Miss Moneypenny

penelope-francois-fillon-2

De Franse presidentsverkiezingen van 2017 beloven de spannendste ooit te worden. Een paar maanden geleden leek het overzichtelijk: de rechtse Républicains winnen ruimschoots met hun onkreukbare François Fillon maar de extreemrechtse Marine Le Pen zorgt voor een grote schok door de tweede ronde te halen. De socialisten zijn met willekeurig welke kandidaat door hun zwakke president Hollande kansloos en diens afvallige minister Emmanuel Macron is een eendagsvlieg die te vroeg piekt. Met nog drie maanden te gaan, is het de schuchtere mevrouw Penelope Fillon – Penny voor intimi- die tegen haar wil de campagne op zijn kop zet.

Penelopegate
Met een onverwachte maar eclatante overwinning verslaat Fillon tijdens de rechtse voorverkiezingen in november 2016 de partijkannonen Juppé en Sarkozy. Al snel ontstaat echter gemor over zijn campagne, die maar niet van de grond komt. Door zijn ultraliberale beleid en onduidelijkheid over de sociale zekerheid, is hij op de inhoud kwetsbaar en moet hij het hebben van zijn imago als integere en rechtschapen familieman met zijn trouwe en discrete Penelope en hun vijf kinderen aan zijn zijde.

Hoewel de van oorsprong Britse Penelope Clarke is opgeleid tot advocaat, heeft zij dit beroep nooit uitgeoefend en bestaat het beeld dat zij zich uitsluitend wijdt aan haar gezin en de politieke carrière van haar echtgenoot. Het komt als een verassing wanneer het satirische weekblad Le Canard Enchaîné eind januari onthult dat Penelope Fillon van 1998 tot 2002 parlementair medewerker is van eerst haar echtgenoot als lid van de Assemblée Nationale en vervolgens tussen 2002 en 2007 van diens vervanger Marc Joulaud: Fillon is dan minister. Zij heeft volgens Le Canard Enchaîné meer dan 800.000 euro bruto salaris ontvangen, de periode 1988-1990 meegerekend toen Penelope ook medewerker van haar man was. Fillon bevestigt dat zijn vrouw voltijds voor hem werkte door teksten op te stellen, gasten te ontvangen en hem te vertegenwoordigen bij verenigingen en manifestaties.

Op zich is het legaal dat zij als parlementair medewerker voor haar echtgenoot werkt, maar heeft Penelope echt gewerkt? De biografe van François Fillon, Christine Kelly, weet niet beter dat Penelope huisvrouw is en noemt in haar boek Sylvie Fourmont de langst dienende medewerkster van Fillon. Een medewerkster van Fillons vervanger Joulaud verklaart op haar beurt nooit met Penelope Fillon te hebben gewerkt en kent haar alleen maar als ‘de vrouw van’. Behalve manlief heeft niemand in de pers verklaard zich wél te herinneren dat Penelope in die periode werkte.

Vlek op vlek
Fillon reageert als door een wesp gestoken. Hij weerspreekt de aantijgingen en gaat pal achter zijn vrouw staan. In zijn campagne heeft hij meerdere malen gezegd dat een presidentskandidaat die onderwerp is van justitieel onderzoek, zich dient terug te trekken. Hij geeft aan dat daadwerkelijk te doen als deze affaire daartoe leidt. Dat is een nobele uitspraak maar de daarop volgende ontwikkelingen maken het er niet beter op. Half februari blijkt of het Openbaar Ministerie voldoende aanknopingspunten heeft om een onderzoek te starten voor  het delict van misbruik van gemeenschapsgoederen. Zij verhoren voor die tijd ondermeer het echtpaar Fillon separaat, de medewerkster Fourmont, de biografe Kelly en de vervanger Joulaud. Ondertussen doet de Assemblée Nationale onderzoek, waar ondermeer naar voren komt dat Penelope geen mailadres bij het parlement had en geen toegangspas voor het parlementsgebouw. Klap op de vuurpijl is echter een interview met de Britse televisie uit 2007, dat op 1 februari jl. opduikt. Penelope verklaart “nooit de parlementaire assistent of iets dergelijks” van haar echtgenoot te zijn geweest.

Er is echter nog meer. Ook twee kinderen van Fillon waren in dienst toen hij tussen 2005 en 2007 senator was. Vader Fillon verklaart dat Marie en Charles Fillon toen advocaten waren. Weliswaar is dat nu het geval, maar toen waren zij slechts rechtenstudenten. En passant duikt nog een verborgen bijbaan op bij het bedrijf Ricol Lasteyrie, waarvoor Fillon sinds 2012 zo’n 200.000 euro ontving. In alle campagneretoriek spreekt Fillon van ‘stinkbommen’ en roept om het hardst dat de beschuldigingen een gemene manier zijn hem onder uit te halen, een aanval waar links achter zit. Hij had daar op bedacht moeten zijn voordat hij zich als nationaal kampioen integriteit profileerde.

Normaal of niet normaal?
In de Franse politiek zijn dergelijke affaires niet uitzonderlijk. Een kleine bloemlezing: president Chirac en zijn minister-president Juppé waren in de jaren ’90 verwikkeld in een zaak over fictieve banen voor partijgenoten bij de gemeente Parijs, waar Juppé voor veroordeeld is. President Sarkozy wordt achtervolgd door meerdere affaires, ondermeer omdat hij een tas contant geld van Oréal erfgename Bettencourt zou hebben aangepakt voor zijn campagne in 2007.  Sarkozy is echter nooit ergens voor veroordeeld. Op links is het niet veel anders: budgetminister Jérôme Cahuzac, verzweeg zijn Zwitserse bankrekening en moest in 2013 opstappen. De huidige staatssecretaris van Europese Zaken, Harlem Désir, is veroordeeld in 1998 omdat hij salaris ontving voor een spookbaan.

Terwijl het echtpaar Fillon al een weeklang voorpaginanieuws is, speelt op de achtergrond een kwestie rondom Marine Le Pen. Zij weigert het Europees Parlement het salaris van 300.000 euro voor een parlementair medewerker terug te geven, waarmee ze haar lijfwacht heeft betaald. Het houdt Franse kiezers niet noodzakelijkerwijs tegen om op een kandidaat te stemmen, maar Fillon heeft juist zijn vermeende integriteit tot unique selling point gemaakt. Penelopegate kan een kentering betekenen. Franse kiezers hebben steeds minder vertrouwen in de politiek en willen dit gedrag niet meer accepteren: politici moeten het goede voorbeeld geven. Er gaan steeds meer stemmen op om te verbieden dat familieleden voor politici werken om dit soort taferelen te voorkomen. Zo bezien is dat een positieve ontwikkeling en draagt het bij aan goed bestuur.

Hoe gaat dit aflopen? Indien alle direct betrokkenen verklaren dat Penelope Fillon wel degelijk voor haar geld heeft gewerkt, zij het op de achtergrond en niet vanuit Parijs, dan heeft het Openbaar Ministerie te weinig munitie voor een onderzoek. Het tv-fragment uit 2007 maakt die uitkomst echter twijfelachtig. Fillon blijft dan kandidaat voor Les Républicains, maar gaat gehavend de campagne in: zijn favorietenrol is hij sowieso kwijt. Indien blijkt dat het echtpaar Fillon gelogen heeft, kan Fillon ook nederig excuses aanbieden en kandidaat blijven. Dat zou hem echter totaal ongeloofwaardig maken.

Plan B
Een ander scenario drijft langzaam naar boven: Fillon wordt vervangen door een andere kandidaat. In de gelederen van Les Républicains gaan daar steeds meer stemmen voor op omdat Fillon de partij in zijn val meetrekt. Anderen blijven juist vierkant achter Fillon staan. Wanneer Fillon afhaakt, ontbreekt het aan tijd om een nieuwe voorverkiezing te organiseren en moet de partijleiding een nieuwe kandidaat aanwijzen. Het meest voor de hand liggend lijkt dan de nummer twee van de voorverkiezingen, Alain Juppé. Hij geeft aan dat hij niet beschikbaar meer is en probeert de gelederen gesloten te houden.

Er zingen nog drie andere namen rond. Het gaat om de 67-jarige zwaarlijvige senaatsvoorzitter Gérard Larcher, de 51-jarige minister van Arbeid van president Sarkozy, Xavier Bertrand, en de even oude François Baroin. Laatstgenoemde was verschillende keren minister, al twintig jaar burgemeester van Troyes en nu woordvoerder van Fillon. Zijn jonge uitstraling geeft hem goede papieren tegenover het jeugdige elan van de linkse Emmanuel Macron en de socialist Benoît Hamon. Deze beide heren doen het goed in de peilingen. Hamon spreekt aan met zijn moderne socialisme en heeft het image eerlijk te zijn. Macron, die in maart zijn langverwachte verkiezingsprogramma presenteert, zou zelfs tegenover Marine Le Pen op 7 mei in de tweede ronde staan en zo de verkiezingen winnen. Zo lijkt elke wending in deze verrassende verkiezingscampagne steeds maar weer goed uit te pakken voor één man: Macron.