban de perfecte belichaming van traditioneel rechts, maar bij anderen weinig geliefd en nog steeds achtervolgd door een handjevol rechtszaken. Het is bijna ondenkbaar dat Sarkozy, die in 2012 al na één termijn de verkiezingen verloor en slechts derde werd in de voorronde in 2017, het nog eens probeert.

Veelzijdig links
De linkerflank snijdt zich vaak in de eigen vingers door grote onderlinge verdeeldheid met een waaier aan kandidaten. Traditioneel zijn er een trotskistische en een antikapitalistische kandidaat. Terugkijkend naar 2017, kunnen de economielerares Nathalie Arthaud en de fabrieksarbeider Philippe Poitou weer worden opgelijnd, wellicht nog aangevuld met een kandidaat van de ‘gewone’ communistische partij, de parti communiste française. Een oude bekende die zijn kandidatuur al bekend heeft gemaakt, is Jean-Luc Melenchon van La France Insoumise, min of meer tegenhanger van de Nederlandse SP. Deze aartsmopperaar heeft echter krediet verspeeld toen hij bijzonder intimiderend reageerde op het doorzoeken van zijn partijkantoor in 2019 vanwege een fraudezaak: ‘La République, c’est moi!’ schreeuwde hij een agent in zijn gezicht. Sindsdien deed zijn partij het slecht bij de Europese en gemeenteraadsverkiezingen. Met de nodige dramatiek kondigde hij in november 2020 aan zich opnieuw te kandideren indien een petitie daarvoor meer dan 150.000 handtekeningen zou behalen. Aangezien zijn eigen partij aangeeft ongeveer 500.000 leden te hebben, is het weinig verrassend dat hem dat gelukt is. Al deze kandidaten op de uiterst linkerflank zullen echter niet meedoen aan een eventuele voorverkiezing voor één gezamenlijke linkse kandidaat van de Socialisten, de Groenen en hun aanverwante splinterpartijen.

Bij een dergelijke voorverkiezing lijken oudgedienden weinig kans te maken. De socialistische presidentskandidaat van 2007, Ségolene Royal, later milieuminister onder haar ex-partner François Hollande, is bereid zich te kandideren. De vraag is wie haar nog serieus neemt, maar dit gekoketteer verzekert in ieder geval media-aandacht. Ook een andere oud-minister van Hollande, Montebourg, duikt weer op met nu een nieuwe eigen beweging l’Engagement, al waren de Fransen in de veronderstelling dat hij zich sinds 2018 op de productie van honing had gestort. In deze contreien bevindt zich nog de enige andere levende oud-president, François Hollande, die zich in november bereid toonde om achter de schermen een goede kandidaat te vinden die links verenigt. Laten we er vanuit gaan dat hij niet zichzelf op het oog heeft, nadat hij als president in zijn eerste termijn zich in 2017 niet durfde te herkandideren vanwege een immense impopulariteit.

Tijdens de gemeenteraadsverkiezingen in 2020, midden in de eerste golf van de coronacrisis, deed met name de groene Europe Ecologie Les Verts (EELV) het goed, die vaak een alliantie aanging met de PS. Sindsdien zijn de burgemeesters van de grote steden Marseille, Lyon en Bordeaux groen. Maar bij de Groenen ontbreekt het of op zijn minst aan een bekend gezicht. De Europarlementariër Yannick Jadot gaat door het leven als hun leider, maar vooralsnog is hij vrij onzichtbaar.

In de vijver van burgemeesters bevindt zich mogelijk wel een geschikte kandidaat, namelijk de recent herkozen socialistische burgemeester van Parijs, Anne Hildago. Sinds haar herverkiezing wordt gespeculeerd over haar kandidatuur, al ontkent ze dat in alle toonaarden en zegt zij zich voor Parijs te blijven inzetten. Toch is zij de meest bekende naam en mocht zij als presidentskandidaat verliezen, dan heeft zij nog steeds haar baan als burgemeester.

Nog meer naar rechts
Net als in 2017, is er een grote kans dat Marine Le Pen van het extreemrechtse Rassemblement National het goed doet in de eerste ronde van de verkiezingen en de tweede ronde haalt. Op gezette tijden bekritiseert zij sterk het beleid van Macron, met name tijdens de coronacrisis, maar heeft weinig toegevoegd met eigen voorstellen, zoals in de jaren voor Macron. Toch wordt de wijsheid minder vanzelfsprekend dat in een tweede ronde automatisch op de tegenstander van eerst vader en nu dochter Le Pen wordt gestemd om een extreemrechtse president te voorkomen. De Franse kiezers zijn niet snel tevreden en naast de Groenen lijkt dit nu nog de enige smaak die over is, waarbij le Rassemblement National een politieke speler is die lang meeloopt waarmee mensen vertrouwd mee raken en daardoor minder eng wordt om op te stemmen. Er circuleert nu zelfs een peiling waarbij Le Pen wel degelijk van Macron zou winnen in de tweede ronde. Op zich nu nog geen reden tot paniek, maar het is wel duidelijk dat Macron of andere kandidaten meer te doen staat dan alleen enkele procentpunten voorblijven op Le Pen in de eerste ronde. Nicolas Dupont-Aignan van La France debout, waar Le Pen voor de tweede ronde in 2017 een alliantie mee aanging, heeft zich overigens ook weer opnieuw gekandideerd, al wordt hij nauwelijks serieus genomen. Tegen een andere mini-kandidaat in deze hoek, François Asselineau van l’Union populaire républicaine, die een ‘Frexit’ voorstond in 2017, loopt momenteel een gerechtelijk onderzoek wegens seksuele intimidatie. Dat maakt zijn kandidatuur, zo die al van betekenis is, onwaarschijnlijk.

Macron
En dan is er nog Emmanuel Macron zelf. Op zich heeft hij nu de beste papieren voor zijn eigen opvolging. Zijn populariteit is aangetrokken voor zijn aanpak rondom Covid-19, na een moeilijke periode van gele hesjes en protesten tegen pensioenhervormingen in 2018 en 2019. Hij wordt positief gewaardeerd door zo’n 35 tot 45% van de kiezers. Dat is niet enorm, maar ook niet onaardig in vergelijking met zijn voorgangers Sarkozy en Hollande. Daarnaast zou hij redelijk goed bij jonge kiezers liggen.

Kritisch bezien lijkt Macron af en toe een interim manager die tijdelijk is ingehuurd met een partij zonder sterke wortels bij het electoraat, wat het makkelijker maakt hem in te ruilen voor een ander. In tegenstelling tot de gemiddelde Fransman, houdt hij wel van hervormen en wie het daar niet mee eens is, legt hij het graag nog even omstandig uit. De gele hesjes hebben hem wel wakker geschud hebben over andere alledaagse zorgen die in het land leven. Het is goed mogelijk dat er desalniettemin een stille meerderheid bestaat, die het stiekem wel met hem eens is dat bijvoorbeeld iets aan het dure pensioenstelsel wordt gedaan. Zoals wel vaker gezegd in deze blog: Fransen zijn weinig geneigd om iets positiefs te zeggen over welke zittende president dan ook, maar kunnen hem zwijgend weer in het zadel hijsen.

Covid-19
Zijn herverkiezing zal mede afhangen van hoe Macron acteert in het post-Covid-19 tijdperk. Hij heeft nu toegezegd dat alle Fransen die dat willen, voor het einde van de zomer gevaccineerd zijn. Stel dat hierdoor het leven weer normaliseert en Macron daarom vanaf september 2021 doodleuk weer allerlei hervormingen oppakt, dan maakt hij het zichzelf erg moeilijk. Indien hij, als ware hij een naoorlogse president, het land na de coronacrisis in een wederopbouwmodus brengt voor de meest getroffen sectoren, maakt hij zich aantrekkelijker als presidentskandidaat. Veel potentiële presidentskandidaten zullen daarom ook afwachten hoe Frankrijk erbij staat wanneer de Covid-19 rookwolken zijn opgetrokken.

Getuigschrift: Frankrijk en het coronavirus

President Macron met mondkapje tijdens een werkbezoek
President Macron met mondkapje tijdens een werkbezoek

Stakingen in het openbaar vervoer, pensioenhervomingen en gele hesjes: het lijkt voorjaar 2020 voor Frankrijk alweer een eeuwigheid geleden. Net als de rest van de wereld, wordt het land in de greep gehouden door het coronavirus. Gezien de ernstige situatie bij de Italiaanse en Spaanse zuiderburen in de achtertuin, kiest de Franse regering voor een minder strenge lockdown (‘confinement’ in het Frans) dan Spanje maar wel weer strenger dan in Nederland. Het past bij de directieve staatsvorm van de Vijfde republiek, die niet voor niets de eerste tien jaar door een oorlogsgeneraal werd geleid. Wat betekent het coronavirus voor de Franse politiek?

Op slot
Tussen 9 maart en 11 mei moeten alle Fransen binnen blijven en mogen zij alleen met een specifieke redenen naar buiten: boodschappen doen, werken waar thuiswerken niet mogelijk is, naar de dokter of het ziekenhuis, de hond uitlaten of voor lichaamsbeweging rondom een kilometer van je huis. Daarvoor moet je een getuigschrift tonen. Werkgevers schakelen waar mogelijk over op thuiswerken, terwijl scholen, horeca, kappers en winkels dicht zijn. Dit sluit grotendeels aan op de maatregelen in omringende landen, behalve het getuigschrift, wat in de praktijk overigens wel meevalt. Je kunt het namelijk zelf invullen of downloaden met datum en tijdstip en zo kan iemand in theorie meerdere keren per dag naar de supermarkt: rondlopende politieagenten controleren niet intensief.

In de periode van 11 mei tot 2 juni is een eerste fase van versoepeling ingegaan: iedereen mag zonder getuigschrift naar buiten om zich maximaal 100 kilometer hemelsbreed van zijn eigen huis te bewegen. Mondkapjes in het openbaar vervoer worden verplicht en er geldt een afstandsregel van een meter (geen anderhalve meter!): in Parijs is nog wel een getuigschrift verplicht in het openbaar vervoer tijdens het spitsuur. De basisscholen gaan geleidelijk aan weer open, net als kappers en winkels die zich niet in een groot overdekt winkelcentrum bevinden. Daarnaast is sinds 9 mei een kaart geïntroduceerd, die het land verdeeld in groene en rode zones. Indien het virus weer aanwakkert, kan de overheid aanvullende maatregelen nemen in de rode zones: Parijs en omgeving staat afhankelijk in het rood, net als Noord- en Oost-Frankrijk. In de groene zones mogen parken open, evenals middelbare scholen, dat is in de rode zones niet het geval. Op 28 mei is het aan premier Eduard Philippe om de tweede fase van de versoepeling aan te kondigen: de kaart van Frankrijk is bijna helemaal groen, alleen Parijs en omgeving zijn oranje. In grote lijnen worden tussen 2 en 22 juni geleidelijk aan veel restricties opgeheven, met name voor het onderwijs, horeca, stranden, parken en sportscholen en zijn ook toeristen uit EU-landen weer welkom vanaf 15 juni.

Frankrijk is zwaar door het coronavirus getroffen, maar niet buitensporig in vergelijk met omringende landen. Frankrijk neemt eind mei in een overzicht een vijfde plek in met 421 doden per 1 miljoen inwoners, waar België de eerste plaats bezet met 806 doden en Nederland zevende is met 337 doden. Frankrijk betreurt eind mei zeker 18.000 doden, wat de helft is van het aantal sterfgevallen in het Verenigd Koninkrijk. Minder dan 5% van de bevolking raakt besmet en zelfs in zwaar getroffen gebieden bleef dat onder de 10%.

Steun
President Emmanuel Macron loodst zijn land door deze crisis en spreekt driemaal de natie toe, steeds op verschillende toon. Hij begint 6 maart met veel schouderklopjes omdat iedereen zich zo goed aanpast, gevolgd door een donderspeech op 14 maart want dan blijkt dat toch veel mensen de regels aan hun laars lappen. Hij roept dan meerdere keren in oorlog te zijn tegen het virus, om af te sluiten op 13 april met de versoepeling per 11 mei in een nederige speech waarin hij zegt dat het land niet overal even goed op een dergelijke crisis was voorbereid.

In welke mate steunen de Fransen zijn aanpak? Dat is moeilijk te zeggen omdat Fransen kritisch zijn en veel van hun overheid verwachten voor al hun belastinggeld. De eerste weken steunt volgens peilingen een meerderheid van de bevolking de aanpak en neemt ook de waardering toe voor de president en zijn eerste minister richting 40 tot 50%, terwijl oppositiepartijen buiten beeld raken en zich moeilijk profileren, gissend over de informatie . Net als in andere landen, ontstaat na enkele weken meer debat over nut en noodzaak van maatregelen van vooral na de lockdown. Zeker omdat het coronavirus bijna letterlijk de hele wereld en al het nieuws in zijn greep heeft en cruciale informatie ontbreekt over dit nieuwe virus, leidt dat tot allerlei speculaties en theorieën: Nederland mag dan wel 17 miljoen virologen hebben, Frankrijk heeft er 67 miljoen. De Franse pers schrijft altijd graag ‘wat als?’ artikelen. Enkele kritische uitlatingen van humorist Jean-Marie Bigard leiden bijvoorbeeld meteen tot voorspellingen over Bigard als presidentskandidaat in 2022. Daarnaast is het ingewikkeld voor Macron wat hij aanmoet met microbioloog Didier Raoult, die vanuit Marseille het anti-malariamiddel hydroxychloroquine aanprijst als remedie tegen het virus en door vele mensen serieus wordt genomen. In tegenstelling tot zijn Amerikaanse collega Donald Trump, is Macron terughoudend. Uiteindelijk spreekt hij toch met Raoult en laat testen uitvoeren, maar eind mei mag het middel niet meer gebruikt worden in de bestrijding van het virus door teveel risico’s.

In de periode van versoepeling vanaf 11 mei gaan als vanouds de meningen weer alle kanten op, met name vanwege onduidelijkheid over de regels. Die worden per decreet uitgevaardigd in Parijs om vervolgens toegepast te worden van Frans Vlaanderen tot aan Baskenland, waar lokale vertegenwoordigers van de Staat er soms een eigen saus overheen gieten. Er is natuurlijk de afstandsregel van een meter en het dragen van een mondkapje: een kapje bij je hebben is een must, omdat je zomaar een winkel in kunt stappen die dit verplicht stelt. Hoewel niet verplicht in de openbare ruimte, wordt het kapje vaak gedragen in de steden. In Parijs is de inschatting dat meer dan de helft van de mensen het kapje draagt, maar veel minder voor mensen die recreatief buiten zijn, dus om te wandelen of te fietsen. Op Hemelvaartsdag wordt geconstateerd dat nog slechts 1 op de 10 Parijzenaars een mondkapje draagt omdat het te warm is.

De afstandsregel is problematischer. Met name bij het passeren op straat, is die afstand er niet en in Parijs zijn tot nu toe al de trappen voor de Sacré-Coeur, de oevers van het canal Saint-Martin en het veld voor Les Invalides ontruimd: teveel mensen te dicht op elkaar. Het is overigens niet zo gek dat in Parijs veel mensen naar buiten gaan, omdat het woonoppervlakte beperkt is en slechts één op de vijf woningen in de hoofdstad een balkon of tuin heeft Parken zijn pas vanaf 1 juni weer geopend.

Een kleine voorspelling: de Fransen pakken snel weer de draad op met picknicken, terrasjes, cafés en restaurants, wat onlosmakelijk is verbonden met de Franse manier van leven. Binnen twee maanden zijn de mondkapjes alleen nog terug te zien in het openbaar vervoer en is de meter afstand bijna vergeten. Alleen speciale maatregelen om lokale besmettingshaarden aan te pakken zullen aan het virus herinneren, mocht het niet tot een tweede golf komen.

Nog meer crisis…..
In crisisomstandigheden zit je als president al helemaal niet te wachten op allerlei (partij)politiek gekrakeel, maar daar ontbreekt het in deze periode niet aan. Een hersenkraker voor de Franse regering zijn de gemeenteraadsverkiezingen, waarvan de eerste ronde oorspronkelijk is voorzien op 15 maart en de tweede ronde op 22 maart. Na consultatie van de politieke leiders, besluit Macron om tijdens de lockdown toch de eerste ronde op 15 maart te laten doorgaan, met in achtneming van sanitaire maatregelen. Dit betekent een lage opkomst: het dubbele signaal van binnen blijven maar wel naar buiten om te stemmen wordt niet begrepen. Meer dan 30.000 gemeenteraden worden gekozen in de eerste ronde, maar voor de overige 15.000 is een tweede ronde nodig, met name in grote steden als Parijs. 22 maart lijkt niet haalbaar en na veel wikken en wegen is besloten deze tweede ronde op 28 juni te houden. Het alternatief om de gehele verkiezingen in januari over te doen, wordt afgewezen.

De gemeenteraadsverkiezingen gaat de partij van Macron, La République en Marche (LREM) sowieso nog lang heugen, doordat de strijd om het Parijse burgemeesterschap een spannender scenario oplevert dan de Netflixserie Marseille. Naast de officieel door LREM geparachuteerde oud-staatssecretaris Benjamin Griveaux, stelt ook een dissident zich kandidaat: de excentrieke wiskundige en parlementariër Cédric Villani, wat de LREM stemmen over twee kampen verdeeld. Griveaux trekt zich echter terug op Valentijnsdag wanneer een seksueel getinte video met hem in de hoofdrol het internet bereikt. Macron moet haastig op zoek naar een vervanger –niet zijnde Villani- en kiest op 16 februari voor minister van Volksgezondheid Agnès Buzyn. Weliswaar een bekende naam en een Parisienne, maar nogal gewaagd om de minister van Volksgezondheid te benoemen op het moment dat het coranavirus alarmerende vormen aanneemt. Buzyn eindigt op 15 maart slechts als derde, achter de huidige socialistische burgemeester Anne Hildago en Rachida Dati van Les Républicains. Hoewel deze drie dames wel doorgaan naar de tweede ronde, zijn de kansen van Buzyn nihil, die ook nog eens sinds maart volledig uit beeld is. Het gerucht gaat dat ook zij vervangen wordt, totdat een persbericht eind mei dat tegenspreekt. Als klap op de vuurpijl vormt de dissident Villani medio mei een nieuwe fractie van twintig LREM-parlementariërs, een week later gevolgd door zes oud-LREM-ers die ook een nieuwe fractie vormen, waardoor Macron zijn absolute meerderheid in de Franse Tweede Kamer kwijt is.

Philippe
Intussen wordt handenwrijvend geschreven over spanningen tussen Emmanuel Macron en Eduard Philippe. De voormalige burgemeester van Le Havre lijkt vanaf de verkiezing van Macron een rots in de branding, maar de pers meldt steeds vaker dat in deze crisis de beide heren het moeilijker met elkaar eens worden: zo zou Philippe de verkiezingsdatum van 15 maart door de strot van Macron geduwd hebben. Vanzelfsprekend ontkennen zowel Macron als Philippe. De 49-jarige Philippe is kandidaat bij de gemeenteraadsverkiezingen in Le Havre, maar dat is in de Franse politieke verhoudingen niet vreemd: als gemeenteraadslid houdt een minister op deze manier contact met de “mensen in het land”, om maar eens met oud-VVD leider Hans Wiegel te spreken. Mocht hij de tweede ronde winnen, dan kan hij weer burgemeester worden en dus vervangen worden, een kans die ook bestaat als hij verliest. Overigens hebben alle presidenten –behalve Sarkozy- meerdere premiers gehad gedurende één termijn. Philippe, die voortkomt uit de gelederen van Les Républicains en niet om zijn groene hart bekend staat, geeft een rechts imago aan de regering, terwijl Macron zich ook graag profileert op het klimaatvraagstuk. Iemand als de huidige minister van Buitenlandse Zaken, de 72-jarige Yves Le Drian, voormalig lid van de Parti Socialiste en minister van Defensie onder president Hollande, zou beter in dat plaatje passen.

Nieuwe koers
Terug naar het Frankrijk van na de coronacrisis. De te vaak geciteerde Winston Churchill zei al nooit een goede crisis te verspillen. Dit geldt zeker voor Frankrijk na het coronavirus. De werkloosheid is de afgelopen maanden in recordtijd toegenomen, terwijl Macron in zijn eerste twee jaar als president juist meer dan een half miljoen banen heeft gecreëerd. Frankrijk en Duitsland nemen al een voortrekkersrol met een wederopbouwfonds op Europees niveau, er is steun voor Air France, de cultuursector en de auto-industrie en allerlei toeslagen worden in het vooruitzicht gesteld. Maar sociale onrust is vanaf de herfst te verwachten bij bedrijven die dreigen om te vallen, zoals nu al bij Renault, terwijl de gele hesjes, op afroep beschikbaar voor elk willekeurig conflict, zich ook weer warm lopen langs de zijlijn. De crisis heeft ook de discussie doen oplaaien over de kwaliteit van de gezondheidszorg, waar het verplegend personeel slecht betaald wordt en de organisatie niet toegerust was op een dergelijke crisis. Daarnaast is het mogelijk dat thuiswerken meer de norm wordt, om te voorkomen dat niet iedereen in en rond Parijs met het overvolle openbaar vervoer naar het werk gaat. De lockdown is al benut om meer fietspaden aan te leggen. Een ander blik op de werkcultuur en mobiliteit vanuit gezondheidsoogpunt is bovendien mooi te koppelen aan een ambitieuzer klimaatbeleid.

Macron moet nu vooral een beleid kiezen dat overtuigt om de economische en sociale terugval te lijf te gaan. De oppositie van uiterst links en rechts krijgt hij sowieso nooit mee, maar hij moet grip terugvinden op zijn eigen partij en afvallige partijgenoten, die misschien verleid worden door een vernieuwde regering. Macron zal niet afgerekend worden op zijn leiderschap tijdens de lockdown, maar vooral hoe hij daarna Frankrijk uit het slop trok.