Labour-verkiezing: Koopt rechts een linkse leider?

 

Na de zeer pijnlijke verkiezingsnederlaag voor zijn Labourpartij in mei van dit jaar, hield partijleider Ed Miliband de eer aan zichzelf. Milibands 5 jaar als oppositieleider tijdens Cameron-I werd door de kiezer dusdanig slecht beoordeeld dat voor het eerst sinds 1966 de zittende macht haar aantal stemmen had vergroot. En dus moet er een nieuwe leider komen voor Labour. Een aantal gegadigden gooiden hun hoed in de ring. Twee vrouwen: de ervaren Yvette Cooper – tevens vrouw van Labours voormalige tweede man Ed Balls, die in mei op sensationele wijze zijn zetel verloor – en de pragmatische Blairite Liz Kendall. En twee mannen: gedoodverfde winnaar Andy Burnham, al langer kroonprins binnen Labour, en de ervaren oer-socialist Jeremy Corbyn. Met een lange carrière als actievoerder tegen onder andere Apartheid, de Irakoorlog en armoede en een vaak kritische houding ten opzichte van zijn eigen partij, behoort Corbyn bij tot de uiterst linkervleugel van Labour. Niet voor niets gaf hij aan vooral mee te doen aan de verkiezing om het debat binnen de leiderschapsverkiezing (naar links) te verbreden.

In eerste instantie deed men de kandidatuur van Corbyn af als een kansloze exercitie. De bookmakers gaven hem minder dan 1% kans om te winnen. Hij had ook moeite om de 35 benodigde steunbetuigingen bij elkaar te verzamelen van zijn collega’s in het Parlement. Enkelen steunden hem uit pure collegialiteit of het belang van interne democratie.

Een paar weken later is alles anders en vraagt menig Labour-Parlementariër zich af of ze met hun steun aan de kandidatuur van Corbyn een paard van Troje hebben binnengehaald. In tegenstelling tot de andere kandidaten, stuk voor stuk carrièrepolitici voor wie veel op het spel staat, heeft Corbyn niets te verliezen, wat zich vertaalt in een open en eerlijke stijl. Waar ook de Britse politiek strak gemanaged wordt door spindoctors en de andere drie kandidaten vooral zeggen wat het electoraat wil horen, slaat Corbyns authentieke stijl – zeker na de traumatische ervaring van de verbaal zwakke kluns Miliband – aan bij de achterban.

De groeiende hype rond Corbyn werd verder versterkt toen hij als enige van de vier kandidaten tegen de partijlijn in, tegen het voorstel van de regering stemde om 12 miljard pond te bezuinigen op sociale uitkeringen. Deze kwestie leidde tot een ware burgeroorlog binnen Labour. Omdat veel gewone partijleden bezuinigingen op sociale zekerheid uit den bozen vinden, spon Corbyn garen bij zijn rebellie en werden de andere drie in de verdediging gedwongen.

De apotheose kwam afgelopen maandag toen een peiling van het gerenommeerde YouGov Corbyn maar liefst 43% van de stemmen toedichtte. De gematigde flank van de partij is sindsdien in volledige paniek. Een oud-adviseur van Blair maakte het het bondst, toen hij zijn partijgenoten ‘morons’ noemde omdat ze Corbyn tot de verkiezing hadden toegelaten.

 

Corbyn bij een anti-oorlog betoging

Ook rechts wil linkse Corbyn

Maar de grootste steun voor Corbyn komt uit onverwachte hoek: het andere eind van het politieke spectrum. Want de Conservatives van Cameron zien in Corbyn een Labourleider die vanwege zijn linkse signatuur het electorale midden zal verlaten. Hierdoor zal een nog veel langere machtsperiode voor de Conservatives mogelijk worden. Onder de noemer #ToriesforCorbyn voeren ze daarom actief campagne voor hun ideologische tegenpool. Zij maken hierbij gebruik van het nieuwe one man, one vote systeem dat Labour introduceerde om de verkiezing democratischer te maken. Omdat niet-leden tot 12 augustus voor slechts 3 pond lid kunnen worden van de partij en mee kunnen stemmen over de nieuwe leider, wordt in Conservatieve kringen zelfs gesuggereerd om Corbyn als leider simpelweg te kopen.

Toch zijn de Conservatives niet onverdeeld enthousiast over het vooruitzicht van Corbyn als nieuwe Labourleider. Zo betoogt Fraser Nelson in de Daily Telegraph – als de facto spreekbuis van de partij ook wel de ‘Torygraph’ genoemd – dat een goed functionerend Labour belangrijk is voor het ontwikkelen van beleid dat door de Conservatives vervolgens vaak wordt overgenomen, zoals het minimumloon en het in publieke handen houden van de zorg. Bovendien is een sterke oppositie nodig om de eensgezindheid die nu binnen de Conservatives heerst te behouden. Niets houdt de gelederen beter gesloten dan een sterke gezamenlijke vijand.

Dit idee wordt versterkt omdat de Conservatives ook niet veel tegenstand hoeven te verwachten van andere partijen. De Liberal Democrats verloren vrijwel al haar zetels in mei en tot overmaat van ramp haalde kersverse partijleider Tim Farron op zijn eerste dag na zijn verkiezing de woede van ongeveer zijn hele acthterban op de hals door als devoot Christen zich ambivalent op te stellen ten opzichte van het homohuwelijk. Voor liberale Conservatives bewijs dat de Liberal Democrats geen uitweg zijn. De Schotse Nationalisten timmeren wel goed aan de weg, maar kunnen vanwege hun geografische beperking niet verder groeien. UKIP wordt ook geteisterd door intern gesteggel en blijkt in veel opzichten te leiden aan kinderziekten die vaak voorkomen bij nieuwe rechts-populistische partijen. Dus ook op rechts genieten Conservatives vrijheid.

De Conservatives zitten dus in een ongekende luxepositie en kijken met leedvermaak naar hun politieke aartsvijand. Een snel einde zal er niet komen aan deze voor Labour uiterst pijnlijke periode. Pas in september weten we pas wie de richtingenstrijd binnen Labour wint.