Ome Xi de bondscoach: voetbal als afspiegeling van de Chinese politiek

In China is sport altijd politiek; voetbal als afspiegeling van de Chinese politiek

Deze blog gaat de hits voor Political Minds in één klap verdubbelen; het onderwerp is namelijk voetbal. Of preciezer; de relatie tussen politiek en voetbal in China. Wie de afgelopen tijd iets over China heeft gelezen of gezien heeft zijn voetbalhelden voor veel geld naar het Rijk van het Midden zien vertrekken of zich opgewonden over geld dat maar niet vanuit China naar ADO Den Haag stroomde. Tijdens de laatste transferperiode kochten Chinese Super League clubs voor €337 miljoen nieuwe spelers; meer dan iedere Europese competitie. Voor rijke Chinezen lijkt het bezit van een Europese voetbalclub het ultieme statussymbool. President Xi Jinping heeft na de Olympische Spelen zijn zinnen gezet op het Wereldkampioenschap: niet alleen op de organisatie, maar ook op de Cup! Dominantie in het voetbal als economisch en politiek model? 

Voetbal is in China niet zomaar een spelletjeChinese_football

De intieme relatie tussen sport en politiek gaat in China terug tot het einde van de burgeroorlog en de machtsovername van de CCP in 1949. In 2001 schreven Dong Jinxia en J.A. Mangan voor Soccer & Society een artikel over voetbal in het nieuwe China. Ook in 1949 al was voetbal de grootste wereldwijde sport en het podium waarop het nieuwe China zich wilde tonen aan de wereld. Via prestaties op het voetbalveld wilden de Chinese machthebbers het gelijk van hun politieke ideologie aantonen. Voetbal was niet zomaar een spelletje: overwinningen op het voetbalveld moesten de Japanse en Westerse koloniale overheersing wreken. Nationalisme en voetbal zijn in China nauw verbonden en beiden lijken politieke instrumenten in de handen van de communistische leiders. Direct na de machtsovername door de communisten begon de grote reconstructie van de Chinese maatschappij en ook van alle sport. Net als de rest van de samenleving werden alle sporten halverwege de jaren ’50 sterk gecentraliseerd. Vrijwillige sportverenigingen verdwenen en werden vervangen door clubs die door de overheid werden gecontroleerd en gefinancierd. China riep de hulp in van bevriende communistische landen: het ongenaakbare Hongaarse voetbalelftal uit de jaren ’50, de Magische Magyars met de oppermagiër Ferenc Pushkas in zijn gelederen, reisde naar China en een elftal Chinezen trainde anderhalf jaar lang in Hongarije.Chinese_football

Baten deed het niet. Eerst wierp de Culturele Revolutie het Chinese voetbal net als de rest van de maatschappij terug in de tijd. Voetballers wiens koppen boven het maaiveld uitstaken waren verdacht; zeker als ze in het buitenland hadden gevoetbald. Maar ook na de economische hervormingen die volgden op de dood van Mao, bleef China een stakker op het voetbalveld. Sportclubs commercialiseerden en de overheid moedigde sponsoring van voetbalclubs aan. Terwijl Chinese sporters in allerlei disciplines de wereldtop bestormden lukte het de Chinese voetballers niet om indruk te maken. Sterker nog: terwijl Japan en Zuid-Korea het wereldkampioenschap in 2002 organiseerden (waar Zuid Korea onder leiding van Guus Hiddink tot de halve finales reikte), verloren de Chinezen alle wedstrijden op het enige WK waarvoor zij zich wisten te kwalificeren. Ondanks het enorme potentieel aan voetballers onder de meer dan 1,3 miljard Chinezen, bezet China momenteel slechts de 96e plaats op de FIFA wereldranglijst; een paar plekken lager zelfs dan Noord Korea (94e). En erger nog: de top van de ranglijst wordt nog steeds gedomineerd door het kapitalistische westen; België, Duitsland en Spanje.

Ome Xi grijpt in Die situatie kon het economisch steeds sterkere China niet laten bestaan. Het waren de eerste jaren van een nieuwe eeuw en de jonge gouverneur van de provincie Fujian was de vernedering zat. Xi Jinping begon te werken aan een plan om het Chinese voetbal naar een hoger plan te brengen. De huidige Chinese president is van jongs af aan een groot voetbalfan en een buitenlands bezoek zal niet voorbijgaan zonder een bezoek aan een lokale grote club, een selfie met beroemde spelers (Aguero, Manchester City) of de overhandiging van een shirt met zijn naam erop (Bayer Leverkussen, LA Galaxy, Engeland). Evenals de Chinese economie onder Deng Xiaoping, moest blootstelling aan internationale invloeden het Chinese voetbal een stevige impuls geven. En zo maakten de Hongaren en Russen plaats voor het internationale ‘sterren’ ensemble Didier Drogba, Tim Cahill, Paulinho, Robinho, Demba Ba, Jackson Martinez en Alex Teixeira. In 2013 stelde China het ultieme commerciele voetbaluithangbord, David Beckham, aan als voetbalambassadeur. Tegelijkertijd kopen Chinese zakenmannen aan de lopende band belangen in Westerse voetbalclubs: in Engeland (Manchester City), Frankrijk (Sochaux), Nederland (ADO Den Haag), Spanje (Atletico Madrid, Espanyol) en Tsjechië (Slavia Praag) hebben clubs nu te maken met Chinese aandeelhouders of eigenaren. Tegelijkertijd speelt het onderwijs een cruciale rol in de plannen van de president. Xi’splannen voorzien in tienduizenden nieuwe velden, verplichte voetbaltraining op school en 50.000 voetbalacademies voor China’s voetbaltalenten. Investeringen door Chinese tycoons lijken ook gericht op het verkrijgen van de noodzakelijke kennis om het Chinese voetbal te versterken. Bij ADO Den Haag ontstond al snel consternatie toen de nieuwe eigenaar Wang Chinese assistent coaches op de Haagse bank wilde benoemen. Het is de vraag hoever de liefde voor de sport van Chinese grootkapitalisten echt gaat; zou Wang een poster van ADO naast zijn bed hebben hangen? Of spelen China’s superrijken het spel van President Xi mee en kopen zij hun invloed en goede relaties via de Europese voetbalvelden? De rijkste Chinees, Wang Jianlin, eigenaar van de Wanda Group en investeerder in Atletico Madrid schreef openlijk dat “the government leaders care about it very much, and the Chinese administration of sports made several appeals, so I came back and am offering support for Chinese football.” Een paar dagen geleden verwelkomde de FIFA de Wanda Group bovendien als één van de nieuwe sponsoren.

Commercieel en politiek belang vallen samen En zo vormt het Chinese voetbal een aardige afspiegeling van het huidige China. Typerend daarbij is hoe commercieel belang en politiek belang samen lijken te vallen: China is een enorme sportmarkt en via die markt kunnen nationalistische doelstellingen worden bereikt. Sommige schattingen stellen dat de sportmarkt in 2025 $850 miljard groot zal zijn. Ondanks de verschrikkelijke notering op de internationale ranglijsten sloot Nike een lucratief contract met de Chinese voetbalbond voor sponsoring van het Chinese nationale elftal. Real Madrid, Internationale (Milan), Manchester United en Bayern Munchen touren in de zomermaanden (als economische missies van bedrijven) door Azië om hun fans te bedienen en nog meer merchandise te verkopen. Die fans vinden hun favoriete Europese clubs ook steeds vaker in het Mandarijn op internet of Weibo. De Chinese overheid wil op het wereldwijde voetbaltoneel, net als op het geopolitieke toneel, het respect krijgen dat zij op basis van haar omvang meent te verdienen. Via private bedrijven en (nieuwe) internationale organisaties weet de Chinese overheid die markt naar zijn hand te zetten.

China looks to have the financial power to move a whole league of Europe to China,” zei Arsenal manager Arsene Wenger over de recente koopwoede van de Chinese voetbalclubs. Het was een echo van eerder geuite bezorgdheid van Westerse landen over onder andere de groeiende Chinese militaire investeringen en de oprichting van de Aziatische investeringsbank. Tegelijkertijd vergeet Wenger dat hij al jaren acteert in een competitie die door Nederlandse voetballiefhebbers als eenzelfde bedreiging werd bekeken. De jarenlange dominantie van de Washington Consensus maakt plaats voor een nieuw evenwicht. Russische oligarchen maken plaats voor Chinese tycoons. En zo zal ook het mondiale voetbal op zoek gaan naar een nieuw evenwicht.