Ik zie ik zie wat jij niet ziet en het is…een parlement?

12th_National_People's_CongressDeze week komt het partijcongres van de Chinese Communistische Partij (CCP) weer bijeen in de Grote Hal van het Volk in Beijing. Het is jaarlijks goed voor een aantal indrukwekkende reportages vanuit de met bijna drieduizend afgevaardigden gevulde hal aan het Plein van de Hemelse Vrede. Scenes die we kennen uit het Sovjet tijdperk of Noord Korea van strak in het gelid klappende kameraden zullen de journaals van de Westerse wereld halen. Maar waar kijken we eigenlijk naar?

Op papier is dit de grootste wetgevende vergadering ter wereld. In de constitutie of grondwet van China vormt het Nationale Volkscongres de hoogste wetgevende macht in het land. Net als in Nederland. De afgevaardigden uit heel China komen eens per jaar gedurende ongeveer twee weken naar de hoofdstad om te stemmen over de plannen van de Chinese regering. Hoewel het in werkelijkheid onmogelijk is om de Chinese Staat en de Communistische Partij van elkaar te scheiden, is het voor enig begrip van de werking van dit ‘parlement’ handig dit te proberen. De Chinese premier, die aan het hoofd staat van de regering, legt nieuwe wetgeving ter stemming voor aan het congres. Die stemmen daar in bijzonder ruime meerderheid van de gevallen netjes mee in.

Regionale verschillen

Tegelijk is het voor de CCP, die achter de schermen aan alle touwtjes trekt, een moment in het jaar om de temperatuur van het badwater te testen over gevoelige onderwerpen. Zoals beschreven in eerdere blogs over facties binnen de CCP, is de Partij geen eenheidsworst. De Chinese bestuurders begrijpen daarnaast ook wel dat in land zo groot als China verschillende meningen bestaan. Voor een deel komen die voort uit regionale verschillen in bijvoorbeeld milieu, economie en bevolkingssamenstelling. De jaarlijkse bijeenkomst vormt ook een mooie gelegenheid om af te tasten welk standpunt de Partij kan innemen.

Eigenlijk valt de jaarlijkse sessie van het nationale volkscongres altijd samen met een bijeenkomst van een bijzonder orgaan dat weinig mensen buiten China zullen kennen: the Chinese People’s Political Consultative Conference (CPPCC). Dit adviesorgaan moet volgens de constitutie gaan functioneren als een soort van Eerste Kamer. Voor iedere sessie zijn verschillende ‘politieke’ partijen en organisaties uit de Chinese samenleving uitgenodigd om deel te nemen. U denkt verschillende politieke partijen? Inderdaad, want de CCP houdt graag de illusie in stand dat er meerdere ‘democratische’ partijen bestaan. In werkelijkheid gaat het om acht kleine partijen die allemaal verbonden zijn met de CCP. In de lijstje staat bijvoorbeeld de Kuomintang, de partij van de Nationalisten van Chiang Kai Shek die door Mao Zedong werden verslagen na de Tweede Wereldoorlog. Deze Kuomintang is echter niet meer dan een afsplitsing van ‘revolutionaire’ denkers die zich in 1948 afscheidden van de Kuomintang en zich zo geliefd maakten bij de communisten van Mao.

Kandidaten

Wie zijn al die mensen in die hal? De afgevaardigden worden weliswaar gekozen via regionale verkiezingen. Maar dat verkiezingsproces is wel zeer sterk door de CCP gecontroleerd. Hoewel het Chinese systeem meerdere kandidaten voor een zetel kent, is het aantal kandidaten per zetel niet vrij: denk aan een ratio van 110 tot 120 kandidaten voor 100 zetels. Wie zich kandidaat mag stellen is niet aan heel strenge regels gebonden. Wil je als kandidaat een serieuze kans maken, dan is een goede relatie met de lokale bestuurder van de CCP wel bijna een voorwaarde. Het aantal zetels dat een regio te verdelen heeft hangt af van de omvang van de bevolking. De dichtbevolkte gebieden aan de oostkust leveren dus het merendeel van de afgevaardigden.

Dit systeem heeft niet kunnen voorkomen dat de partij van het proletariaat een van de rijkste politieke partijen ter wereld is geworden. Volgens the Economist bezitten de 50 rijkste van de in totaal ongeveer 3000 afgevaardigden in het Volkscongres samen 94 miljard dollar; ruim 60 keer zoveel als de 50 rijkste afgevaardigden op Capitol Hill in Washington. Van die bijna 3000 afgevaardigden waren er zestien arbeider, dertien boer en elf militairen. Een spiegel van de maatschappij kun je het congres dus niet echt meer noemen. Wel gebruikt de CCP het jaarlijkse congres als een PR-stunt. Steeds vaker nodigt de Chinese staat beroemdheden uit voor een gesprek tijdens het congres. Zo namen filmster Jackie Chan, basketballer Yao Ming en schrijver Mo Yan deel aan de CPPCC in 2013. Altijd goed voor veel media-aandacht en een manier om te delen in hun populariteit.

Foto CC: VOA

2 thoughts on “Ik zie ik zie wat jij niet ziet en het is…een parlement?

Comments are closed.