Vijftig tinten links: Frankrijk kiest socialistische presidentskandidaat

000_jx2pm.primairegauchedeboutmain

Alsof dertien aangemelde kandidaten voor de Franse presidentsverkiezingen van 23 april en 7 mei nog niet genoeg is, wordt daar over twee weken een veertiende aan toegevoegd: de kandidaat namens le Parti Socialiste (PS) van François Hollande. Les primaires citoyennes van de PS en enkele splinterpartijen vinden plaats op 22 en 29 januari en gaat tussen zeven kandidaten, die gezamenlijk weer tot la belle alliance populaire behoren, waar echter weer niet alle linkse partijen in zitten. Wie wordt de socialistische kandidaat en wat betekent dat voor de kansen van links de volgende Franse president te leveren?

De ‘kleine’ kandidaten
Eerst even naar het achterhoedegevecht van de drie kandidaten die niet uit de PS voortkomen. Oud-minister van Volkshuisvesting Sylvia Pinel van le Parti Radical de Gauche is de jongste en enige vrouwelijke kandidaat maar in de tv-debatten ook de minst zichtbare. François de Rugy doet mee namens le Parti Ecologiste, waarvan hij voorzitter is en tevens parlementslid. Dit groene partijtje is speciaal opgericht voor deelname aan de regering Hollande. Dit in tegenstelling tot de andere groene partij, Europe Ecologie Les Verts (EELV), dat zich verzet tegen het milieubeleid van Hollande en Europarlementariër Yannick Jadot in een eigen voorverkiezing als presidentskandidaat koos. Het toont bij uitstek de versnippering aan. Tot slot de derde kandidaat : Jean-Luc Bennahmias van le Front Démocrate, die zijn eigen centrumlinkse partijtje in 2015 oprichtte. Met zijn clowneske optreden vrolijkt hij de debatten op, al weet hij niet altijd goed meer wat er in zijn eigen programma staat. Om dit drietal gelijk maar uit de droom te helpen: zij gaan deze voorverkiezing niet winnen en zelfs niet de tweede ronde halen, al krijgt De Rugy wel goede kritieken. Onbekendheid bij de kiezers en gebrek aan een grote partijorganisatie zoals die van de PS zijn hier debet aan.

De erfenis van Hollande
De vier socialisten hebben weer een andere handicap: zij zijn allen voormalige ministers van François Hollande, wiens presidentschap zo’n teleurstelling is dat zelfs hij zich niet voor een tweede termijn heeft gekandideerd. Hun partijgenoot afkraken verzwakt ook hun eigen positie, het oordeel over de termijn van Hollande verschilt dan ook sterk per kandidaat.

Oud-premier Manuel Valls (54 jaar) heeft het langst gediend onder Hollande en neemt de minste afstand. Hij hamert op zijn ervaring en wil links graag verenigen. Maar zoals een cabaretière hem zei: “het lukt u eerder de Beatles weer bij elkaar te brengen”. Valls heeft zijn partijgenoten vaak tegen zich in het harnas gejaagd door zijn opvliegende en autoritaire karakter. Hij heeft kwaad bloed gezet door een wet die mede het ontslagrecht versoepelt (la loi El Khomri) en die ook nog eens per decreet door het parlement is gedrukt. Van de vier socialisten is hij de enige die de strenge Europese afspraken over de migranten steunt: de andere drie tonen zich gastvrijer.

Begin december meldt zich verrassend genoeg Vincent Peillon. Deze oud-minister van Onderwijs, 56 jaar, en nu Europarlementariër is een wat raadselachtige kandidaat. Zijn bijdrage aan de debatten is analytisch, hij is vooral tegen Valls en hij komt over als een onvriendelijke schoolmeester. Peillon heeft een programma met vooral veel Europese accenten en wil graag een new deal om de Europese Unie nieuw leven in te blazen.

Tot nu toen heeft Peillon de meeste aandacht door zijn uitspraak over ‘zekere mensen’ die moslims wegzetten als radicalen en in een vergelijkbare positie brengen als de Joden tijdens de Tweede Wereldoorlog. Maar ook in Frankrijk geldt: never mention the war. Hij wordt overigens gesteund door Anne Hildago, burgemeester van Parijs en…… Mazarine Pingeot, de buitenechtelijke dochter van François Mitterrand.

De 54-jarige Arnaud Montebourg (minister van Economische Zaken) en 49-jarige Benoît Hamon (opvolger van Peillon als minister van Onderwijs) verlieten in 2014 de regering uit onvrede met het sociaal-economische beleid: zij staan een socialer beleid voor. Aan het begin van de campagne afgelopen zomer leek deze heren twee voor de prijs van één, waarbij de rustige Hamon in de schaduw lijkt te staan naast de flamboyante Montebourg, die in Frankrijk veel bekendheid geniet.

Montebourg profileert zich als anti-Hollandekandidaat en heeft zijn presidentiële uitstraling mee. Vijf jaar geleden was hij er ook al bij en werd toen niet onverdienstelijk derde tijdens de voorverkiezing. Zijn befaamde flair lijkt hij deze campagne te onderdrukken, waardoor hij meer beheerst overkomt. Montebourg slaagt er echter minder in dan Hamon om inhoudelijke thema’s voor het voetlicht te brengen: zijn stokpaardje, le Made in France, waarbij hij consumenten aanmoedigt Franse producten te kopen, speelt niet zo’n rol meer. Hij wil in ieder geval de arbeidswet met het versoepelde ontslagrecht afschaffen en is niet gehecht aan de Brusselse norm van drie procent begrotingstekort.

Hamon ontpopt zich daarentegen als de man met nieuwe ideeën die het socialisme een modern maar wel sociaal gezicht wil geven. Zijn voorstellen vormen vaak de basis voor discussie in de televisiedebatten. Hij is bijvoorbeeld voorstander van een basisinkomen, een humanitair visum voor vluchtelingen, legalisering van softdrugs en een belasting op robots. Hij is goed in staat om kalm en vriendelijk zijn voorstellen te onderbouwen, al is niet iedereen enthousiast over zijn robotbelasting. En niet onbelangrijk: hij spreekt veel jongeren aan. Hamon kan daarmee zomaar de grote verrassing worden van deze primaires citoyennes.

Wie wint de voorverkiezing?
Met nog het derde tv-debat te gaan, tekent zich de voorhoede af. Valls, Montebourg en Hamon maken de meeste kans de tweede ronde te bereiken op 29 januari. Inhoudelijk staan de laatste twee dicht bij elkaar, zodat de optelsom van hun aanhang en die van Peillon in de tweede ronde Valls zomaar de overwinning ontnemen. In peilingen doet Hamon het iets beter bij de linkse achterban, Montebourg is onder alle Fransen populairder.

Ongeacht wie van deze drie wint: hij begint de presidentscampagne sowieso vanuit een grote achterstand. Om maar eens te illustreren hoe de PS vlag erbij hangt: in de peilingen moet willekeurig welke socialistische kandidaat maar liefst vier andere kandidaten voor zich dulden, terwijl decennialang de PS altijd de nummer 1 of 2 was. De PS wacht nu slechts een bijrol tenzij in de campagne zij andere linkse concurrenten voorbij streeft.

De linkse concurrentie
En linkse concurrenten zijn er in overvloed.Traditiegetrouw zijn er altijd een heuse Trotskistische en een Leninistische kandidaat : fabrieksarbeider Phillipe Poutou (Nouveau Parti Anticapitaliste) en lerares Nathalie Arnaud (Lutte Ouvrière). Net als Jadot van de groene EELV zullen die hooguit enkele procentpunten bij elkaar sprokkelen. Het zijn echter twee andere kandidaten die veel kiezers wegtrekken bij de PS. Om te beginnen is dat boze buurman Jean-Luc Melenchon en zijn France insoumise (het eigenzinnige Frankrijk), die een klassiek socialisme nastreeft: hij staat links van de PS, die hij hard aanpakt: een PS kandidaat is volgens hem overbodig bij gebrek aan duidelijk project en electoraal voordeel.

Macron: still going strong

Met open mond kijken de Fransen vooral naar een nieuwe rijzende ster die zich in het linkse politieke spectrum nestelt. De oud-minister van Economische Zaken, Emmanuel Macron, heeft zijn eigen linkse beweging En Marche! Met zijn Kennedy-achtige allure trekt de 39-jarige letterlijk volle zalen en krijgt voortdurend veel media-aandacht met zijn gematigde programma, waarbij werkgelegenheid centraal staat. Dat spreekt zowel gematigd links aan als de centrumpartijen en de linkerflank van Les Républicains.

Indien Valls het onderspit delft in les primaires citoyens, hebben de voorverkiezingen bij zowel links als rechts de politieke carrières beëindigd van vier staatsmannen: Sarkozy, Hollande, Juppé en Valls. Afgezien van de groeiende steun voor het Front National kiezen de Fransen vooralsnog niet voor het populisme, maar is wel behoefte aan een nieuwe generatie politici, zoals de opkomst van Macron het meest duidelijk maakt.

Tegenstanders die beweren dat Macron een zeepbel is die elk moment doorgeprikt kan worden, beseffen dat hij toch een solide basis heeft. Hij is na Marine Le Pen van het Front National en François Fillon van Les Républicains al maandenlang de nummer 3 in de peilingen en zou afgemeten aan zijn huidige populariteit zelfs de tweede ronde halen ten koste van Le Pen. Met de achterban van Melenchon, de PS en de kleine linkse partijen kan hij in de tweede ronde nog ver komen. Als het nog wat wordt met links op 7 mei 2017, dan is het dankzij Macron.