Hoe de beurscrash een Chinees dilemma blootlegt

Terwijl onze Europese ogen de afgelopen weken gericht waren op de ontknoping van het Griekse drama, verloren de Chinese aandelenbeurzen in Shanghai en Shenzen in een paar dagen meer dan 30% van hun waarde. Meer dan 3.000 miljard euro ging in rook op (meer dan de totale waarde van de Indiase beurs, aldus The Economist). Vooral kleine beleggers verloren hun spaargeld of (erger) het geld dat zij hadden geleend om aandelen te kopen. En dat op aanraden van de CCP: de People’s Daily moedigde lezers op 21 april van dit jaar nog aan vooral nu te kopen want dit was ‘merely the start of a bull market’ (http://www.reuters.com/article/2015/04/22/us-china-market-commentary-idUSKBN0ND07Z20150422). Verliezen zij nu ook het vertrouwen in de macht van de Chinese Communistische Partij (CCP)? 

Een bericht van het departement voor propaganda

Terwijl Westerse kranten bol staan van berichten over het Griekse akkoord en hoe beurzen wereldwijd daarop reageren, verspreidde het Chinese departement voor propaganda een decreet onder journalisten dat iedere financiële analyse zinloos maakte:

“Without exception, discontinue discussions, expert interviews, and on-site live coverage. Do not conduct in-depth analysis, and do not speculate on or assess the direction of the market. Do not exaggerate panic or sadness. Do not use emotionally charged words such as ‘slump’, ‘spike’, or ‘collapse’.

“Necessary coverage of the stock market must be completely balanced, objective, and rational. Do not join the chorus of the bull or bear market. Rationally lead market expectations to prevent inappropriate reports from causing the market to spike or crash.”

(Deze decreten zijn vertaald uit het Chinees door de website ‘minitrue’ van China Digital Times)

En terwijl Westerse kranten kritisch zijn op de deal die hun Regeringsleiders in Brussel hebben gesloten, verschijnen in de Global Times en de People’s Daily vooral commentaren vol geloof en vertrouwen in de overheid: “na regen komt zonneschijn” (People’s Daily). Experts worden opgevoerd om te vertellen dat er niets aan de hand is (de beurs zal vanzelf weer herstellen, zoals beurzen altijd fluctueren) of aangeven dat de CCP de capaciteit heeft om fluctuaties te beteugelen. Zo stelt David Li Daokui van de Tsinghua Universiteit in Beijing vertrouwen te hebben dat “the government has the capability to eventually keep stock fluctuations under control”, dat de beurzen van ieder land hun ‘ups and downs’ hebben end dat “temporary stock fluctuations do not mean the government’s leadership is at risk”.

Heeft de Partij nog wel controle?

Vooral dat laatste punt is gevoelig: wat zegt de crash van de beurs over de macht van de CCP? Waarom probeerde de CCP met alle macht (naast de controle van media legde de overheid bijvoorbeeld de handel in duizenden aandelen stil en kreeg een aantal grote handelaars een handelsverbod van een half jaar) de daling van de beurskoers stil te leggen? En waarom reageren zij zo fel op Westerse analisten die speculeren over de tanende macht van de CCP naar aanleiding van de (in eerste instantie) falende interventies?

De reden voor die felle reacties zou wel eens gelegen kunnen zijn in de “Chinese Droom” die President Xi Jinping de Chinezen bij zijn aantreden in 2012 voorspiegelde: wie hard werkt en geen kritiek op de CCP heeft, kan een goed middenklasse bestaan opbouwen. Die vage slogan werd concreter toen Xi in 2013 aankondigde dat de markt voortaan een meer beslissende rol zou krijgen in de Chinese economie. De communisten omarmden de markt als instrument om het volk te geven wat het wilde: een huis, auto en een vakantie. Als blijkt dat die markt niet altijd doet wat de CCP wil, wankelt het “contract” dat de CCP met de Chinese bevolking sloot: welvaart in ruil voor onderdanigheid. Zo ondermijnt de beurscrash het economische hervormingsprogramma van President Xi.

Pijnlijker nog dan de kritiek op het besluit om in te grijpen is wellicht de kritiek op hoe de overheid ingreep. The Economist noemde de chaos op de beurs “the first grave economic blemish on Xi Jinping and Li Keqiang”. Volgens Oscar Garschagen zijn analisten in China “eensgezind tot de conclusie gekomen dat ingrijpen door de overheid de paniek onder met name de kleine, veelal gokkende investeerders heeft vergroot’. Die kritiek zal echter weinigen in China bereiken.

A rock and a hard place

De beurscrash toont aan hoe moeilijk een vrije marktplaats is te controleren: als ontelbare individuele meningen vrij het sentiment bepalen, dan is het zelfs voor de CCP vrijwel onmogelijk dat sentiment te beteugelen. Waar de Chinese beleggers aangemoedigd door een brede mediastrategie van de Chinese overheid gezamenlijk een bubbel creëerden, daar moeten diezelfde media nu gedwongen zwijgen over de gevolgen van die strategie. Interventies mochten niet baten en kleine Chinese beleggers moesten toekijken hoe de CCP hen niet kon redden. De enige oplossing bleek het stilleggen van de markt. Of zoals de Financial Times stelde: the authorities “made it all but impossible for the market to continue sliding. Indeed, some question whether ‘market’ is even the right word any more.” Maar zonder geloofwaardige kapitaalmarkt is het vrijwel onmogelijk de beloofde economische groei (7% dit jaar) structureel te realiseren. President Xi zit klem: hij heeft economische vrijheid nodig om Chinese Droom te realiseren, maar kan de kritiek die daarbij hoort niet accepteren.