Politieke titanenstrijd om #Brexit barst los – maar wie wint?

De kogel is door de kerk. Op 23 juni staan de Britten voor de meest fundamentele keuze in de recente geschiedenis: blijven we in de Europese Unie of houdt de macht van Brussel voortaan bij Calais en Hoek van Holland op? Westminster valt uiteen in twee kampen en politici moeten kleur bekennen. Er ontstaan twee ongemakkelijke coalities van rechts en links, waar vijanden vrienden worden en vice versa. In een voor politieke junkies verrukkelijk subplot, staat naast het lidmaatschap van de Europese Unie nog iets heel anders op het spel: de sleutels van 10 Downing Street.

Cameron riskeert alles om in EU te blijven

Een fundamentele discussie over het Britse lidmaatschap van de EU is een langgekoesterde wens van een deel van de Conservatieve partij. In het vorige kabinet met de eurofiele LibDems, kon David Cameron, die zelf pro-EU is, deze stroming onder het mom van het belang van de coalitieverhoudingen in toom houden. Toen Cameron in mei echter uit het niets een absolute meerderheid won, was er geen excuus meer en was een referendum onhoudbaar. Waar dit in eerste instantie niet zo’n probleem leek voor Cameron, omdat een overgroot deel van het Britse volk het EU-lidmaatschap prima vond, hebben de recente EU-crises het allemaal een stuk minder vanzelfsprekend gemaakt dat het referendum de kant van Cameron op zou vallen. En dus toog Cameron naar Brussel om zijn mede-regeringsleiders te waarschuwen dat hij meer munitie nodig heeft om een catastrofale uiteenvalling van de Unie te voorkomen.  Met wallen onder de ogen kwam hij zaterdag triomfantelijk terug in Londen. Onder andere op het gebied van het beperken van sociale rechten voor vluchtelingen en EU-migranten – een doorn in het oog van zijn partij – sloot Cameron immers een akkoord met leiders van de andere 28 lidstaten, die ervoor moet zorgen dat de relatie tussen de EU en een van haar belangrijkste leden zakelijker wordt, met meer nadruk op de elementen van internationale samenwerking, die zijn achterban wel belangrijk vindt.

Door deze strategie te kiezen heeft Cameron zijn lot verbonden aan de uitslag van het (bindende) referendum. Het is immers net zo goed een referendum over het akkoord van Cameron, die bij verlies de geschiedenis in zal gaan als de premier die tegen zijn eigen wil zijn land de Unie uit moet loodsen. Cameron is er dus alles aan gelegen om het referendum te winnen. Aan zijn zijde vindt hij 23 van de 29 leden van zijn Kabinet. Belangrijke spelers als Teresa May en George Osbourne steunen hun baas onvoorwaardelijk. Maar ook bijvoorbeeld de linkse Labourleider Jeremy Corbyn gaat campagne voeren om binnen de EU te blijven. Ook in het voorkamp: militante vakbonden en de lobbyclubs van het grootkapitaal. Een coalitie, kortom, waar iedere politicus van zou dromen. Maar niets is zo zonnig als het lijkt voor Cameron. En dat heeft alles te maken met de grootste afwezige in zijn kamp.

De hofnar ruikt bloed en wil koning worden

Het gaat namelijk vandaag, de dag dat Cameron hoopte dat zijn vlammende optreden vanochtend bij Andrew Marr – zeg maar de Buitenhof van het VK – het nieuws zou domineren, over een andere Conservatief: de machtige en populaire burgemeester van Londen Boris Johnson. Waar de rest van de top van de Conservatieven op zaterdag al kant koos, liet Boris lang in het midden in welk kamp hij zou plaatsnemen. Dat viel ook niet aan eerdere uitspraken af te leiden. Boris heeft weliswaar een bijna oneindig opus aan boeken en columns geschreven, maar op een echt fundamentele mening is hij zelden te betrappen. Zijn mening is nogal fluïde en vaak afhankelijk van de politieke context. En nog nooit gold dat zo erg als bij deze beslissing.

Boris Johnson
Boris Johnson

Als geraffineerd politicus liet hij door niets te zeggen ware hype ontstaan rondom zijn positionering. Toen de speculatie een hoogtepunt bereikte kwam rond het avondeten het hoge woord eruit: Boris sluit zich aan bij het nee-kamp. Hiermee komt een vurige wens van het nee-kamp, dat op zaterdag met minister Michael Gove ook al een grote vis binnenhaalde, in vervulling. ‘BoJo’, of ‘BoGo’, zoals hij inmiddels genoemd wordt, is het missende puzzelstukje in de Brexit-campagne. De rest van de puzzel was al af. Mediamagnaat Rupert Murdoch, die niets moet hebben van monopolie-bestrijdende Brusselse ambtenaren, gebruikt zijn breedgelezen kranten om de draak te steken met Cameron en de EU. Met Nigel Farage heeft het nee-kamp iemand die het deel van de Britse bevolking dat intrinsiek euroskeptisch is aan zich kan binden. Labourveteraan Kate Hoey vertegenwoordigt de uitgesproken linkse kiezer, die zich zorgen maakt over de uitholling van sociale rechten door Europese regelgeving. Daarnaast zorgt Business for Britain ervoor dat ook het euroskeptisch bedrijfsleven een stem heeft. Wat er nog miste was alom bekend figuur die de twijfelaars in de middenklasse over de streep kan trekken. Bijkomend voordeel kan zijn dat een politieke kolos als Boris ervoor kan zorgen dat de strijd tussen verschillende Brexit-groepen tot het verleden behoort.

Maar Boris betreedt dit podium niet zomaar. Ondanks zijn looks en onbehouwen stijl is Boris een niet te onderschatten factor in de Britse politiek. Sterker nog: hij wordt regelmatig getipt als opvolger van Cameron. En dat is ook precies de reden dat hij kiest voor het nee-kamp. Het geeft hem een podium Cameron openlijk onder vuur te nemen, zonder beticht te kunnen worden van disloyaliteit aan zijn partij. Het referendum is immers een vrije kwestie. En het voordeel voor Boris is dat zijn lot niet afhangt van de uitslag. Beide uitslagen zijn hem gunstig gezind. Als kamp-Brexit wint is Cameron uitgespeeld en dient zich een gouden kans aan om op de golf van zijn succes het stokje over te nemen bij de volgende verkiezingen. Wint kamp-Cameron echter – en volgens de bookmakers is dit waarschijnlijker – is er geen man over boord. Sterker nog, ook dit biedt een kans. Cameron heeft al aangegeven niet nog een termijn door te willen en Boris zal bij de opvolging uiteraard kunnen rekenen op het deel van de partij dat de wonden likt na de nederlaag in het referendum. Maar nog belangrijker: hij zal zich kunnen presenteren als een man die niet terugdeinst van een uitdaging, ook als dat betekent dat hij strijdend ten onder gaat. En Britten houden van een underdog. Zoals de Schotse nationalisten na het verliezen van het onafhankelijkheidsreferendum een eclatante verkiezingsoverwinning boekten, kan Boris dankbaar profiteren van de gunfactor die hij als verliezer zal hebben om zijn lang gedroomde wens in vervulling te doen gaan. Dat hij daarbij het EU-lidmaatschap op het spel zet, neemt hij op de koop toe.