Vrede, (on)veiligheid en verkiezingen in Myanmar

BirmaNog twee weken. Dan zijn er historische verkiezingen in Myanmar. Als er geen gekke dingen gebeuren tenminste. Eerder deze week bleek dat het verstandig is daar nog steeds rekening mee te houden. Terwijl de campagnes in volle omvang zijn losgebarsten, werpen vrede en (on)veiligheid hun schaduw over de verkiezingen.

Eerst kondigde de Myanmarese Kiesraad aan dat in meer dan 600 dorpen helemaal geen verkiezingen zullen plaatsvinden, omdat de staat de veiligheid daar niet kan garanderen of überhaupt niet aanwezig is. Conflicten met etnische groepen maken er de boel onveilig of etnische legers maken er simpelweg de dienst uit. Vijf zetels in het parlement zullen in ieder geval onbezet blijven.

Uitstel of afstel

Vlak daarna volgde een proefballonnetje om de verkiezingen in zijn geheel – of in grote delen van het land – uit te stellen, vanwege de schade door overstromingen. Campagnevoeren of stembiljetten bezorgen in uitgestrekte (berg)gebieden waar veel wegen zijn weggespoeld is ondoenlijk, zo luidde de redenering. De National League for Democracy (NLD) van Aung San Suu Kyi zag een nauwverholen poging het momentum uit hun campagne te halen en merkte fijntjes op dat het referendum om de gewraakte Grondwet van 2008 te ratificeren, gewoon doorgang vond na de veel grotere ravage van cycloon Nargis. De rest van de geconsulteerde partijen vond uitstel echter een goed idee of geen probleem.

Om onverklaarbare redenen – zelfs de staatskrant sprak van een ‘u-turn’ – besloot de Kiesraad het voornemen niet door te zetten. Een deel van het kwaad was toen al geschied: het wantrouwen over de toekomst van de democratisering werd flink aangewakkerd. De NLD-verkiezingsoverwinning van 1990 die nooit in parlementszetels werd omgezet en de wijdverspreide fraude in 2010, liggen nog vers in het geheugen.

Het (niet zo) Nationwide Ceasefire Agreement

De Union Solidarity and Development Party (USDP), de voornaamste tegenstrever van de NLD en de partij van de zittende president Thein Sein, had ondertussen een goede week. Na bijna 2 jaar onderhandelen kon president Sein claimen een belangrijke verkiezingsbelofte in te lossen: het Nationwide Ceasefire Agreement is getekend. Opgeluisterd door de aanwezigheid van 800 (inter)nationale getuigen, pakte de regering groots uit om dit succes vlak voor de verkiezingen te vieren. Aung San Suu Kyi besloot de ceremonie niet bij te wonen en bleef op de campaigntrail.

Sceptische stemmen benadrukken overigens dat het eerder om een regionaal staakt-het-vuren akkoord gaat. Slechts acht van de zeventien onderhandelende etnische legers zetten uiteindelijk hun handtekening, terwijl drie andere nooit aan de gesprekken hebben deelgenomen. Vrijwel alle ondertekenaars komen uit het Zuidoosten van Myanmar en hadden al een bilateraal akkoord getekend. Herhaalde pogingen van de etnische legers om als gezamenlijk front te opereren strandden de afgelopen weken: de machtige Kachin (ruim 10.000 manschappen) en Wa (zo’n 30.000) bleven buiten het akkoord. Sterker nog, de gevechten tussen het nationale leger en etnische groepen in het noorden van het land lijken juist te verhevigen. Hardop wordt er gefluisterd dat dit precies de ‘verdeel en heers’-tactiek is waar het leger op uit was.

Electorale motieven en begrijpelijk cynisme ten spijt, valt elke opening om een van de langste burgeroorlogen ter wereld te beëindigen toe te juichen. De komende maanden en jaren moet blijken wat de mooie woorden en handtekeningen waard zijn. De onderhandelingen over een permanent vredesakkoord dat moet leiden tot demobilisatie, een federale staat en eerlijker verdeling van natuurlijke rijkdommen, gaat nu pas echt beginnen. Die veranderingen moeten uiteindelijk leiden tot een herziening van de grondwet. In eerste instantie door het parlement waar het leger een veto houdt op dergelijke besluiten en waar de NLD straks waarschijnlijk een belangrijke – zo niet dominante – factor zal zijn. Als de verkiezingen op 8 november doorgaan zoals gepland natuurlijk.

Joost Sneller woont en werkt in Myanmar en werkte in het verleden in de Tweede Kamer in Den Haag.