Getuigschrift: Frankrijk en het coronavirus

President Macron met mondkapje tijdens een werkbezoek
President Macron met mondkapje tijdens een werkbezoek

Stakingen in het openbaar vervoer, pensioenhervomingen en gele hesjes: het lijkt voorjaar 2020 voor Frankrijk alweer een eeuwigheid geleden. Net als de rest van de wereld, wordt het land in de greep gehouden door het coronavirus. Gezien de ernstige situatie bij de Italiaanse en Spaanse zuiderburen in de achtertuin, kiest de Franse regering voor een minder strenge lockdown (‘confinement’ in het Frans) dan Spanje maar wel weer strenger dan in Nederland. Het past bij de directieve staatsvorm van de Vijfde republiek, die niet voor niets de eerste tien jaar door een oorlogsgeneraal werd geleid. Wat betekent het coronavirus voor de Franse politiek?

Op slot
Tussen 9 maart en 11 mei moeten alle Fransen binnen blijven en mogen zij alleen met een specifieke redenen naar buiten: boodschappen doen, werken waar thuiswerken niet mogelijk is, naar de dokter of het ziekenhuis, de hond uitlaten of voor lichaamsbeweging rondom een kilometer van je huis. Daarvoor moet je een getuigschrift tonen. Werkgevers schakelen waar mogelijk over op thuiswerken, terwijl scholen, horeca, kappers en winkels dicht zijn. Dit sluit grotendeels aan op de maatregelen in omringende landen, behalve het getuigschrift, wat in de praktijk overigens wel meevalt. Je kunt het namelijk zelf invullen of downloaden met datum en tijdstip en zo kan iemand in theorie meerdere keren per dag naar de supermarkt: rondlopende politieagenten controleren niet intensief.

In de periode van 11 mei tot 2 juni is een eerste fase van versoepeling ingegaan: iedereen mag zonder getuigschrift naar buiten om zich maximaal 100 kilometer hemelsbreed van zijn eigen huis te bewegen. Mondkapjes in het openbaar vervoer worden verplicht en er geldt een afstandsregel van een meter (geen anderhalve meter!): in Parijs is nog wel een getuigschrift verplicht in het openbaar vervoer tijdens het spitsuur. De basisscholen gaan geleidelijk aan weer open, net als kappers en winkels die zich niet in een groot overdekt winkelcentrum bevinden. Daarnaast is sinds 9 mei een kaart geïntroduceerd, die het land verdeeld in groene en rode zones. Indien het virus weer aanwakkert, kan de overheid aanvullende maatregelen nemen in de rode zones: Parijs en omgeving staat afhankelijk in het rood, net als Noord- en Oost-Frankrijk. In de groene zones mogen parken open, evenals middelbare scholen, dat is in de rode zones niet het geval. Op 28 mei is het aan premier Eduard Philippe om de tweede fase van de versoepeling aan te kondigen: de kaart van Frankrijk is bijna helemaal groen, alleen Parijs en omgeving zijn oranje. In grote lijnen worden tussen 2 en 22 juni geleidelijk aan veel restricties opgeheven, met name voor het onderwijs, horeca, stranden, parken en sportscholen en zijn ook toeristen uit EU-landen weer welkom vanaf 15 juni.

Frankrijk is zwaar door het coronavirus getroffen, maar niet buitensporig in vergelijk met omringende landen. Frankrijk neemt eind mei in een overzicht een vijfde plek in met 421 doden per 1 miljoen inwoners, waar België de eerste plaats bezet met 806 doden en Nederland zevende is met 337 doden. Frankrijk betreurt eind mei zeker 18.000 doden, wat de helft is van het aantal sterfgevallen in het Verenigd Koninkrijk. Minder dan 5% van de bevolking raakt besmet en zelfs in zwaar getroffen gebieden bleef dat onder de 10%.

Steun
President Emmanuel Macron loodst zijn land door deze crisis en spreekt driemaal de natie toe, steeds op verschillende toon. Hij begint 6 maart met veel schouderklopjes omdat iedereen zich zo goed aanpast, gevolgd door een donderspeech op 14 maart want dan blijkt dat toch veel mensen de regels aan hun laars lappen. Hij roept dan meerdere keren in oorlog te zijn tegen het virus, om af te sluiten op 13 april met de versoepeling per 11 mei in een nederige speech waarin hij zegt dat het land niet overal even goed op een dergelijke crisis was voorbereid.

In welke mate steunen de Fransen zijn aanpak? Dat is moeilijk te zeggen omdat Fransen kritisch zijn en veel van hun overheid verwachten voor al hun belastinggeld. De eerste weken steunt volgens peilingen een meerderheid van de bevolking de aanpak en neemt ook de waardering toe voor de president en zijn eerste minister richting 40 tot 50%, terwijl oppositiepartijen buiten beeld raken en zich moeilijk profileren, gissend over de informatie . Net als in andere landen, ontstaat na enkele weken meer debat over nut en noodzaak van maatregelen van vooral na de lockdown. Zeker omdat het coronavirus bijna letterlijk de hele wereld en al het nieuws in zijn greep heeft en cruciale informatie ontbreekt over dit nieuwe virus, leidt dat tot allerlei speculaties en theorieën: Nederland mag dan wel 17 miljoen virologen hebben, Frankrijk heeft er 67 miljoen. De Franse pers schrijft altijd graag ‘wat als?’ artikelen. Enkele kritische uitlatingen van humorist Jean-Marie Bigard leiden bijvoorbeeld meteen tot voorspellingen over Bigard als presidentskandidaat in 2022. Daarnaast is het ingewikkeld voor Macron wat hij aanmoet met microbioloog Didier Raoult, die vanuit Marseille het anti-malariamiddel hydroxychloroquine aanprijst als remedie tegen het virus en door vele mensen serieus wordt genomen. In tegenstelling tot zijn Amerikaanse collega Donald Trump, is Macron terughoudend. Uiteindelijk spreekt hij toch met Raoult en laat testen uitvoeren, maar eind mei mag het middel niet meer gebruikt worden in de bestrijding van het virus door teveel risico’s.

In de periode van versoepeling vanaf 11 mei gaan als vanouds de meningen weer alle kanten op, met name vanwege onduidelijkheid over de regels. Die worden per decreet uitgevaardigd in Parijs om vervolgens toegepast te worden van Frans Vlaanderen tot aan Baskenland, waar lokale vertegenwoordigers van de Staat er soms een eigen saus overheen gieten. Er is natuurlijk de afstandsregel van een meter en het dragen van een mondkapje: een kapje bij je hebben is een must, omdat je zomaar een winkel in kunt stappen die dit verplicht stelt. Hoewel niet verplicht in de openbare ruimte, wordt het kapje vaak gedragen in de steden. In Parijs is de inschatting dat meer dan de helft van de mensen het kapje draagt, maar veel minder voor mensen die recreatief buiten zijn, dus om te wandelen of te fietsen. Op Hemelvaartsdag wordt geconstateerd dat nog slechts 1 op de 10 Parijzenaars een mondkapje draagt omdat het te warm is.

De afstandsregel is problematischer. Met name bij het passeren op straat, is die afstand er niet en in Parijs zijn tot nu toe al de trappen voor de Sacré-Coeur, de oevers van het canal Saint-Martin en het veld voor Les Invalides ontruimd: teveel mensen te dicht op elkaar. Het is overigens niet zo gek dat in Parijs veel mensen naar buiten gaan, omdat het woonoppervlakte beperkt is en slechts één op de vijf woningen in de hoofdstad een balkon of tuin heeft Parken zijn pas vanaf 1 juni weer geopend.

Een kleine voorspelling: de Fransen pakken snel weer de draad op met picknicken, terrasjes, cafés en restaurants, wat onlosmakelijk is verbonden met de Franse manier van leven. Binnen twee maanden zijn de mondkapjes alleen nog terug te zien in het openbaar vervoer en is de meter afstand bijna vergeten. Alleen speciale maatregelen om lokale besmettingshaarden aan te pakken zullen aan het virus herinneren, mocht het niet tot een tweede golf komen.

Nog meer crisis…..
In crisisomstandigheden zit je als president al helemaal niet te wachten op allerlei (partij)politiek gekrakeel, maar daar ontbreekt het in deze periode niet aan. Een hersenkraker voor de Franse regering zijn de gemeenteraadsverkiezingen, waarvan de eerste ronde oorspronkelijk is voorzien op 15 maart en de tweede ronde op 22 maart. Na consultatie van de politieke leiders, besluit Macron om tijdens de lockdown toch de eerste ronde op 15 maart te laten doorgaan, met in achtneming van sanitaire maatregelen. Dit betekent een lage opkomst: het dubbele signaal van binnen blijven maar wel naar buiten om te stemmen wordt niet begrepen. Meer dan 30.000 gemeenteraden worden gekozen in de eerste ronde, maar voor de overige 15.000 is een tweede ronde nodig, met name in grote steden als Parijs. 22 maart lijkt niet haalbaar en na veel wikken en wegen is besloten deze tweede ronde op 28 juni te houden. Het alternatief om de gehele verkiezingen in januari over te doen, wordt afgewezen.

De gemeenteraadsverkiezingen gaat de partij van Macron, La République en Marche (LREM) sowieso nog lang heugen, doordat de strijd om het Parijse burgemeesterschap een spannender scenario oplevert dan de Netflixserie Marseille. Naast de officieel door LREM geparachuteerde oud-staatssecretaris Benjamin Griveaux, stelt ook een dissident zich kandidaat: de excentrieke wiskundige en parlementariër Cédric Villani, wat de LREM stemmen over twee kampen verdeeld. Griveaux trekt zich echter terug op Valentijnsdag wanneer een seksueel getinte video met hem in de hoofdrol het internet bereikt. Macron moet haastig op zoek naar een vervanger –niet zijnde Villani- en kiest op 16 februari voor minister van Volksgezondheid Agnès Buzyn. Weliswaar een bekende naam en een Parisienne, maar nogal gewaagd om de minister van Volksgezondheid te benoemen op het moment dat het coranavirus alarmerende vormen aanneemt. Buzyn eindigt op 15 maart slechts als derde, achter de huidige socialistische burgemeester Anne Hildago en Rachida Dati van Les Républicains. Hoewel deze drie dames wel doorgaan naar de tweede ronde, zijn de kansen van Buzyn nihil, die ook nog eens sinds maart volledig uit beeld is. Het gerucht gaat dat ook zij vervangen wordt, totdat een persbericht eind mei dat tegenspreekt. Als klap op de vuurpijl vormt de dissident Villani medio mei een nieuwe fractie van twintig LREM-parlementariërs, een week later gevolgd door zes oud-LREM-ers die ook een nieuwe fractie vormen, waardoor Macron zijn absolute meerderheid in de Franse Tweede Kamer kwijt is.

Philippe
Intussen wordt handenwrijvend geschreven over spanningen tussen Emmanuel Macron en Eduard Philippe. De voormalige burgemeester van Le Havre lijkt vanaf de verkiezing van Macron een rots in de branding, maar de pers meldt steeds vaker dat in deze crisis de beide heren het moeilijker met elkaar eens worden: zo zou Philippe de verkiezingsdatum van 15 maart door de strot van Macron geduwd hebben. Vanzelfsprekend ontkennen zowel Macron als Philippe. De 49-jarige Philippe is kandidaat bij de gemeenteraadsverkiezingen in Le Havre, maar dat is in de Franse politieke verhoudingen niet vreemd: als gemeenteraadslid houdt een minister op deze manier contact met de “mensen in het land”, om maar eens met oud-VVD leider Hans Wiegel te spreken. Mocht hij de tweede ronde winnen, dan kan hij weer burgemeester worden en dus vervangen worden, een kans die ook bestaat als hij verliest. Overigens hebben alle presidenten –behalve Sarkozy- meerdere premiers gehad gedurende één termijn. Philippe, die voortkomt uit de gelederen van Les Républicains en niet om zijn groene hart bekend staat, geeft een rechts imago aan de regering, terwijl Macron zich ook graag profileert op het klimaatvraagstuk. Iemand als de huidige minister van Buitenlandse Zaken, de 72-jarige Yves Le Drian, voormalig lid van de Parti Socialiste en minister van Defensie onder president Hollande, zou beter in dat plaatje passen.

Nieuwe koers
Terug naar het Frankrijk van na de coronacrisis. De te vaak geciteerde Winston Churchill zei al nooit een goede crisis te verspillen. Dit geldt zeker voor Frankrijk na het coronavirus. De werkloosheid is de afgelopen maanden in recordtijd toegenomen, terwijl Macron in zijn eerste twee jaar als president juist meer dan een half miljoen banen heeft gecreëerd. Frankrijk en Duitsland nemen al een voortrekkersrol met een wederopbouwfonds op Europees niveau, er is steun voor Air France, de cultuursector en de auto-industrie en allerlei toeslagen worden in het vooruitzicht gesteld. Maar sociale onrust is vanaf de herfst te verwachten bij bedrijven die dreigen om te vallen, zoals nu al bij Renault, terwijl de gele hesjes, op afroep beschikbaar voor elk willekeurig conflict, zich ook weer warm lopen langs de zijlijn. De crisis heeft ook de discussie doen oplaaien over de kwaliteit van de gezondheidszorg, waar het verplegend personeel slecht betaald wordt en de organisatie niet toegerust was op een dergelijke crisis. Daarnaast is het mogelijk dat thuiswerken meer de norm wordt, om te voorkomen dat niet iedereen in en rond Parijs met het overvolle openbaar vervoer naar het werk gaat. De lockdown is al benut om meer fietspaden aan te leggen. Een ander blik op de werkcultuur en mobiliteit vanuit gezondheidsoogpunt is bovendien mooi te koppelen aan een ambitieuzer klimaatbeleid.

Macron moet nu vooral een beleid kiezen dat overtuigt om de economische en sociale terugval te lijf te gaan. De oppositie van uiterst links en rechts krijgt hij sowieso nooit mee, maar hij moet grip terugvinden op zijn eigen partij en afvallige partijgenoten, die misschien verleid worden door een vernieuwde regering. Macron zal niet afgerekend worden op zijn leiderschap tijdens de lockdown, maar vooral hoe hij daarna Frankrijk uit het slop trok.