De Chinese Communistische Inquisitie

Power tends to corrupt, and absolute power corrupts absolutely” (Lord Acton, Letter to Mandell Creighton)

President Xi Jinping voert de meest felle anti-corruptiecampagne uit de geschiedenis van China. Corruptie in China komt voort uit de centrale macht van de CCP over de Chinese staat. Wie corruptie dus echt wil aanpakken, moet het politieke systeem hervormen. En dat is precies wat Xi Jinping niet wil: zijn ‘anti-corruptiestrijd’ is gericht op behoud van de macht van de CCP en het versterken van zijn positie als absolute leider binnen de partij. De anti-corruptiestrijd als politiek instrument?

De Chinese President Xi Jinping voert een hevige strijd tegen corruptie binnen de Chinese Communistische Partij (CCP). Sinds zijn aantreden in 2012 zijn meer dan 100.000 Chinese ambtenaren vervolgd. Xi jaagt op “tijgers” en “muggen”: niet alleen de lagere ambtenaren in de provincies ver van Beijing (“muggen”), maar ook de hoogste bestuurders in het Politburo (“tijgers”) zijn niet veilig. Honderdduizenden inspecteurs van de CCP speuren het land af op zoek naar corrupte partijgenoten. Zelfs het leger, lange tijd een onneembare vesting, blijft niet buiten schot: vijftien generaals en andere hoge officieren staan onder verdenking van corruptie. Vluchten kan niet meer: de inspecteurs houden niet langer halt bij de grens. Interpol vaardigt aanhoudingsbevelen uit voor gevluchte Chinese bestuurders en zelfs de kapitalistische aartsvijand Amerika zoekt mee. Na iedere arrestatie volgen in de People’s Daily, de spreekbuis van de CCP, beeldende berichten over de enorme rijkdom die door de arrestant werd vergaard: zo waren tien vrachtwagens nodig om de stapels jade, goud en cash uit het huis van Generaal Xu Caihou te verplaatsen en raakten vier telmachines oververhit die het geld in het huis van Wei Pengyuan, een hooggeplaatste ambtenaar op het ministerie van energie, moesten tellen. Zelfs de Westerse kranten en televisie kregen geen genoeg van de ondergang van Bo Xilai; de succesvolle burgemeester van Chongqing, zoon van één van de oprichters van de CCP, wiens vrouw een vermeende Britse spion vermoordde. Of van het einde van Ling Jihua, wiens zoon verongelukte in een Ferrari met twee schaars geklede dames. De tijgerjacht van President Xi Jinping moest toen zijn hoogtepunt nog bereiken. Op 4 april maakte de CCP bekend dat Zhou Yonkang, voormalig lid van het Staand Comite van het Politburo, werd vervolgd vanwege corruptie. Nog nooit eerder durfde een President het aan een zo hooggeplaatst ambtenaar te vervolgen.

Is het nu dan erger dan ooit?

Corruptie is geen nieuw fenomeen in China. Iedere Chinees kent het verhaal van Heshen, de meest corrupte ambtenaar ooit. Heshen werkte zich op jonge leeftijd op van lijfwacht van de Qianlong keizer (1735 – 1796), éen van de machtigste keizers in de Chinese geschiedenis, tot de hoogste financiële bestuurder van het keizerrijk. Toen zijn zoon trouwde met de favoriete dochter van de keizer, werden zijn formele en informele macht bijna eindeloos groot. Heshen misbruikte zijn positie om voortdurend de belastingen te verhogen om zijn eigen zakken te vullen. In de vierentwintig jaar tot zijn val, vergaarde Heshen een vermogen van vijftien keer het jaarinkomen van het volledige keizerrijk. Het leidde tot grote armoede en hongersnood onder de Chinese bevolking en de val van de Qing dynastie.

Toch is de situatie nu zo ernstig dat Heshen, “als hij zou herrijzen, van schaamte naar zijn graf zou terugkeren”, aldus de hoofdredacteur van de People’s Daily, Zhou Ruilin. Wat maakt de situatie voor de CCP nu zo veel gevaarlijker dan ooit? Allereerst hebben de economische hervormingen onder Deng Xiaoping (reform and opening up, 1978) geleid tot meer in plaats van minder corruptie[4]. De scheidslijn tussen publiek en privaat, overheid en markt is vervaagd zonder dat sterke controlesystemen op de markten zijn ontwikkeld. Het ontstaan van een aandelenbeurs en vastgoedhandel heeft de ambities van corrupte ambtenaren slechts vergroot. Waar ambtenaren vroeger vooral profiteerden van de gunsten die zij konden verkopen op basis van hun positie, kopen zij tegenwoordig zelf de grond waarvoor zij binnenkort bepalen dat die binnenkort voor bouwprojecten beschikbaar komt of de aandelen in aannemers waarmee zij morgen een contract tekenen.

Een tweede probleem voor de CCP ontstond toen Deng Xiaoping de grondleggers van de communistische partij, in ruil voor hun instemming met zijn economische hervormingen, als eerste liet profiteren van de veranderende verhoudingen in de Chinese economie. En dat hebben ze gedaan: de overtuigde communisten die Mao vergezelden op zijn lange mars door het China van voor de Tweede Wereldoorlog en hun kinderen (princelings) vergaarden miljoenen via hun sleutelposities binnen de overheid en bij de grote staatsbedrijven. De New York Times legde in 2012 bloot hoe de familie van voormalig premier Wen Jiabao miljarden had vergaard[5]. De Chinese overheid sloot de website af voor het Chinese publiek.

Het derde probleem volgt ook uit de economische hervormingen: het veranderen van de ideologie van het land van puur socialisme naar ongebreideld kapitalisme. De CCP heeft jarenlang uitgestraald dat rijk worden moreel goed is. Wie corruptie beschouwt als een samenspel van kansen en belemmeringen, kan in die verandering het verdwijnen van een belemmering zien. Sinds Deng Xiaoping rekent de CCP zichzelf af op de mate waarop zij in staat zijn de welvaart van de bevolking te vergroten. Langzaam zijn alle partijleden zichzelf misschien ook wel gaan afrekenen op hun vermogen zichzelf te verrijken.

Het vierde probleem vormt het leger. Dat leger, het Volksbevrijdingsleger, is niet zoals in ons land onderdeel van de staat, maar van de CCP. Het geweldsmonopolie berust in China dus bij de CCP en niet bij de staat. In de jaren ’90 werd datzelfde leger onder het toeziend oog van de CCP commercieel actief. Verspreid over heel China vestigde het leger wel 20.000 tot 30.000 bedrijven, aldus Tai Ching Cheung van de Universiteit van California. Naast nachtclubs en hotels omspant het commerciële imperium van de generaals ook financiële instellingen. Het monopolie op geweld en het enorme netwerk over heel China blijken een broedplaats voor corruptie.

Professor Pieke van de Universiteit Leiden, wijst op het vijfde actuele probleem dat de anti-corruptie campagne pijnlijk duidelijk maakt: de infiltratie van machtige criminele netwerken in het politieke systeem. De Chinese zakenman Liu Han, nummer 148 op de lijst van rijkste Chinezen, werd voor zijn maffia-achtige praktijken tot de dood veroordeeld. Liu vergaarde zijn rijkdom in de mijnbouw en schuwde geweld niet om zijn macht en vermogen verder uit te breiden.

Maar pakt President Xi wel echt deze problemen aan?

Het antwoord is nee.

Een serieuze aanpak van corruptie zou bestaan uit heldere wetten, onafhankelijke toezichthouders en rechters en een vrije pers die nog meer gevallen opspoort.

Wat we zien is niets anders dan een “gewone partijzuivering”, zo stelt professor Pieke. Onder de vervolgde ambtenaren bevinden zich verdacht weinig vrienden van de President. “Het doelwit van de anti-corruptiecampagne lijkt beperkt te zijn tot Xi’s rivalen rond de voormalige partijleider Jiang Zemin en het voormalige hoofd veiligheid Zhou Yongkang”, aldus Pieke. Hij is niet de enige wetenschapper die een concentratie van de campagne ziet rondom bepaalde personen. Het meest zichtbare deel van de strijd lijkt zich te concentreren op wat in de media de ‘nieuwe bende van vier’ is gaan heten: (Xu Caihou, Zhou Yongkang, Ling Jihua[6] en Bo Xilai). Geremie Barme, van het Australische Centre on China in the World, heeft de 48 hoogst geplaatste “tijgers” naar wie een corruptieonderzoek is ingesteld op een rijtje gezet en constateert dat er geen enkele “princeling” tussen zit. In de provincies waar president Xi vroeger gesationeerd was, Fujian en Zheiang, is geen enkele hoge bestuurder veroordeeld of vervolgd. Daar staat tegenover dat disproportioneel veel corruptiezaken zich afspelen in de provincies Shanxi en Sichuan, de thuishavens van Zhou Yonkang en Ling Jihua[7]. Volgens een telling werden in Shanxi alleen al meer dan 15.000 kaderleden disciplinair gestraft.

Het Chinese woord voor crisis (weiji) kan twee betekenissen hebben: gevaar en kans. President Xi heeft het gevaar voor de CCP herkent en zijn kans gegrepen om niet alleen zijn eigen macht, maar ook die van de CCP in zijn geheel te verstevigen (“never waste a good crisis”).

De anti-corruptiecampagne is onderdeel van een voortdurende machtsstrijd binnen de CCP.

Om dat te begrijpen is het van belang iets meer te weten over de informele aard van de Chinese politiek. Relaties (guanxi) vormen de basis voor wie Chinese politiek wil begrijpen. Relaties zijn de sine qua non om te slagen in de Chinese politiek. Informele politiek is overal en formele instituties zijn vaak slechts een façade voor de informele relaties[8]. Eenmaal lid, toegelaten tot een hoge kaderopleiding en benoemd als lokale bestuurder is het voor een Chinese politicus onontbeerlijk om een beschermheer hoog in de partij te hebben die je meeneemt door het systeem (de Chinese term voor dit verschijnsel “kao shan” betekent zoveel als “tegen een berg aanleunen”). Iedere topbestuurder wordt niet alleen geacht een brede informele basis te hebben, maar ook een formele hiërarchie aan te sturen waaraan hij informele macht kan ontlenen[9]. Iemand die hoog in de boom zit van het ministerie van milieu kan zijn relaties helpen bij het verkrijgen van de nodige vergunningen voor de bouw van een nieuwe fabriek. Pas als je iemand kent die macht heeft kun je iets voor elkaar krijgen. Het werkt ook de andere kant op: wie niets kan betekenen voor zijn ‘vrienden’ is een zwakkeling. Zo heeft het altijd gewerkt in China: “Officials get fat, the people get thin”[10]. Een verslaggever van de Southern Metropolitan News vroeg kinderen op een kinderopvang wat zij later wilden worden: “Then a six-year-old girl appeared onscreen, her face pixelated. “I want to be an official,” she answered sweetly. “What kind of offical?” the reporter asked. Therew as a long pause, and then she replied: “A corrupt official. Because corrupt officials have lots of things” (Lim).

Als een bestuurder van zijn voetstuk valt vragen Chinezen zich dus ook niet af wat hij heeft gedaan, maar wie hij allemaal meesleept in zijn val. Zhou Yongkang en Bo Xilai nemen in hun val dus niet alleen zichzelf mee, maar ook alle personen die zich aan hen hadden verbonden. Zij hebben simpelweg op het verkeerde paard gewed. Of zoals Angus Foster van de BBC het zegt: het kiezen van de juist factie is de belangijkste succesfactor binnen de CCP.

Iedere persoon heeft een beperkt aantal bases waarop relaties gebouwd kunnen worden: denk bijvoorbeeld aan een gezamenlijke geboortestreek, een gedeelde interesse, ervaring of overtuiging. Deze relaties kunnen zich ontwikkelen tot facties die verschillende bestuurslagen, staatsbedrijven, ministeries en provincies kunnen omvatten. Befaamd binnen de Chinese politiek zijn de facties die zijn gebouwd rondom connecties binnen het leger, de olie-industrie en de jongerenafdeling van de CCP. In Nederland zou het netwerk van leden van Minerva als factie hoge ogen kunnen gooien.

De informele macht van de facties wordt versterkt door het formele systeem van benoemingen (Nomenklatura[11]) binnen de CCP. In zijn totaliteit controleert de CCP ongeveer 8 miljoen functies. Wie kan bepalen wie deze functies bekleedt heeft veel macht in China. Door de netwerken van andere facties kapot te maken maakt President Xi de weg vrij voor benoemingen van zijn eigen vertrouwelingen[12]. Ter vergelijking beschrijft Richard McGreggor welke functies een vergelijkbare organisatie in de Verenigde Staten zou moeten controleren:

the appointment of the entire US cabinet, state governors and their deputies, the mayors of major cities, the heads of all federal regulatory agencies, the chief executives of GE, ExxonMobil, Wal-Mart and about fifty of the remaining largest US companies, the justices on the Supreme Court, the editors of the New York Times, the Wall Street Journal and the Washington Post, the bosses of the TV networks and cable stations, the presidents of Yale and Harvard and other big universities…

Ieder overheidsniveau maakt ook de lijsten op met kandidaten voor de beschikbare functies. Vernuftig is dat ieder niveau wordt gecontroleerd door een niveau hoger. Zo kijkt de centrale overheid mee met de benoemingen op provinciaal niveau en turen de provincies mee over de schouders van de gemeenten. Deze gelaagdheid is de manier om centrale besluiten in lagere overheidslagen door te voeren. De nomenklatura is daarmee niet alleen een instrument om het land te controleren, maar vooral ook de eigen partij.

De politieke strijd vindt plaats binnen de CCP en niet tussen partijen in een politieke arena. Waar in Nederland partijen verschillende achterbannen moeten bedienen, moet de CCP in China afwegen of verschillende groepen binnen de partij voldoende worden bediend.

Kort door de bocht kunnen we stellen dat binnen de CCP liberale en conservatieve krachten tegenover elkaar staan: de liberalen zijn voorstander van economische hervormingen, terwijl de conservatieven zich meer richten op socialistische idealen. De liberalen worden vertegenwoordigd door de factie van de ‘Rode Prinsen’ (princelings of taizi dang), de zonen van de Communistische leiders van het eerste uur en de ‘Shanghai’ factie, bestaand uit het netwerk van oud President Jiang Zemin (1993 – 2003). Daar staat de factie rondom oud President Hu Jintao (2003 – 2013) tegenover. Die factie bestaat vooral uit ‘self made’ bestuurders wiens lidmaatschap niet bij hun geboorte vaststond en die via de jongerenafdeling van de CCP opklommen door het partijkader. Facties zijn dus niet vergelijkbaar met politieke partijen in ons stelsel: politiek is iets van de Chinese elite en groeit zelden uit tot een stroming met een brede basis onder de bevolking.

Maar tegelijkertijd vecht President Xi ook voor de macht van de CCP.

Al die informele relaties, facties en benoemingen leiden niet alleen tot corruptie, ze ondermijnen ook het centrale gezag van de CCP en President Xi. De economische hervormingen hebben economische macht gedecentraliseerd van Beijing naar lokale overheden. Daarmee hebben lokale ambtenaren meer mogelijkheden gekregen om hun informele netwerken uit te breiden. Relaties strekken zich vooral op lokaal niveau ver uit en de centrale overheid vecht hier tegen de kracht van lokale netwerken. Een oude Chinese wijsheid luidt: de sterke draak is geen partij voor de lokale slang. De keizer die zetelde in Xi’an of de President in Beijing is op veel plaatsen in China ver weg. De keizers stuurden daarom al ambtenaren het land in om het gedrag van lokale bestuurders te onderzoeken (the Censorate). De CCP laat potentiële topbestuurders rouleren door het land. Dit is een tactiek die de Tang dynastie al toepaste om de macht van clans te breken (de zogenaamde rule of avoidance). Onder de CCP roept die tactiek veel weerstand op bij lokale partijsecretarissen die hun positie bedreigd zien. Een veel angstaanjagender instrument is het disciplinaire comité van de CCP onder leiding van Wang Qishan, een vriend van President Xi. Dat comité kan geheime onderzoeken (shuanggui) uitvoeren naar partijleden waarbij verdachten soms maanden verdwijnen voor ondervraging en volgens sommige bronnen zelfs marteling.

Maar is het mogelijk om corruptie te bestrijden en een machtige CCP te behouden.

Is het mogelijk dat Zhou Yongkang en Bo Xilai het einde van de CCP inluiden, zoals Heshen het einde van de Qin dynastie?

De CCP heeft altijd moeten zoeken naar een balans tussen het belang van persoonlijke relaties voor het vergaren van persoonlijke macht en het belang van de partij om de macht van die informele netwerken te beperken. Die balans was duidelijk verstoord: de macht van informele netwerken was onder de voorgangers van President Xi te groot geworden. Met alle gevolgen van dien. Want hoe opereert bijvoorbeeld een leger wiens generaals niet loyaal zijn aan hun President, maar aan een oud President?

Het is de vraag hoe reëel het is te verwachten dat een systeem dat volledig is gebaseerd op relaties en informele netwerken zichzelf van binnenuit kan reinigen. Iedere Chinese bestuurder heeft zijn positie en persoonlijke welvaart te danken aan het huidige systeem. Onafhankelijke druk van buitenaf, bijvoorbeeld in de vorm van vrije pers, ontbreekt. Hoewel bestuurders op de Partijschool weer een opleiding in de traditionele waarden van Confucius krijgen, is het de vraag of zij zich hierdoor echt beter gaan gedragen.

Hoe meer partijleden President Xi tegen zich in het harnas jaagt, hoe groter ook de kans dat een tegenmacht ontstaat. De dalende economische groei kan die tegenmacht versterken: wat als de CCP niet langer de beloofde welvaartsgroei kan leveren? Bovendien moet de eindeloze stroom van berichten over corrupte bestuurders de ‘gewone’ Chinees aan het denken zetten: hoe kan het zijn dat het mandje van de CCP zoveel slechte eieren bevat? Welk systeem bevordert zoveel boeven tot in zijn hoogste ranken?

De CCP probeert dan ook afstand te creëren tussen de veroordeelden en de partij. Allereerst vindt het interne partij onderzoek plaats. Strak gecontroleerd komen dan de geruchten naar buiten dat iemand onder verdenking staat en wordt onderzocht. Over de verdenkingen tegen Zhou zongen al bijna een jaar geruchten rond. De betrokken partijleden worden onder huisarrest geplaatst en uit de partij verwijderd. Tegelijkertijd komt via de door de staat gecontroleerde mediakanalen een stroom aan negatieve feiten over de verdachte naar buiten. Pas als de bevolking voldoende overtuigd is van de schuld van de verdachte en het idee dat de partij adequaat heeft gehandeld door (meestal) hem uit de partij te verwijderen, volgt ook een ‘echt’ proces. Zo moet de discussie over de rol van de partij in het politieke systeem in China in de kiem worden gesmoord. “De (Chinese Communistische) Partij en corruptie zijn als water en vuur”, stelde de People’s Daily. “Verrassend”, oordeelde the Economist, die de CCP en corruptie eerder zou typeren als “dry tinder and matches“.

Alleen democratie, openheid, vrije pers en een onafhankelijke rechterlijke macht kunnen corruptie structureel aanpakken. Dat vraagt om een nieuwe revolutie in de Chinese politiek. En om het einde van de alleenheerschappij van de CCP. Laat dat nou precies het schrikbeeld zijn dat Xi met deze anti-corruptiecampagne probeert te voorkomen. Daarom zal hij proberen een balans te vinden tussen de aanpak van de corruptie die de legitimiteit van zijn partij onder de bevolking ondermijnt en tegelijkertijd de machtsmiddelen van de CCP in stand proberen te houden. Het is opnieuw een voorbeeld van het paradoxale karakter van de Chinese politiek.

Een ingekorte en bewerkte versie van dit artikel verscheen eerder in Idee.

Voetnoten:

[4] Verschillende wetenschappers hebben gekeken hoe corruptie in China zich heeft ontwikkeld sinds het land in 1978 de vrije markt toeliet. Ting Gong (China’s Corruption in the 1990s), Andrew Wedeman (The intensification of corruption in China) en Lieberthal

[5] (http://www.nytimes.com/2012/10/26/business/global/family-of-wen-jiabao-holds-a-hidden-fortune-in-china.html?pagewanted=all)

[6] Voormalige rechterhand van Hu Jintao, bekend geworden vanwege de crash van zijn zoon in een Ferrari met twee schaars geklede vrouwen

[7] Sinds het begin van de campagne zijn 61 leden van ministerieel niveau of hoger onder verdenking geplaatst of veroordeeld. Zeven daarvan kwamen uit de provincie Shanxi. Van de 533 kaderleden die werden onderzocht kwamen er 45 uit de provincie Shanxi. In Shanxi komen de netwerken van Bo Xilai, Ling Jihua en Zhou Yonkang samen. Van de 61 verdachten op ministerieel niveau (of hoger) zijn er 19 rechtstreeks te relateren aan de zaken tegen Zhou en Ling.

[8] Een kundig leider, zo stelt Lowell Dittmer van de Universiteit van California (Berkely), verzamelt eerst via informele relaties een meerderheid binnen het formele politieke apparaat en gebruikt vervolgens de formele kanalen om het beleid uit te laten voeren.

[9] Lieberthal: “The nature of China’s negotiated economy has created situations in which corruption carries few risks and pays large dividends, because government officals at all levels can use their offices to affect economic outcomes and have considerable discretion available in doing so.

[10] Rob Gifford, China Road, p.100

[11] Een belangrijk deel van het antwoord op die vraag ligt verscholen in het systeem van benoemingen. Toen Mao aan het einde van zijn lange mars neerstreek in het noorden van China en daar zijn machtsbasis vestigde was hij beducht voor indringers en spionnen van de Nationalisten (Kuomintang). Ook de oplossing voor dit probleem importeerde Mao uit Rusland. Het Leninistische stelsel van Nomenklatura (oftewel: zhiwu mingcheng biao) bestaat eigenlijk uit twee lijsten: op de ene lijst staan de functies die de CCP controleert en op de tweede lijst staan de personen die voor die functies in aanmerking komen. De strakke controle op benoemingen en de screening van personen was een instrument om te voorkomen dat spionnen zichzelf een weg binnen de jonge CCP omhoog konden werken.

[12]  Xi Jinping benoemt Wang Xiaohong, voormalig veiligheidshoofd in de provincie Fujian waar Xi de scepter zwaaide (en hem benoemde tot veiligheidsbaas voor de steden Fuzhou en Xiamen). Wang Xiaohong wordt hoofd van de veiligheidsdiensten in Beijing en is daarmee ook een van de plaatsvervangend ministers voor veiligheid, het vroegere domein van Zhou.