2022: Frankrijk kiest president

 

voter

Na de op zijn minst memorabele presidentsverkiezingen in de Verenigde Staten, maakt ook Frankrijk zich langzaam maar zeker op voor presidentsverkiezingen in april en mei 2022. Hoewel nog ver weg, lopen de eerste kandidaten zich al warm langs de zijlijn. Lukt het de huidige president Emmanuel Macron om bij te tekenen of is het na vijf jaar al gedaan met “la Macronie”?

Ter herinnering
Even terug naar 2017. Macron deed mee met een nieuwe centrumpartij, En Marche!, nadat de Parti Socialiste (PS) na vijf jaar presidentschap van François Hollande als een kaartenhuis in elkaar zakte. De traditionele rechtse tegenstander van de socialisten, Les Républicains (LR), kwamen in zwaar weer toen hun kandidaat François Fillon in een schandaal verwikkeld raakte rondom een spookbaan van zijn echtgenote. Met alleen nog de extreemrechtse Marine Le Pen hijgend in zijn nek, won Macron de eindsprint in de race om het Elyséepaleis en werd hij met 39 jaar de jongste president in de Franse geschiedenis. Hoewel het in zijn tot La République en marche (LREM) omgedoopte partij het niet altijd even soepel loopt, zijn de machtsverhoudingen tussen de partijen wel ontwricht. Het ontbreekt sinds die tijd aan een aansprekende leider voor de PS en de andere linkse partijen, maar ook LR moet zichzelf opnieuw uitvinden, na een mislukt avontuur met de te rechtse Laurent Wauquiez aan het roer. Ook deze partij zoekt een leider. De grote vraag is of de komende maanden nog iemand opstaat die net als Macron in 2017 de politieke verhoudingen in de war schopt en een herhaling van het duel Macron-Le Pen verhindert.

Momenteel gooien potentiële kandidaten af en toe een balletje op om hun kansen en populariteit af te tasten. Wat in Frankrijk dan erg helpt, is het schrijven van een boek. Als je dan geluk hebt, is er wel een krant of ander medium dat een ‘wat als’ scenario schrijft over een eventuele kandidatuur of zelfs een peiling houdt. Het is bijna onmogelijk om alle namen langs te lopen, dus in deze blog gaat het vooral erom of naast Macron en Le Pen nog aansprekende kandidaten van traditioneel links en rechts zijn te verwachten.

Les Républicains (LR)
Vervelend genoeg voor Les Républicains hebben de regeringen van Emmanuel Macron een gematigd rechtse signatuur, met drie gezichtsbepalende ministers van LR in de hoofdrol: de voormalige premier Edouard Philippe, de minister van Financiën Bruno Le Maire en de minister van Binnenlandse Zaken Gerald Darmanin. Dit geeft weinig speelruimte tussen Macron en Le Pen. Er zijn desondanks drie namen die regelmatig circuleren. Oud-minister van Chirac en burgemeester van Troyes, Francois Baroin, lijkt voor de hand te liggen, maar heeft zich niet over een kandidatuur uitgelaten. Baroin is in ieder geval nog wel echt lid van LR, wat niet meer heel duidelijk is over twee tegenstrevers. Valérie Pécresse is voorzitter van de regio Ile-de-France en heeft een gematigd imago. Xavier Bertrand heeft dezelfde baan als Pécresse, maar dan in de regio Hauts-de-France. Hij is al druk bezig met campagne te voeren en hamert vooral op openbare veiligheid, ongeacht of dat in de actualiteit is. Net als in 2017 zou een voorronde, de zogenoemde primaire, een mogelijkheid zijn om tot een gezamenlijke kandidaat te komen.

Les Républicains hebben een troef in handen indien zij Edouard Philippe, de voormalige eerste minister van Macron en tegenwoordig burgemeester van het weinig pittoreske Le Havre, weer in hun armen sluiten. Hij is een kundig bestuurder zonder veel poespas en vooral populair na zijn aanpak van de coronacrisis in de eerste maanden. De vraag is echter of hij zin heeft in de strijd met zijn oude baas. Overigens heeft LR na het overlijden van Jacques Chirac in 2019 en Valérie Giscard d’Estaing in 2020 nog één levende oud-president rondwandelen, te weten de 66-jarige Nicolas Sarkozy. Voor zijn achterban de perfecte belichaming van traditioneel rechts, maar bij anderen weinig geliefd en nog steeds achtervolgd door een handjevol rechtszaken. Het is bijna ondenkbaar dat Sarkozy, die in 2012 al na één termijn de verkiezingen verloor en slechts derde werd in de voorronde in 2017, het nog eens probeert.

Veelzijdig links
De linkerflank snijdt zich vaak in de eigen vingers door grote onderlinge verdeeldheid met een waaier aan kandidaten. Traditioneel zijn er een trotskistische en een antikapitalistische kandidaat. Terugkijkend naar 2017, kunnen de economielerares Nathalie Arthaud en de fabrieksarbeider Philippe Poitou weer worden opgelijnd, wellicht nog aangevuld met een kandidaat van de ‘gewone’ communistische partij, de parti communiste française. Een oude bekende die zijn kandidatuur al bekend heeft gemaakt, is Jean-Luc Melenchon van La France Insoumise, min of meer tegenhanger van de Nederlandse SP. Deze aartsmopperaar heeft echter krediet verspeeld toen hij bijzonder intimiderend reageerde op het doorzoeken van zijn partijkantoor in 2019 vanwege een fraudezaak: ‘La République, c’est moi!’ schreeuwde hij een agent in zijn gezicht. Sindsdien deed zijn partij het slecht bij de Europese en gemeenteraadsverkiezingen. Met de nodige dramatiek kondigde hij in november 2020 aan zich opnieuw te kandideren indien een petitie daarvoor meer dan 150.000 handtekeningen zou behalen. Aangezien zijn eigen partij aangeeft ongeveer 500.000 leden te hebben, is het weinig verrassend dat hem dat gelukt is. Al deze kandidaten op de uiterst linkerflank zullen echter niet meedoen aan een eventuele voorverkiezing voor één gezamenlijke linkse kandidaat van de Socialisten, de Groenen en hun aanverwante splinterpartijen.

Bij een dergelijke voorverkiezing lijken oudgedienden weinig kans te maken. De socialistische presidentskandidaat van 2007, Ségolene Royal, later milieuminister onder haar ex-partner François Hollande, is bereid zich te kandideren. De vraag is wie haar nog serieus neemt, maar dit gekoketteer verzekert in ieder geval media-aandacht. Ook een andere oud-minister van Hollande, Montebourg, duikt weer op met nu een nieuwe eigen beweging l’Engagement, al waren de Fransen in de veronderstelling dat hij zich sinds 2018 op de productie van honing had gestort. In deze contreien bevindt zich nog de enige andere levende oud-president, François Hollande, die zich in november bereid toonde om achter de schermen een goede kandidaat te vinden die links verenigt. Laten we er vanuit gaan dat hij niet zichzelf op het oog heeft, nadat hij als president in zijn eerste termijn zich in 2017 niet durfde te herkandideren vanwege een immense impopulariteit.

Tijdens de gemeenteraadsverkiezingen in 2020, midden in de eerste golf van de coronacrisis, deed met name de groene Europe Ecologie Les Verts (EELV) het goed, die vaak een alliantie aanging met de PS. Sindsdien zijn de burgemeesters van de grote steden Marseille, Lyon en Bordeaux groen. Maar bij de Groenen ontbreekt het of op zijn minst aan een bekend gezicht. De Europarlementariër Yannick Jadot gaat door het leven als hun leider, maar vooralsnog is hij vrij onzichtbaar.

In de vijver van burgemeesters bevindt zich mogelijk wel een geschikte kandidaat, namelijk de recent herkozen socialistische burgemeester van Parijs, Anne Hildago. Sinds haar herverkiezing wordt gespeculeerd over haar kandidatuur, al ontkent ze dat in alle toonaarden en zegt zij zich voor Parijs te blijven inzetten. Toch is zij de meest bekende naam en mocht zij als presidentskandidaat verliezen, dan heeft zij nog steeds haar baan als burgemeester.

Nog meer naar rechts
Net als in 2017, is er een grote kans dat Marine Le Pen van het extreemrechtse Rassemblement National het goed doet in de eerste ronde van de verkiezingen en de tweede ronde haalt. Op gezette tijden bekritiseert zij sterk het beleid van Macron, met name tijdens de coronacrisis, maar heeft weinig toegevoegd met eigen voorstellen, zoals in de jaren voor Macron. Toch wordt de wijsheid minder vanzelfsprekend dat in een tweede ronde automatisch op de tegenstander van eerst vader en nu dochter Le Pen wordt gestemd om een extreemrechtse president te voorkomen. De Franse kiezers zijn niet snel tevreden en naast de Groenen lijkt dit nu nog de enige smaak die over is, waarbij le Rassemblement National een politieke speler is die lang meeloopt waarmee mensen vertrouwd mee raken en daardoor minder eng wordt om op te stemmen. Er circuleert nu zelfs een peiling waarbij Le Pen wel degelijk van Macron zou winnen in de tweede ronde. Op zich nu nog geen reden tot paniek, maar het is wel duidelijk dat Macron of andere kandidaten meer te doen staat dan alleen enkele procentpunten voorblijven op Le Pen in de eerste ronde. Nicolas Dupont-Aignan van La France debout, waar Le Pen voor de tweede ronde in 2017 een alliantie mee aanging, heeft zich overigens ook weer opnieuw gekandideerd, al wordt hij nauwelijks serieus genomen. Tegen een andere mini-kandidaat in deze hoek, François Asselineau van l’Union populaire républicaine, die een ‘Frexit’ voorstond in 2017, loopt momenteel een gerechtelijk onderzoek wegens seksuele intimidatie. Dat maakt zijn kandidatuur, zo die al van betekenis is, onwaarschijnlijk.

Macron
En dan is er nog Emmanuel Macron zelf. Op zich heeft hij nu de beste papieren voor zijn eigen opvolging. Zijn populariteit is aangetrokken voor zijn aanpak rondom Covid-19, na een moeilijke periode van gele hesjes en protesten tegen pensioenhervormingen in 2018 en 2019. Hij wordt positief gewaardeerd door zo’n 35 tot 45% van de kiezers. Dat is niet enorm, maar ook niet onaardig in vergelijking met zijn voorgangers Sarkozy en Hollande. Daarnaast zou hij redelijk goed bij jonge kiezers liggen.

Kritisch bezien lijkt Macron af en toe een interim manager die tijdelijk is ingehuurd met een partij zonder sterke wortels bij het electoraat, wat het makkelijker maakt hem in te ruilen voor een ander. In tegenstelling tot de gemiddelde Fransman, houdt hij wel van hervormen en wie het daar niet mee eens is, legt hij het graag nog even omstandig uit. De gele hesjes hebben hem wel wakker geschud hebben over andere alledaagse zorgen die in het land leven. Het is goed mogelijk dat er desalniettemin een stille meerderheid bestaat, die het stiekem wel met hem eens is dat bijvoorbeeld iets aan het dure pensioenstelsel wordt gedaan. Zoals wel vaker gezegd in deze blog: Fransen zijn weinig geneigd om iets positiefs te zeggen over welke zittende president dan ook, maar kunnen hem zwijgend weer in het zadel hijsen.

Covid-19
Zijn herverkiezing zal mede afhangen van hoe Macron acteert in het post-Covid-19 tijdperk. Hij heeft nu toegezegd dat alle Fransen die dat willen, voor het einde van de zomer gevaccineerd zijn. Stel dat hierdoor het leven weer normaliseert en Macron daarom vanaf september 2021 doodleuk weer allerlei hervormingen oppakt, dan maakt hij het zichzelf erg moeilijk. Indien hij, als ware hij een naoorlogse president, het land na de coronacrisis in een wederopbouwmodus brengt voor de meest getroffen sectoren, maakt hij zich aantrekkelijker als presidentskandidaat. Veel potentiële presidentskandidaten zullen daarom ook afwachten hoe Frankrijk erbij staat wanneer de Covid-19 rookwolken zijn opgetrokken.