Minderheid zonder stemrecht als campagnethema Myanmar?

Barack_Obama_meets_with_Aung_San_Suu_Kyi_Sept__19,_2012Als Myanmar in het Nederlandse nieuws is, weet je dat het mis is. Zo haalde recent de semi-coup in dit semi-democratische land de media. In mei, aan het begin van het regenseizoen, verschenen berichten over bootvluchtelingen die naar landen als Maleisië en Thailand probeerden te varen. Zoals vaker in dit soort gevallen werden de schrijnende gevolgen belicht, maar kregen de minstens even schrijnende oorzaken minder aandacht. Wie waren deze mensen, en welke rol spelen ze in de verkiezingscampagne?

Het R-woord

Ze bestaan overal: verboden woorden, die voor mensen uit andere landen om moeilijk invoelbare redenen taboe zijn. In Myanmar is dit het R-woord. Het gebruik ervan kwam de VN Speciale Rapporteur voor de Mensenrechten in Myanmar op een weinig diplomatieke of eerbiedwaardige uitbrander (’een trut en een hoer’) van de boeddhistische monnik Wirathu te staan, terwijl het ministerie van Buitenlandse Zaken per persbericht liet weten: “Myanmar continues to reject use of ‘Rohingya‘ since the people of Myanmar do not recognize that invented terminology”. De eerste census sinds 30 jaar erkende dit label dan ook niet.

Zonder volledig te zijn: Rohingya zijn een moslim-minderheid, die voornamelijk in Bangladesh en Myanmar wonen. In het verleden pendelden ze als seizoenarbeiders tussen die twee landen – slechts gescheiden door een boottocht van 45 minuten – maar velen settelden zich uiteindelijk permanent. Aan deze kant van de Bengaalse baai wonen er ongeveer 1 miljoen in de provincie Rakhine (ook bekend als Arakan), die genoemd is naar de etnische – boeddhistische – groep waarvan er daar ongeveer 2 miljoen wonen. Maar cruciaal om hun perspectief te begrijpen: de Rakhine zijn zelf lange tijd overheerst door de dominante – ook boeddhistische – etnische groep de Bamar (ongeveer 80 procent va de bevolking en de etymologische oorsprong van Birma en Myanmar). Deze geschiedenis maakt de Rakhine extra bang om ook in hun eigen provincie een minderheid te worden onder andere via vermeende hogere geboortecijfers van moslims en (illegale) immigratie.

Zo complex als de historische en culturele achtergrond, zo simpel is de electorale logica. In dit verkiezingsjaar is het politieke zelfmoord om de mensen die zichzelf als Rohingya identificeren, te verdedigen. Dat geldt ook voor Nobelprijswinnaar Aung San Suu Kyi, die door mede-laureaten Desmond Tutu en de Dalai Lama werd opgeroepen zich uit te spreken.

Genocide begint nooit met massamoord

Nadat in 2012 op verschillende plekken – religieus-geïnspireerde, maar ook politiek gemotiveerde – rellen tussen moslims en boeddhisten uitbraken, zijn honderdduizenden Rohingya ‘voor hun eigen veiligheid’ in opvangkampen gezet. En daar zitten ze nog steeds. Behalve de economische, mentale en fysieke verzwakking door langdurig verblijf in mensonterende omstandigheden, is er sindsdien ook een voortdurende campagne gaande om hun rechten verder in te perken. Deze campagne wordt aangejaagd door een groep activistische, nationalistische, boeddhistische – en met name Bamar – monniken die het ‘Committee for the Protection of Nationality and Religion’ (Ma Ba Tha) leiden en ongelooflijk veel invloed op het regeringsbeleid hebben.

Hun voorlopige pièce de résistance is een door het parlement gejaagd pakket wetgeving dat met veel gevoel voor framing de ‘Protection of race and religion bills’ wordt genoemd. Deze vier wetten geven de overheid onder andere de mogelijkheid om in ‘speciale zones’ geboortebeperking af te dwingen en werpen barrières op om van geloof te veranderen of met iemand van een ander geloof te trouwen. Deze wetgeving grijpt niet alleen op de geloofsvrijheid (en het recht om afvallig te zijn) in, maar ook op vrije partnerkeuze en het zelfbeschikkingsrecht van vrouwen. Kritiek van Amnesty of de EU vindt vooralsnog weinig gehoor. Naast de sociale rechten, zijn ook de politieke rechten van Rohingya’s ingeperkt – of misschien accurater: afgepakt. Door een serie onnavolgbare manoeuvres is het stemrecht van deze groep – ongeveer 1 miljoen mensen – door de overheid afgenomen, terwijl ze in 2010 nog een belangrijke steunpilaar van de regeringspartij USDP tegen de provinciale etnische Rakhine partij waren. De vraag welk perspectief deze mensen dan nog rest wordt steeds acuter. Zoals de Nederlandse journaliste Minka Nijhuis Twitterde: “Ze kunnen nergens heen,” zei ik tegen Birmees in Sittwe. “Jawel hoor,” wees hij, “Daar, de zee op.”

Gevecht tegen het extreme

Volgens sommigen gaat het om een pre-genocidale situatie, terwijl anderen stellen dat internationaal rechtelijk zelfs al sprake is van genocide. Het lijkt erop dat een nieuw gevonden vrijheid van meningsuiting in dit geval vooral mogelijkheden biedt om de onderdrukking van deze minderheid te bepleiten, terwijl democratie wordt versmald tot het recht van 50 procent plus 1 om de regels te dicteren. Het stadium van ‘fight the extreme, while it is still extreme’ is ten aanzien van deze vorm van boeddhistisch nationalisme allang gepasseerd. Gezien de brede publieke steun daarvoor, verhevigt de logica van deze verkiezingscampagne nu die tendensen. Zolang het over dit onderwerp gaat, verdwijnen andere kwesties van de agenda – armoede, politieke hervormingen, federalisme – waar de NLD of kleinere etnische partijen het liever over zou hebben. Bovendien is een beetje strijd met internationale organisaties (en wat tot voor kort ‘neokolonialisten’ heetten in de staatsmedia) ook wel gunstig voor partijen die de concurrentie aan moeten met de immens populaire Aung San Suu Kyi die in India en Engeland naar school ging en uitgesloten is van het presidentschap omdat haar zoons Brits zijn.

Voor westerse buitenstaanders is het ondertussen navigeren tussen, enerzijds, Zimbardo’s overtuigende theorieën en de lessen van Rwanda en, anderzijds, respect voor binnenlandse afwegingen en het besef dat buitenlandse inmenging vaak contraproductief uitpakt. Als de internationale gemeenschap mensenrechten serieus neemt, dan is het de hoogste tijd om een streep in het zand te trekken: tot hier en niet verder. Daarvoor zullen de Rohingya waarschijnlijk eerst weer de headlines van de internationale media moeten halen. Dat betekent dat het eerst erger moet worden, voordat het beter wordt.

Joost Sneller woont en werkt in Myanmar en werkte in het verleden in de Tweede Kamer in Den Haag.