Gevecht om Amerika

Gevecht om Amerika

Update: ‘Gevecht om Amerika’ is vanaf nu te bestellen via bol.com

Op 28 september presenteren Adriaan Andringa en Daniël Schut hun nieuwe boek ‘Gevecht om Amerika – De democratische worsteling van Clinton en Trump’. Haags Tweede Kamerlid en campagneleider Sjoerd Sjoerdsma (D66) zal het eerste exemplaar in ontvangst nemen. Ook zal hij, net als de auteurs, zijn visie op de Amerikaanse verkiezingen delen. “In Gevecht om Amerika verklaren we de opmerkelijke presidentsverkiezingen van 2016 binnen de democratische traditie van Amerika”, aldus de auteurs. “We leggen uit hoe campagnes en verkiezingen in Amerika werken en doen een voorspelling wie de nieuwe president zal worden. Wij zijn dan ook erg blij dat we het eerste exemplaar aan de buitenland woordvoerder én campagneleider van D66 kunnen uitreiken.” Continue reading

Het fenomeen Macron: erop of eronder

Les-atouts-et-les-faiblesses-du-candidat-Macron

Er zijn sinds 1958 een aantal wetmatigheden om het tot president van Frankrijk te schoppen. Allereerst wordt de prestigieuze Ecole Nationale d’Adminstration (ENA) doorlopen. Vervolgens is de kandidaat lid van of de linkse Parti Socialiste (PS) of de rechtse Républicains, waarvoor hij op zijn minst als locale of nationale volksvertegenwoordiger is gekozen en daarna bestuurlijke ervaring opdoet als burgemeester of minister. Het privéleven van de kandidaat is minder relevant, maar tussen de bedrijven door moet wel een boek worden geschreven om het intellect te onderstrepen. Indien dan gemiddeld de leeftijd van 58 jaar is bereikt, kan iemand tot het hoogste ambt worden geroepen. Macron doet het anders en is de absolute dark horse in deze spannende verkiezingsstrijd.

Optimisme en frisheid
Emmanuel Jean-Michel Frédéric Macron heeft zijn ENA diploma op zak, was twee jaar minister van Economische Zaken en schreef in 2016 het boek ‘Révolution’. Voor de rest wijkt hij behoorlijk af van de eerste acht presidenten van de Vijfde Republiek: hij is nog maar 39 jaar oud en was alleen tussen 2003 en 2009 PS-lid. Macron is nog nooit gekozen als volksvertegenwoordiger en voert nu zijn allereerste campagne. Dat doet hij zonder de partijmachines van de PS of Les Républicains, maar met zijn eigen beweging En Marche!, die pas april vorig jaar is opgericht. Zijn campagnebijeenkomsten trekken letterlijk volle zalen, met als voorlopig hoogtepunt in december een meeting in Parijs met naar eigen zeggen 15.000 aanhangers.

Macron is niet vies van een speech van Castro-achtige omvang. Met zijn immer blijmoedige uitstraling wil hij een groots en meeslepende positieve boodschap uitstralen naar een gedeeltelijk depressief land. Hij duldt geen boe-geroep of gefluit van zijn publiek indien hij politieke tegenstanders ter sprake brengt: die tegenstanders noemt hij overigens nooit bij naam. Hij creëert hiermee een soort optimisme of zoals u wilt een ‘Yes we can’ gevoel, die aan Kennedy en Obama doet denken of aan de huidige Canadese premier Justin Trudeau. Hij steekt daardoor duidelijk af naast de extreemrechtse Marine Le Pen van het Front National en de conservatiefrechtse François Fillon van Les Républicains, die op zijn zachtst gezegd beiden een nogal zorgelijke inborst hebben.

Macron heeft geen politieke kopstukken of overlopers uit andere partijen in de gelederen behalve de PS burgemeester van Lyon, Gérard Collomb. Dat geeft naast de vele jonge fans van Macron ook een fris en fruitige uitstraling aan En Marche! Wel heeft hij sinds eind februari een handige medestander: François Bayrou, de leider van de middenpartij Modem. Bayrou deed in 2002, 2007 en 2012 mee maar kandideert zich deze keer niet. Hij raadt zijn achterban Macron aan, wat zo’n vijf procent van het electoraat oplevert.

In het midden
Het meest bijzondere is dat Macron zich in het politieke midden positioneert en dat is in Frankrijk onontgonnen terrein. François Bayrou en zijn Modem zijn nooit een doorslaggevende factor van betekenis geworden in de Franse politiek. Menig Fransman kan de analyses van Bayrou wel waarderen, maar heeft geen flauw idee waar hijzelf voor staat. Bovendien krijgen politici in het midden vaak het stempel sociaalliberaal en dat is een vies woord in Frankrijk. Het suggereert voor links dat de focus op de aanbodeconomie ligt (en dus vrienden zijn van les patrons) en de overheid terugtreedt. Traditioneel zet links Frankrijk zich in voor de vraageconomie en rechten van werknemers, die door deze niets ontziende bazen zomaar aangetast worden. De regering Hollande heeft juist een sociaalliberale politiek gevoerd, waar Macron duidelijk de hand in heeft gehad: eerst als plaatsvervangend secretaris-generaal van de presidentiële staf en later als minister van Economische Zaken, totdat Macron in 2016 zelf opstapte. De socialisten worden afgestraft omdat Hollande zijn socialistische verkiezingsbeloften niet is nagekomen. De PS heeft daarop de veel linksere Benoît Hamon naar voren geschoven als presidentskandidaat, terwijl dit gewraakte beleid ironisch genoeg Macron vanuit het niets een grote achterban in het centrum oplevert.

De Franse kiezer laat zijn keuze vaak leiden door de tegenstelling van links en rechts. Alleen François Bayrou werd derde in de eerste ronde van de presidentsverkiezingen van 2007 met 18,6% en was daarmee ooit de meest succesvolle centrumkandidaat. Emmanuel Macron geeft zichzelf geen stempel: hij zegt links en progressief te zijn maar geen socialist, waarmee hij ook mikt op de gematigde kiezers van Les Républicains, die zich niet senang voelen met de conservatieve Fillon. Deze strategie is gewaagd. Er zijn Fransen die de klassieke links-rechts tegenstelling zat zijn en smachten naar een nieuwe, constructieve manier van politiek voeren, die het land verenigt. Dat levert Macron in de peilingen steun op, maar houden kiezers dit ook vol tot aan de stembus? Als het erop aankomt, vallen zij vaak terug op de klassieke partijen omdat ze weten wat ze dan kunnen verwachten.

Waar staat Macron voor?
Ondertussen merken deze politieke tegenstanders dat Macron geen eendagsvlieg is en de politieke aanvallen nemen van alle kanten toe. Het grootste verwijt is dat hij geen programma heeft en dus: waar staat Macron voor? Zijn programma wordt in maart gepresenteerd en hij presenteert nu in brokken zijn visie op bijvoorbeeld de economie, Europa of cultuur. Zijn visie op de economie is redelijk samenhangend: hij presenteert zich als de kandidaat van het werk (‘le candidat du travail’) en wil banen creëren door middenstanders en start-ups te stimuleren en ook een flexibele arbeidswetgeving in te voeren. Macron vindt Europa onmisbaar voor de economische ontwikkeling en is zo ongeveer de enige overtuigde pro-Europese kandidaat. Hij is voor begrotingsdiscipline en vindt dat Frankrijk de 3% begrotingsnorm van Brussel moet respecteren.

Zonder programma ontbreekt Macron het soms aan houvast. Zo is er ophef wanneer hij de tegenstanders van het Franse homohuwelijk een hart onder de riem steekt: hij zegt dat zij in hun verzet zijn vernederd. Deze tegenstanders, waarvan sommigen niet schromen te zeggen dat het homohuwelijk iets onnatuurlijks is zoals een huwelijk tussen dieren, stuiten bij progressieve Fransen alleen maar op grote verontwaardiging.

In september 2016 wil hij nog kleine hoeveelheden softdrugs legaliseren, maar ziet daar in februari weer vanaf. Dit past beter bij zijn zero tolerance benadering voor veiligheid. Meest berucht is zijn stellingname tijdens een bezoek aan Algerije, waarbij hij het kolonialisme een misdaad tegen de mensheid noemt. Dat levert protesterende in Algerije geboren Fransen op voor de deur van een grote meeting in Toulon. Macron maakt excuses voor deze opmerkingen: hij heeft de gevoeligheden over het koloniale verleden onderschat. Het lijkt erop dat Macron uit opportunisme beweegt om gematigd rechts meer naar zich toe te trekken. Tegelijkertijd voedt dit het beeld dat je met een centrumkandidaat nooit weet waar je aan toe bent. Macron maakt een duikeling in de peilingen na kortstondig de nummer twee te zijn geweest achter Marine Le Pen en voor François Fillon.

Brigitte
Zijn privéleven krijgt de nodige aandacht in de Franse pers vanwege zijn maar liefst 24 jaar oudere echtgenote Brigitte Trogneux, zijn lerares Frans op het lyceum. Samen staan zij regelmatig op de omslag van Paris Match, wat zeer uitzonderlijk is: het levert hem ook de kritiek op de kandidaat van de media te zijn. Brigitte heeft overigens uit een eerder huwelijk drie volwassen kinderen, waardoor zij oma is en Emmanuel al stiefopa. Sinds enkele maanden circuleert een gerucht dat Macron een homoseksuele verhouding heeft met de knappe 40-jarige Mathieu Gallet, de baas van Radio France. Macron lacht dit verhaal weg, zegt constant bij zijn Brigitte te zijn en Gallet niet te kennen.

De Russen
Daarmee is dit verhaal vakkundig afgeserveerd en maakt de campagne van Macron zich drukker over de vermeende Russische inmenging in de Franse verkiezingen met daarbij de Amerikaanse presidentsverkiezingen van november 2016 in het achterhoofd. Russische media zouden op de hand zijn van zijn pro-Russische tegenstanders Marine Le Pen en François Fillon en Macron afschilderen als Amerikaans agent en kandidaat van een rijke gaylobby. Dit lijkt verband te houden met de e-mails van Hillary Clinton die het brein achter Wikileaks, Julian Assange, onderschept heeft en “interessant materiaal” over Macron zou bevatten. Dat is tot nu toe niet naar buiten gekomen, maar cynisch gesteld is het nu nog te vroeg in de campagne om Macron te beschadigen.

De eerste ronde
Op 23 april 2017 is de eerste ronde van de presidentsverkiezingen. Aangezien geen kandidaat 50% van de stemmen haalt, gaan de nummers één en twee door naar de tweede ronde op 7 mei. Marine Le Pen haalt met gemak de tweede ronde. Zij voert al tijdenlang de peilingen aan in met zo’n 20 tot 30% en probeert een mild extreemrechts neer te zetten, waar de scherpe randjes vanaf zijn die haar vader Jean-Marie controversieel maakten. Zij wordt wat geplaagd door affaires, ondermeer omdat zij haar bodyguard betaald zou hebben van het salaris voor een politiek medewerker van het Europees Parlement. Aangezien zij integriteit niet tot unique selling point heeft verheven, heeft ze daar in haar populariteit geen last van. Overigens is het hoogst onwaarschijnlijk dat zij in de tweede ronde tot president wordt gekozen: vele niet-Front National kiezers willen dit voorkomen door op willekeurig welke tegenstander van Marine te stemmen.

Nummer twee wint
Uitgangspunt is dus dat de nummer twee van de eerste ronde de nieuwe president van Frankrijk wordt. Om die felbegeerde plek is een behoorlijk taaie strijd tussen Macron en François Fillon van Les Républicains. Fillon had lang de wind in de rug, totdat hij eind januari in opspraak kwam omdat zijn vrouw Penelope een behoorlijk salaris opstreek als zijn parlementair medewerker. Op zich niet illegaal, behalve dat weinigen zich herinneren dat ze ook daadwerkelijk gewerkt heeft. Op het hoogtepunt van deze affaire dreigde de aangeschoten Fillon zelfs zich terug te trekken. Ondertussen heeft hij zichzelf weer bij elkaar geraapt en probeert de kiezers met zijn ultraliberale programma te overtuigen. Zijn favorietenrol is hij kwijt, maar in de peilingen streeft hij Macron weer voorbij. Beiden schommelen tussen de 18 en 22%.

Ver achter Fillon en Macron vindt nog een achterhoedegevecht plaats tussen de socialistische kandidaat Benoît Hamon en de eveneens socialistische c.q. communistische Jean-Luc Mélenchon. Indien deze heren de handen ineen slaan en met één socialistische kandidaat komen, dan haalt hun ene kandidaat met gemak de tweede ronde. Door de verschillende programma’s en misschien nog wel meer door ego’s zit dat er niet in. Wellicht dat kiezers van Hamon en Mélenchon alvast in de eerste ronde een strategische stem op Macron uitbrengen om Fillon uit de tweede ronde te houden. Denk bijvoorbeeld aan ambtenaren, die er onder Fillon erg op achteruit denken te gaan en liever Macron zien.

Macron moet wel standvastig en helder zijn over zijn programma, want anders gaan de Fransen het experiment met hem niet aan en wordt het gewoon François Fillon op 7 mei: hij voldoet feilloos aan alle wetmatigheden van een gemiddelde Franse president.

Marine Le Pen op weg naar historisch resultaat, maar wint niet

can-frances-le-pen-pull-off-a-trump-in-2017-908c12d77c88e1ffc6cf1dfecc26f799

In Nederland wordt vaak niet goed begrepen dat Marine Le Pen niet de volgende president van Frankrijk wordt, ondanks dat zij al tijdenlang de peilingen aanvoert met haar tegenstanders op ruime afstand. Het zit ‘m echter in het Franse verkiezingsysteem, dat altijd uitloopt op twee rondes en deze peilingen gaan alleen maar over de eerste ronde op 23 april.

De eerste ronde
In Frankrijk wordt de president namelijk gekozen met minstens 50% van de stemmen en daarvoor is sinds de oprichting van de vijfde Franse republiek in 1958 steeds een tweede ronde nodig. Zelfs generaal De Gaulle, die in 1965 geen campagne voert omdat hij ervan uitgaat sowieso in de eerste ronde direct herkozen te worden, moet tot zijn afgrijnzen nog de boer op omdat hij slechts 44,6% had behaald. In de tweede ronde wint hij alsnog met 55% van ene Francois Mitterrand. De Gaulle is overigens wel degene die met het hoogste percentage de eerste ronde heeft gewonnen. In de loop der jaren is dat percentage geleidelijk aan weggezakt. Sarkozy won bijvoorbeeld in 20017 de eerste ronde met 31,2% en de huidige president Hollande met 28,6% in 2012. De reden daarvan is vrij eenvoudig: er is veel te kiezen. In 1965 deden slechts zes kandidaten mee, in 2002 maar liefst zestien kandidaten en in 2012 tien kandidaten. Op 22 maart wordt duidelijk hoeveel kandidaten aan de toelatingseisen voldoen, maar dat zullen er zeker tien zijn.

Het is wel zeer waarschijnlijk dat het Front National in 2017 de hoogste score ooit behaalt tijdens presidentsverkiezingen. Vader Le Pen haalde in 2002 in de eerste ronde 16,9% en Marine zelf 17,9% in 2012. Nu ligt een resultaat van tussen de 20 en 30% in haar bereik.

De peilingen
Peilingen zeggen echter niets, gezien de verrassende uitkomsten in 2016 van zowel het referendum over de Brexit als Amerikaanse presidentsverkiezingen. Hierbij zaten de peilingen er weliswaar naast maar met slechts enkele procentpunten. Zelfs als de Franse peilingen niet kloppen, is een foutmarge van meer dan 20% onvoorstelbaar. Eerste conclusie is dat Marine Le Pen grote kans heeft de eerste ronde te winnen, misschien met zelfs meer dan 30%, maar daarmee is zij er nog lang niet.

De tweede ronde
Indien we het erover eens zijn dat Marine Le Pen niet in de eerste ronde direct tot president wordt gekozen, is een tweede ronde op 7 mei nodig. Wanneer Marine inderdaad de meeste stemmen heeft gehaald, staat zij tegenover de nummer twee van de eerste ronde. Het is momenteel erg spannend wie dat wordt: de rechtse Fillon of de centrumkandidaat Macron, die beiden rond de 20% peilen. Eigenlijk maakt dat niet eens zoveel uit : de andere kandidaat in de tweede ronde wint sowieso. Simpel gezegd: kiezers die in de eerste ronde gestemd hebben op een kandidaat die zich in het politieke spectrum links van de extreemrechtse Marine Le Pen bevindt -en dat zijn alle andere kandidaten- stemmen niet op Le Pen maar op de nummer twee. Een stem op het Front National is voor hen een no-go area en zij willen kost wat kost voorkomen dat Marine Le Pen op het pluche komt.

Deze situatie deed zich in 2002 voor toen Jean-Marie Le Pen plots tot de tweede ronde doordrong tegenover zittend president Jacques Chirac. Hoewel Chirac werd afgeschilderd als leugenaar vanwege politieke affaires, riepen zijn tegenstanders op toch voor Chirac te stemmen onder het motto: liever de leugenaar dan de racist in het Elysée. In de tweede ronde scoort Le Pen slechts 0,9% hoger en won Chirac met maar liefst 82%. Nu is dat inmiddels alweer vijftien jaar geleden en overal in Europa rukt extreemrechts en het populisme op. Toch herhaalt dit patroon zich nog vaak, zoals meest recent in december 2015 tijdens de regionale verkiezingen. Verschillende kandidaten van Front National scoorden zeer hoog: Marine Le Pen en haar nichtje Marion behaalden in de eerste ronde zelfs meer dan 40% van de stemmen, maar werden alsnog in de tweede ronde verslagen door de nummers twee uit de eerste ronde.

Nu zal een oplettende lezer zeggen: ah! maar Marine Le Pen is dus in staat meer dan 40% van de stemmen te halen! Dat komt omdat zij in dit geval lijstaanvoerder was in een regio met een hoge werkloosheid (Nord-Pas-de-Calais-Picardie) en Marion in een regio met immigranten (Provence-Alpes-Côte d’Azur), met andere woorden: twee bolwerken van Front National. Op nationaal niveau middelt zich dit uit: zo heeft bijvoorbeeld Parijs en omgeving heel weinig Front National kiezers, evenals de overzeese gebiedsdelen. Daarbij moet wel aangetekend worden dat Le Pen in sommige peilingen over de tweede ronde wel over de 40% gaat, vooral als Fillon haar tegenstander is. Het is echter moeilijk te verklaren hoe zij in dat geval aan haar 15% extra stemmen komt, indien zij in de eerste ronde tussen de 20 en 30% peilt. Dat kunnen Front National kiezers zijn die in de eerste ronde niet hebben gestemd en in de tweede ronde wel opdagen. Stemmen kunnen ook van een andere protestkandidaat komen zoals  de bijna communistische Mélenchon, maar dat is een grote vijand van Le Pen en staat inhoudelijk heel ver van haar af. Het is niet te verklaren hoe haar aanhang in de tweede ronde zou kan toenemen. De tweede conclusie blijft dan toch dat kiezers in de tweede ronde in meerderheid op willekeurig welke tegenstander van Marine Le Pen stemmen om haar van het presidentschap af te houden.

Meer op de inhoud

Los van deze statistieken, zijn er andere redenen niet op het Front National stemmen: veel Fransen vinden de familie Le Pen ronduit eng, zelfs met de gematigde Marine aan het roer. Haar toon is milder dan bijvoorbeeld die van Wilders, maar het gevoel blijft dat zij een wolf in schaapskleren is. Twee jaar geleden heeft zij haar veel extremere vader uit de partij gezet, maar hij financiert bijvoorbeeld nog wel mee aan de campagne. Daarnaast heeft Marine en het Front National bijna geen bestuurlijke ervaring: de partij heeft slechts een handjevol burgemeesters.

Franse kiezers lijken veel principiëler dan bijvoorbeeld Nederlanders met hun ‘er-zit-toch-wel-wat-in-wat-ie-zegt’ pragmatisme: er is nog altijd een grote groep Fransen die Front National oprecht verwerpelijk vindt omdat deze partij niet de waarden van de Franse republiek nastreeft. Een economisch argument is dat Front National de afschaffing van de euro voorstaat, maar veel Fransen voelen aan dat dit in hun nadeel kan uitpakken. In de afgelopen jaren wist het land zich economisch drijvend te houden door de koppeling via de euro aan de sterke Duitse economie. Tot slot kan je door de vele presidentskandidaten ook nog een proteststem op extreemlinks uitbrengen: er zijn altijd leninistische en trotskistische kandidaten en niet te vergeten de chagrijnige tegenvoeter van Emiel Roemer, Jean-Luc Melenchon. Zelfs Emmanuel Macron vertegenwoordigt niet de gevestigde politieke orde.

Geen Trumpeffect
De onvrede wordt in Frankrijk gevoed door de relatief hoge werkloosheid, het integratievraagstuk, de vluchtelingencrisis (denk aan de wantoestanden in Calais) en de terroristische aanslagen in Parijs en Nice. Ook is er een grote groep die zich vergeten voelt (les oubliés) door de politiek, die alleen maar aandacht lijkt te hebben voor allerhande minderheden in de samenleving, terwijl zij in stilte elke dag doorploeteren. In de Verenigde Staten bleek die onvrede november jl. dieper te zitten dan verwacht met als resultaat de verkiezing van Donald Trump. Maar Frankrijk is geen Amerika. Ten eerste worden de Amerikaanse presidentsverkiezingen bepaald door slechts twee kandidaten. Daarnaast verwachten zowel linkse als rechtse Fransen veel van hun overheid op bijvoorbeeld het gebied van sociale zekerheid en zorg, terwijl in de VS de overheid zo min mogelijk moet doen. Bovendien kenmerkt de Amerikaanse regering zich sinds het aantreden van Trump door chaos, het andere Trumpeffect. Dat is een reden erbij om het Amerikaanse voorbeeld niet te volgen.

2022
Deze blog is niet bedoeld om de problemen en onvrede van de Fransen te relativeren of weg te poetsen, integendeel. Het neemt niet weg dat op 23 april toch een schok door het land gaat op het moment dat Marine Le Pen echt als winnaar van de eerste ronde uit de bus komt. En zoals wel eerder in deze blog gesteld: de volgende president moet enorm zijn best doen om de onvrede bij de Fransen weg te nemen. Marine dan wel haar nichtje Marion Le Pen staan namelijk gewoon weer klaar voor de presidentsverkiezingen van 2022 en dat kan dan heel anders uitpakken……

Miss Moneypenny

penelope-francois-fillon-2

De Franse presidentsverkiezingen van 2017 beloven de spannendste ooit te worden. Een paar maanden geleden leek het overzichtelijk: de rechtse Républicains winnen ruimschoots met hun onkreukbare François Fillon maar de extreemrechtse Marine Le Pen zorgt voor een grote schok door de tweede ronde te halen. De socialisten zijn met willekeurig welke kandidaat door hun zwakke president Hollande kansloos en diens afvallige minister Emmanuel Macron is een eendagsvlieg die te vroeg piekt. Met nog drie maanden te gaan, is het de schuchtere mevrouw Penelope Fillon – Penny voor intimi- die tegen haar wil de campagne op zijn kop zet.

Penelopegate
Met een onverwachte maar eclatante overwinning verslaat Fillon tijdens de rechtse voorverkiezingen in november 2016 de partijkannonen Juppé en Sarkozy. Al snel ontstaat echter gemor over zijn campagne, die maar niet van de grond komt. Door zijn ultraliberale beleid en onduidelijkheid over de sociale zekerheid, is hij op de inhoud kwetsbaar en moet hij het hebben van zijn imago als integere en rechtschapen familieman met zijn trouwe en discrete Penelope en hun vijf kinderen aan zijn zijde.

Hoewel de van oorsprong Britse Penelope Clarke is opgeleid tot advocaat, heeft zij dit beroep nooit uitgeoefend en bestaat het beeld dat zij zich uitsluitend wijdt aan haar gezin en de politieke carrière van haar echtgenoot. Het komt als een verassing wanneer het satirische weekblad Le Canard Enchaîné eind januari onthult dat Penelope Fillon van 1998 tot 2002 parlementair medewerker is van eerst haar echtgenoot als lid van de Assemblée Nationale en vervolgens tussen 2002 en 2007 van diens vervanger Marc Joulaud: Fillon is dan minister. Zij heeft volgens Le Canard Enchaîné meer dan 800.000 euro bruto salaris ontvangen, de periode 1988-1990 meegerekend toen Penelope ook medewerker van haar man was. Fillon bevestigt dat zijn vrouw voltijds voor hem werkte door teksten op te stellen, gasten te ontvangen en hem te vertegenwoordigen bij verenigingen en manifestaties.

Op zich is het legaal dat zij als parlementair medewerker voor haar echtgenoot werkt, maar heeft Penelope echt gewerkt? De biografe van François Fillon, Christine Kelly, weet niet beter dat Penelope huisvrouw is en noemt in haar boek Sylvie Fourmont de langst dienende medewerkster van Fillon. Een medewerkster van Fillons vervanger Joulaud verklaart op haar beurt nooit met Penelope Fillon te hebben gewerkt en kent haar alleen maar als ‘de vrouw van’. Behalve manlief heeft niemand in de pers verklaard zich wél te herinneren dat Penelope in die periode werkte.

Vlek op vlek
Fillon reageert als door een wesp gestoken. Hij weerspreekt de aantijgingen en gaat pal achter zijn vrouw staan. In zijn campagne heeft hij meerdere malen gezegd dat een presidentskandidaat die onderwerp is van justitieel onderzoek, zich dient terug te trekken. Hij geeft aan dat daadwerkelijk te doen als deze affaire daartoe leidt. Dat is een nobele uitspraak maar de daarop volgende ontwikkelingen maken het er niet beter op. Half februari blijkt of het Openbaar Ministerie voldoende aanknopingspunten heeft om een onderzoek te starten voor  het delict van misbruik van gemeenschapsgoederen. Zij verhoren voor die tijd ondermeer het echtpaar Fillon separaat, de medewerkster Fourmont, de biografe Kelly en de vervanger Joulaud. Ondertussen doet de Assemblée Nationale onderzoek, waar ondermeer naar voren komt dat Penelope geen mailadres bij het parlement had en geen toegangspas voor het parlementsgebouw. Klap op de vuurpijl is echter een interview met de Britse televisie uit 2007, dat op 1 februari jl. opduikt. Penelope verklaart “nooit de parlementaire assistent of iets dergelijks” van haar echtgenoot te zijn geweest.

Er is echter nog meer. Ook twee kinderen van Fillon waren in dienst toen hij tussen 2005 en 2007 senator was. Vader Fillon verklaart dat Marie en Charles Fillon toen advocaten waren. Weliswaar is dat nu het geval, maar toen waren zij slechts rechtenstudenten. En passant duikt nog een verborgen bijbaan op bij het bedrijf Ricol Lasteyrie, waarvoor Fillon sinds 2012 zo’n 200.000 euro ontving. In alle campagneretoriek spreekt Fillon van ‘stinkbommen’ en roept om het hardst dat de beschuldigingen een gemene manier zijn hem onder uit te halen, een aanval waar links achter zit. Hij had daar op bedacht moeten zijn voordat hij zich als nationaal kampioen integriteit profileerde.

Normaal of niet normaal?
In de Franse politiek zijn dergelijke affaires niet uitzonderlijk. Een kleine bloemlezing: president Chirac en zijn minister-president Juppé waren in de jaren ’90 verwikkeld in een zaak over fictieve banen voor partijgenoten bij de gemeente Parijs, waar Juppé voor veroordeeld is. President Sarkozy wordt achtervolgd door meerdere affaires, ondermeer omdat hij een tas contant geld van Oréal erfgename Bettencourt zou hebben aangepakt voor zijn campagne in 2007.  Sarkozy is echter nooit ergens voor veroordeeld. Op links is het niet veel anders: budgetminister Jérôme Cahuzac, verzweeg zijn Zwitserse bankrekening en moest in 2013 opstappen. De huidige staatssecretaris van Europese Zaken, Harlem Désir, is veroordeeld in 1998 omdat hij salaris ontving voor een spookbaan.

Terwijl het echtpaar Fillon al een weeklang voorpaginanieuws is, speelt op de achtergrond een kwestie rondom Marine Le Pen. Zij weigert het Europees Parlement het salaris van 300.000 euro voor een parlementair medewerker terug te geven, waarmee ze haar lijfwacht heeft betaald. Het houdt Franse kiezers niet noodzakelijkerwijs tegen om op een kandidaat te stemmen, maar Fillon heeft juist zijn vermeende integriteit tot unique selling point gemaakt. Penelopegate kan een kentering betekenen. Franse kiezers hebben steeds minder vertrouwen in de politiek en willen dit gedrag niet meer accepteren: politici moeten het goede voorbeeld geven. Er gaan steeds meer stemmen op om te verbieden dat familieleden voor politici werken om dit soort taferelen te voorkomen. Zo bezien is dat een positieve ontwikkeling en draagt het bij aan goed bestuur.

Hoe gaat dit aflopen? Indien alle direct betrokkenen verklaren dat Penelope Fillon wel degelijk voor haar geld heeft gewerkt, zij het op de achtergrond en niet vanuit Parijs, dan heeft het Openbaar Ministerie te weinig munitie voor een onderzoek. Het tv-fragment uit 2007 maakt die uitkomst echter twijfelachtig. Fillon blijft dan kandidaat voor Les Républicains, maar gaat gehavend de campagne in: zijn favorietenrol is hij sowieso kwijt. Indien blijkt dat het echtpaar Fillon gelogen heeft, kan Fillon ook nederig excuses aanbieden en kandidaat blijven. Dat zou hem echter totaal ongeloofwaardig maken.

Plan B
Een ander scenario drijft langzaam naar boven: Fillon wordt vervangen door een andere kandidaat. In de gelederen van Les Républicains gaan daar steeds meer stemmen voor op omdat Fillon de partij in zijn val meetrekt. Anderen blijven juist vierkant achter Fillon staan. Wanneer Fillon afhaakt, ontbreekt het aan tijd om een nieuwe voorverkiezing te organiseren en moet de partijleiding een nieuwe kandidaat aanwijzen. Het meest voor de hand liggend lijkt dan de nummer twee van de voorverkiezingen, Alain Juppé. Hij geeft aan dat hij niet beschikbaar meer is en probeert de gelederen gesloten te houden.

Er zingen nog drie andere namen rond. Het gaat om de 67-jarige zwaarlijvige senaatsvoorzitter Gérard Larcher, de 51-jarige minister van Arbeid van president Sarkozy, Xavier Bertrand, en de even oude François Baroin. Laatstgenoemde was verschillende keren minister, al twintig jaar burgemeester van Troyes en nu woordvoerder van Fillon. Zijn jonge uitstraling geeft hem goede papieren tegenover het jeugdige elan van de linkse Emmanuel Macron en de socialist Benoît Hamon. Deze beide heren doen het goed in de peilingen. Hamon spreekt aan met zijn moderne socialisme en heeft het image eerlijk te zijn. Macron, die in maart zijn langverwachte verkiezingsprogramma presenteert, zou zelfs tegenover Marine Le Pen op 7 mei in de tweede ronde staan en zo de verkiezingen winnen. Zo lijkt elke wending in deze verrassende verkiezingscampagne steeds maar weer goed uit te pakken voor één man: Macron.

Vijftig tinten links: Frankrijk kiest socialistische presidentskandidaat

000_jx2pm.primairegauchedeboutmain

Alsof dertien aangemelde kandidaten voor de Franse presidentsverkiezingen van 23 april en 7 mei nog niet genoeg is, wordt daar over twee weken een veertiende aan toegevoegd: de kandidaat namens le Parti Socialiste (PS) van François Hollande. Les primaires citoyennes van de PS en enkele splinterpartijen vinden plaats op 22 en 29 januari en gaat tussen zeven kandidaten, die gezamenlijk weer tot la belle alliance populaire behoren, waar echter weer niet alle linkse partijen in zitten. Wie wordt de socialistische kandidaat en wat betekent dat voor de kansen van links de volgende Franse president te leveren?

De ‘kleine’ kandidaten
Eerst even naar het achterhoedegevecht van de drie kandidaten die niet uit de PS voortkomen. Oud-minister van Volkshuisvesting Sylvia Pinel van le Parti Radical de Gauche is de jongste en enige vrouwelijke kandidaat maar in de tv-debatten ook de minst zichtbare. François de Rugy doet mee namens le Parti Ecologiste, waarvan hij voorzitter is en tevens parlementslid. Dit groene partijtje is speciaal opgericht voor deelname aan de regering Hollande. Dit in tegenstelling tot de andere groene partij, Europe Ecologie Les Verts (EELV), dat zich verzet tegen het milieubeleid van Hollande en Europarlementariër Yannick Jadot in een eigen voorverkiezing als presidentskandidaat koos. Het toont bij uitstek de versnippering aan. Tot slot de derde kandidaat : Jean-Luc Bennahmias van le Front Démocrate, die zijn eigen centrumlinkse partijtje in 2015 oprichtte. Met zijn clowneske optreden vrolijkt hij de debatten op, al weet hij niet altijd goed meer wat er in zijn eigen programma staat. Om dit drietal gelijk maar uit de droom te helpen: zij gaan deze voorverkiezing niet winnen en zelfs niet de tweede ronde halen, al krijgt De Rugy wel goede kritieken. Onbekendheid bij de kiezers en gebrek aan een grote partijorganisatie zoals die van de PS zijn hier debet aan.

De erfenis van Hollande
De vier socialisten hebben weer een andere handicap: zij zijn allen voormalige ministers van François Hollande, wiens presidentschap zo’n teleurstelling is dat zelfs hij zich niet voor een tweede termijn heeft gekandideerd. Hun partijgenoot afkraken verzwakt ook hun eigen positie, het oordeel over de termijn van Hollande verschilt dan ook sterk per kandidaat.

Oud-premier Manuel Valls (54 jaar) heeft het langst gediend onder Hollande en neemt de minste afstand. Hij hamert op zijn ervaring en wil links graag verenigen. Maar zoals een cabaretière hem zei: “het lukt u eerder de Beatles weer bij elkaar te brengen”. Valls heeft zijn partijgenoten vaak tegen zich in het harnas gejaagd door zijn opvliegende en autoritaire karakter. Hij heeft kwaad bloed gezet door een wet die mede het ontslagrecht versoepelt (la loi El Khomri) en die ook nog eens per decreet door het parlement is gedrukt. Van de vier socialisten is hij de enige die de strenge Europese afspraken over de migranten steunt: de andere drie tonen zich gastvrijer.

Begin december meldt zich verrassend genoeg Vincent Peillon. Deze oud-minister van Onderwijs, 56 jaar, en nu Europarlementariër is een wat raadselachtige kandidaat. Zijn bijdrage aan de debatten is analytisch, hij is vooral tegen Valls en hij komt over als een onvriendelijke schoolmeester. Peillon heeft een programma met vooral veel Europese accenten en wil graag een new deal om de Europese Unie nieuw leven in te blazen.

Tot nu toen heeft Peillon de meeste aandacht door zijn uitspraak over ‘zekere mensen’ die moslims wegzetten als radicalen en in een vergelijkbare positie brengen als de Joden tijdens de Tweede Wereldoorlog. Maar ook in Frankrijk geldt: never mention the war. Hij wordt overigens gesteund door Anne Hildago, burgemeester van Parijs en…… Mazarine Pingeot, de buitenechtelijke dochter van François Mitterrand.

De 54-jarige Arnaud Montebourg (minister van Economische Zaken) en 49-jarige Benoît Hamon (opvolger van Peillon als minister van Onderwijs) verlieten in 2014 de regering uit onvrede met het sociaal-economische beleid: zij staan een socialer beleid voor. Aan het begin van de campagne afgelopen zomer leek deze heren twee voor de prijs van één, waarbij de rustige Hamon in de schaduw lijkt te staan naast de flamboyante Montebourg, die in Frankrijk veel bekendheid geniet.

Montebourg profileert zich als anti-Hollandekandidaat en heeft zijn presidentiële uitstraling mee. Vijf jaar geleden was hij er ook al bij en werd toen niet onverdienstelijk derde tijdens de voorverkiezing. Zijn befaamde flair lijkt hij deze campagne te onderdrukken, waardoor hij meer beheerst overkomt. Montebourg slaagt er echter minder in dan Hamon om inhoudelijke thema’s voor het voetlicht te brengen: zijn stokpaardje, le Made in France, waarbij hij consumenten aanmoedigt Franse producten te kopen, speelt niet zo’n rol meer. Hij wil in ieder geval de arbeidswet met het versoepelde ontslagrecht afschaffen en is niet gehecht aan de Brusselse norm van drie procent begrotingstekort.

Hamon ontpopt zich daarentegen als de man met nieuwe ideeën die het socialisme een modern maar wel sociaal gezicht wil geven. Zijn voorstellen vormen vaak de basis voor discussie in de televisiedebatten. Hij is bijvoorbeeld voorstander van een basisinkomen, een humanitair visum voor vluchtelingen, legalisering van softdrugs en een belasting op robots. Hij is goed in staat om kalm en vriendelijk zijn voorstellen te onderbouwen, al is niet iedereen enthousiast over zijn robotbelasting. En niet onbelangrijk: hij spreekt veel jongeren aan. Hamon kan daarmee zomaar de grote verrassing worden van deze primaires citoyennes.

Wie wint de voorverkiezing?
Met nog het derde tv-debat te gaan, tekent zich de voorhoede af. Valls, Montebourg en Hamon maken de meeste kans de tweede ronde te bereiken op 29 januari. Inhoudelijk staan de laatste twee dicht bij elkaar, zodat de optelsom van hun aanhang en die van Peillon in de tweede ronde Valls zomaar de overwinning ontnemen. In peilingen doet Hamon het iets beter bij de linkse achterban, Montebourg is onder alle Fransen populairder.

Ongeacht wie van deze drie wint: hij begint de presidentscampagne sowieso vanuit een grote achterstand. Om maar eens te illustreren hoe de PS vlag erbij hangt: in de peilingen moet willekeurig welke socialistische kandidaat maar liefst vier andere kandidaten voor zich dulden, terwijl decennialang de PS altijd de nummer 1 of 2 was. De PS wacht nu slechts een bijrol tenzij in de campagne zij andere linkse concurrenten voorbij streeft.

De linkse concurrentie
En linkse concurrenten zijn er in overvloed.Traditiegetrouw zijn er altijd een heuse Trotskistische en een Leninistische kandidaat : fabrieksarbeider Phillipe Poutou (Nouveau Parti Anticapitaliste) en lerares Nathalie Arnaud (Lutte Ouvrière). Net als Jadot van de groene EELV zullen die hooguit enkele procentpunten bij elkaar sprokkelen. Het zijn echter twee andere kandidaten die veel kiezers wegtrekken bij de PS. Om te beginnen is dat boze buurman Jean-Luc Melenchon en zijn France insoumise (het eigenzinnige Frankrijk), die een klassiek socialisme nastreeft: hij staat links van de PS, die hij hard aanpakt: een PS kandidaat is volgens hem overbodig bij gebrek aan duidelijk project en electoraal voordeel.

Macron: still going strong

Met open mond kijken de Fransen vooral naar een nieuwe rijzende ster die zich in het linkse politieke spectrum nestelt. De oud-minister van Economische Zaken, Emmanuel Macron, heeft zijn eigen linkse beweging En Marche! Met zijn Kennedy-achtige allure trekt de 39-jarige letterlijk volle zalen en krijgt voortdurend veel media-aandacht met zijn gematigde programma, waarbij werkgelegenheid centraal staat. Dat spreekt zowel gematigd links aan als de centrumpartijen en de linkerflank van Les Républicains.

Indien Valls het onderspit delft in les primaires citoyens, hebben de voorverkiezingen bij zowel links als rechts de politieke carrières beëindigd van vier staatsmannen: Sarkozy, Hollande, Juppé en Valls. Afgezien van de groeiende steun voor het Front National kiezen de Fransen vooralsnog niet voor het populisme, maar is wel behoefte aan een nieuwe generatie politici, zoals de opkomst van Macron het meest duidelijk maakt.

Tegenstanders die beweren dat Macron een zeepbel is die elk moment doorgeprikt kan worden, beseffen dat hij toch een solide basis heeft. Hij is na Marine Le Pen van het Front National en François Fillon van Les Républicains al maandenlang de nummer 3 in de peilingen en zou afgemeten aan zijn huidige populariteit zelfs de tweede ronde halen ten koste van Le Pen. Met de achterban van Melenchon, de PS en de kleine linkse partijen kan hij in de tweede ronde nog ver komen. Als het nog wat wordt met links op 7 mei 2017, dan is het dankzij Macron.

Het tijdperk Hollande ten einde

epa05074104 French President Francois Hollande leaves the EU Summit in Brussels, Belgium, 18 December 2015. EU leaders met in Brussels for the year-end summit with highly controversial British demands for reforms expected to be discussed. Sanctions against Russia, Europe's migration crisis, the fight against terrorism and the crisis in Syria were also expected to round out the agenda of the two-days summit on 17 and 18 December.  EPA/LAURENT DUBRULE

Nooit eerder vertoond : een president van de Vijfde republiek besluit na één termijn zich niet opnieuw te kandideren. Op 1 december 2016 maakt de socialist François Hollande de balans op van vijf jaar presidentschap maar beseft dat hij niet in staat is links te verenigen voor een nieuwe verkiezingsoverwinning. Wat is de achtergrond van dit dramatische besluit?

Er was eens

De 62-jarige beroepspoliticus Hollande loopt al jarenlang mee in de politiek. Samen met zijn toenmalige partner Ségolène Royal vormt hij vanaf eind jaren ’80 een power couple Franse stijl, die elkaar in de politieke schijnwerpers afwisselen. Hij is burgemeester van het stadje Tulle, Europarlementariër, parlementslid, voorzitter van de regionale raad van de Corrèze en lange tijd partijvoorzitter van le Parti Socialiste (PS). Zij is ook parlementslid, verschillende keren minister en wordt presidentskandidaat in 2007, maar verliest dan van Sarkozy. Kort daarna gaat het koppel uit elkaar en Hollande bereidt zich voor op de presidentsverkiezingen van 2012. Ditmaal heeft hij zijn nieuwe partner aan zijn zijde, de Paris Match journaliste Valerie Trierweiler. De uitschakeling van de grote socialistische favoriet, Dominique Strauss-Kahn, vindt al plaats in mei 2011 op een hotelkamer in New York. Hollande kruipt bij de linkse voorverkiezingen langzaam naar boven en mag zowaar de kleuren van de PS verdedigen. In tegenstelling tot alle eerdere presidenten, is Hollande nooit minister geweest en zijn chaotische leiderschap van de PS strekken niet tot aanbeveling om een heel land te leiden. François Hollande verslaat desalniettemin in mei 2012 zittend president Sarkozy. De Fransen stemmen vooral tegen de hyperactieve Sarkozy, die zij simpelweg niet meer kunnen uitstaan. Anno 2016 wordt Sarkozy zelfs verweten dat hij de Fransen met de zwakke president Hollande heeft opgezadeld.

Fragiel herstel

De opgave waar Hollande en zijn regering, aangevoerd door Jean-Marc Ayrault, voor staan, is het herstel terugbrengen na de grote economische crisis van 2008. Hollande strijdt vooral tegen de hoge werkeloosheid en belooft het hoge percentage naar beneden bij te buigen. Dat maakt hij tot een voorwaarde voor een nieuwe presidentstermijn. Hij sluit een pact met werkgevers om meer te investeren en dringt het begrotingstekort terug, dat nu na bijna vijf jaar weer richting de door Brussel vereiste drie procent gaat. De belastingen gaan de eerste jaren omhoog. De maatregelen leiden slechts tot een fragiel herstel en Frankrijk wordt door de Europese Unie op de huid gezeten om meer ingrijpende maatregelen te nemen door ondermeer de arbeidsmarkt te versoepelen. Maar ingrijpend zijn de maatregelen van Hollande niet te noemen: alles gebeurt in kleine stapjes.

De periode Hollande kenmerkt zich ook door voortdurend wisselende regeringssamenstellingen. Zijn premier Ayrault wordt in 2014 vervangen door de daadkrachtige minister van Binnenlandse Zaken, Manuel Valls. Deze law and order socialist leidt de regering strak en zorgt samen met de minister van Economische Zaken Macron voor een meer sociaalliberale signatuur. Op dat moment hebben de traditionelere ministers als Montebourg en Hamon de regering al verlaten en is er een groep opstandelingen gesignaleerd in de socialistische fractie van de Assemblée nationale: de zogenoemde frondeurs. Valls kan niet automatisch op een meerderheid rekenen voor zijn wetsvoorstellen en drukt tot drie keer toe per decreet de door Brussel zo gewenste maatregelen er doorheen. Dat drijft Hollande ver af van zijn oorspronkelijke socialistische programma. Hij beschouwde ooit banken als zijn grootste vijand en stelt nog wel een vermogensbelasting van maar liefst maximaal 75% in: en passant verlaat topacteur Gerard Depardieu daarom met slaande deuren het land en vestigt zich in België.

Voortdurend slechte peilingen

La loi El Khomri, die uiteindelijk leidt tot weinig spectaculaire aanpassingen van de arbeidswet, zorgt voor maandenlange demonstraties. Frankrijk wordt daar bovenop nog getroffen door drie afschuwelijke terroristische aanslagen, eerst in januari en november 2015 in Parijs en dan in juli 2016 in Nice. In deze omstandigheden lukt het Hollande goed zijn ambt waardig te bekleden en de emoties van de rouwende Fransen goed te vertolken. Cynisch genoeg blijkt hij het alleen goed te doen tijdens herdenkingen, die tot drie kortstondige oplevingen in de peilingen leidden. De waardering is al vanaf eind 2012 onverminderd laag en hij duikt met gemak onder de laagterecords van Sarkozy. Hollande houdt de moed erin en stelt meerdere keren blijmoedig dat het economisch herstel structureel inzet: dat leidt eerder tot hoongelach. Sinds dit voorjaar is voor het eerst sprake van een bescheiden maar structurele daling in de werkeloosheid. Het komt echter te laat en het is te weinig. Dieptepunt is dat slechts 4% van de Fransen vertrouwen in hun president heeft in het afgelopen najaar.

De overigens nooit getrouwde Hollande boekt in 2013 wel een succes met de openstelling van het huwelijk voor homo’s en lesbiennes, die ook mogen adopteren. Dit straalt echter meer af op zijn minister van Justitie Taubira. Zijn ex-partner Royal, die na het vertrek van de nogal jaloerse Trierweiler minister van Milieu wordt, bezorgt hem samen met de minister van Buitenlandse Zaken Fabius een ander succes: het klimaatakkoord van Parijs in december 2015.

De mensch Hollande

Vijf jaar lang wordt Frankrijk geregeerd door le président normal, maar een terechte uitspraak van Sarkozy: een president kan niet normaal zijn. Hollande wordt als slap beschouwd: zijn bijnaam is flanby, naar een drilpuddinkje. Voor zijn omgeving is het een moeilijk in te schatten man, die niet het achterste van zijn tong laat zien. Hij wikt en weegt veel, en zoekt naar compromissen in een land dat directief geleid wordt. Het is vaak zijn premier Valls die hem tot beslissingen dwingt. Naast Valls wordt hij omringd door enkele getrouwen, die net als hij in 1980 afstuderen aan de prestigieuze Ecole Nationale d’Adminstration, de zogenoemde lichting Voltaire: dat zijn ondermeer Royal en de minister van Financiën Sapin, de secretaris-generaal van het Elysée Lemas en diens directeuren Hugues en Hubac.

En ook binnenshuis neemt zijn populariteit af: vanwege zijn affaire met de actrice Julie Gayet, verlaat Valerie Trierweiler niet zonder slag of stoot het Elysée-paleis. Haar boek Merci pour ce moment geeft een gênante inkijk in het privéleven van de president. Het is echter een ander boek dat hem zijn politieke nekslag geeft: un president ne devrait pas dire ça (een president zou dat niet moeten zeggen). Twee journalisten van kwaliteitskrant Le Monde interviewen in totaal zestig uur de president. In de 700 pagina’s tellende bloemlezing stapelen onhandige opmerkingen zich op over de rechtelijke macht, Sarkozy, stervoetballers en de islam. Volgens de overlevering ontploft premier Valls ongeveer wanneer hij over het boek verneemt: communicatief is het boek een oliedomme zet. De New York Times noemt Hollande een levende dode.

Wie wel?

Tijd voor een ander dus. De socialistische voorverkiezingen vinden 22 en 29 januari 2017 plaats. Daarvoor kunnen tussen 1 en 15 december kandidaten zich melden. De oud-ministers Montebourg en Hamon hebben dat al gedaan, naast vier relatief onbekende backbenchers. Op 1 december, de eerste dag van deze openstelling, geeft Hollande al uitsluitsel over zijn eigen positie, waarschijnlijk om in de veertien dagen erna de anderen voldoende tijd en gelegenheid te geven zich te kandideren.

Het meest voor de hand liggend is dat nu Manuel Valls zich meldt. Eerder liet hij al in de pers weten daartoe bereid te zijn indien Hollande zich terugtrekt. De van oorsprong Spanjaard is communicatief sterk maar zal in de campagne vooral aangevallen worden op zijn staat van dienst onder de impopulaire Hollande. Daardoor is het linkse blok versnipperd geraakt over tot nu toe acht kandidaten (van groen tot twee smaken communisten). Koploper van dit achttal is Emmanuel Macron, die grote media-aandacht geniet: hij is achter de rechtse Fillon en de extreemrechtse Le Pen de nummer 3. Dat kan veranderen wanneer Macron zijn verkiezingsprogramma presenteert, waarover de kiezer nog in het duister tast. Bovendien zullen Montebourg en Hamon zich profileren als degenen die voor rechten van arbeiders opkomen en zo het meer klassieke links achter zich krijgen: dat is een achterban die zich niet in eerste instantie tot oud-bankier en miljonair Macron voelt aangetrokken. Tegenover het strenge conservatieve programma van de rechtse Républicains onder aanvoering van Fillon heeft links echter wel degelijk een kans, indien bijvoorbeeld Valls of Macron daar een socialer programma tegenover zetten.

Een waardig afscheid

Terug naar 1 december. Er wordt een speciale toespraak van de president om 20 uur aangekondigd. Niemand weet op dat moment wat hij de natie wil zeggen. Hollande verbaast zelfs zijn naaste medewerkers met zijn besluit: hij is geen kandidaat voor zijn eigen opvolging. Geëmotioneerd vertelt hij zijn landgenoten wat hij bereikt heeft, maakt excuses voor maatregelen die later dan verwacht effect sorteren en geeft toe dat er fouten zijn gemaakt. De toespraak is waardig: Hollande zegt zich bewust te zijn van de gevolgen van de risico’s voor het land als zijn kandidatuur onvoldoende steun verzameld. Hij geeft daarmee ook zijn eigen falen toe. Het is echter minder vernederend dan in mei 2017 als zittend president niet door te dringen tot de tweede ronde van de verkiezingen of nog erger: niet eens als winnaar uit de bus komen van de voorverkiezingen van zijn eigen partij.

Het is de vraag hoe over een paar jaar op president Hollande wordt teruggekeken. Zijn aarzelende optreden en halfbakken maatregelen hebben dan waarschijnlijk geen diepe sporen getrokken in het Franse politieke landschap, al staat voor mij buiten kijf dat hij in oprechtheid deed wat hij goed achtte voor zijn land.

En op de zevende dag:…François Fillon

ff

De Franse voorverkiezingen van een presidentskandidaat voor de rechtse en centrumpartijen zorgen toch nog voor een grote verrassing : niet de gedoodverfde favoriet Alain Juppé of oud-president Nicolas Sarkozy komt als winnaar uit de bus, maar oud-premier François Fillon. Wie is hij en wat wil hij ?

Family values

François Charles Armand Fillon is geboren in 1954 in Le Mans, bekend van de autoraces waar Fillon een groot liefhebber van is. Hij is getrouwd met Penelope Clarke, een Britse juriste die gemeenteraadslid is in de geboortestreek van Fillon. Samen hebben ze een dochter en vier zonen. Afgemeten aan het turbulente liefdesleven van eerst president Sarkozy en vervolgens dat van Hollande, heeft Fillon een stabiel gezinsleven, waar hij zeer discreet over is. De privésituatie van Franse politici speelt doorgaans slechts op de achtergrond evenals het geloof, waar de Franse Republiek een zeer verregaande en stricte scheiding tussen kerk en staat voorstaat. Toch kleeft aan Fillon het imago van een streng katholiek, voor wie het klassieke gezin centraal staat. Een groot deel van de Fransen op met name het omvangrijke platteland geeft dat ongetwijfeld herkenning en vertrouwen: noem het nestgeur.

Geen buitenstaander

Hoewel een verrassende winnaar, is Fillon, net als Sarkozy en Juppé, zeker geen outsider of anti-establishment. In 1981 wordt hij al lid van de Franse Assemblée Nationale, hij is zeven jaar minister op vijf verschillende departementen, tussendoor 18 jaar lang burgemeester van Sablé-sur-Sarthe en dan natuurlijk de minister-president van Sarkozy van 2007 tot 2012. Deze laatste noemt hem “mr. Nobody ” of “Droopy” en geeft hem weinig ruimte omdat de hyperactieve president Sarkozy vooral zelf de dienst uitmaakt. Vier jaar later profiteert Fillon tijdens de voorverkiezingen van het “Anything but Sarkozy” sentiment. In vergelijking met de gematigde Juppé is Fillon een rechts-conservatief : Sarkozy zonder de gebreken van Sarkozy. Integer, degelijk en kalm. Gezien de top drie gaan de rechtse Fransen nog voor de ervaren oudere garde. De veertigers Le Maire en Kosciusko-Morizet belanden ver in de achterhoede.

Maandenlang is François Fillon slechts nummer vier in peilingen tot hij opvalt tijdens de televisiedebatten in oktober en november. Hij is dan al vanaf mei 2013 kandidaat en heeft -net als destijds Hollande bij de linkse voorverkiezingen in 2011- aan een brede basis onder de kiezers gewerkt. Daags na de eerste ronde van de voorverkiezingen op zondag 20 november jl. blijkt dat Fillon in bijna alle regio’s winnaar is : Juppé verovert Parijs en het zuidwesten om zijn thuisbasis Bordeaux, terwijl Sarkozy alleen op Corsica en het overzeese La Réunion wint. Als Fillon in tweede ronde zo’n 65% van de stemmen binnenhaalt, is het duidelijk : dit zit diep.

Nadat Fillon meer dan 40% van de stemmen binnenhaalt in de eerste ronde van de primaire, neemt hij het in de tweede ronde op tegen Alain Juppé, de nummer twee die bijna 30% van de stemmen behaalt. Juppé wordt zowaar fel en in een paar dagen tijd worden beelden over Fillon neergezet, die hijzelf karikaturen vindt. Juppé spreekt over ‘une brutalité sociale’ vanwege het vergaande economische programma. De ultrakatholiek en vriend van Poetin zou homofoob zijn omdat hij tegen het homohuwelijk stemde. Dat beeld wordt versterkt doordat hij omringd wordt door mensen uit de anti-homohuwelijkbeweging Manif pour tous. Daarnaast zou hij het niet hoog op hebben met vrouwenrechten omdat hij een minister een andere post heeft geweigerd vanwege haar zwangerschap. In het hoffelijke en vriendelijke debat tussen de twee overgebleven kandidaten op 24 november, lukt Fillon het goed deze karikaturen te nuanceren en pareert hij de aanvallen van Juppé, die zich redelijk gedeisd houdt. Het pad naar de overwinning ligt open en Fillon wint overtuigend van Juppé.

Wat wil Fillon ?

Zijn programma staat te boek als liberaal en is gestoeld op de ideeën van Margaret Thatcher uit de jaren ‘80. Hij stelt daarvoor strenge economische hervormingen voor. Om de grote werkeloosheid aan te pakken, laat hij de 35-urige werkweek los om Frankrijk competitiever te maken. Daarnaast wordt het aantal ambtenaren met 600.000 teruggedrongen, het arbeidsrecht wordt versoepeld, de pensioenleeftijd verhoogt hij naar 65 jaar en wordt 100 miljard euro bezuinigd op de overheidsuitgaven. Fillon wil daarmee bereiken dat Frankrijk over tien jaar weer de eerste economische macht van Europa is.

Na zijn aantreden wil hij al in september een referendum houden om het aantal parlementsleden (zowel Assemblée Nationale als Sénat) terug te dringen, maar wordt de stapeling van politieke functies weer toegestaan. Overigens zal zijn regering slechts vijftien ministers tellen; dat aantal ligt in de huidige regering tegen de dertig. Op het gebied van migratie staat hij meer aanpassing voor van nieuwkomers en niet zozeer het bejubelen van diversiteit. Hij laat geen Front National ministers in zijn regering toe. Hij maakt zich sterk tegen het terrorisme en daardoor komen Syriëgangers Frankrijk niet meer in. Rusland krijgt van Fillon een grote rol in zijn buitenlandpolitiek, vooral waar het gaat om het conflict in Syrië. Het levert hem steun van Poetin op, die hij al ontmoet heeft. Tot slot wil hij niets veranderen aan de wetgeving over het homohuwelijk, maar zou hij sleutelen aan het recht van adoptie door homo-ouders. Hij wil dat geadopteerde kinderen van homostellen het recht krijgen te weten wie hun biologische ouders zijn, iets wat de huidige wetgeving is ontbeert.

Links aan zet

In de komende maanden moet blijken of Fillon vooral om zijn persoonlijkheid is gekozen of meer om zijn strenge programma. De keuze voor Fillon is namelijk ook ingegeven omdat hij als rechts-conservatief het beste in staat lijkt Marine Le Pen van het presidentschap te houden. Indien hij daardoor zelfs Le Pen mei volgend jaar uit de tweede ronde weet te houden, kan zowaar een linkse kandidaat de tweede ronde halen.

Maar dan moet het totaal versnipperde linkse kamp eerst een geschikte kandidaat hebben en daar geldt boven alles: “anything but Hollande”. De blik verschuift nu naar de socialisten, die eind januari hun voorverkiezingen houden. Tijdens de tweede ronde van de rechtse voorverkiezingen impliceert eerste minister Valls dat hij zich warmloopt en zelfs tegen zijn eigen president deze strijd zou aangaan. Een dergelijke paleisrevolutie tussen president en minister-president is ongekend en betekent ongetwijfeld het ontslag van Valls. De uitkomsten van de schermutselingen ter linkerzijde zijn nu erg ongewis.

De gevolgen van de radicale economische hervormingen van Fillon voor de sociale zekerheid en banen voor ambtenaren zullen niet bij iedereen goed vallen en dat doet kiezers weer achter de oren krabben, afhankelijk van wat een linkse kandidaat daartegen over stelt ondanks de afkeer tegen Hollande en zijn weinig succesvolle economische politiek. Uiteindelijk moet in mei 2017 blijken of het strenge programma voor lief wordt genomen en desondanks de presidentieel ogende Fillon de voorkeur krijgt van alle Franse kiezers.

Gevecht om Frankrijk: wie wordt in mei 2017 de volgende president?

primaire-de-la-droite-et-du-centre-le-recap-du-debat-en-2-minutes-20161014-0041-f65ba8-01x

Zeg nooit nooit. Dat is na de Brexit en president Trump de dooddoener onder politieke commentatoren. Frankrijk is in aanloop naar de presidentsverkiezingen van mei 2017 de volgende grote westerse natie waar het populisme op de loer ligt. Opent onvrede en boosheid onder Franse kiezers de deuren van het Elyséepaleis voor Marine Le Pen? Dat hangt voor een groot deel af van de kandidaten die het linkerblok maar vooral de rechtse Républicains in de arena brengen. Zondag 27 november wordt de winnaar van de voorverkiezingen van Les Républicains bekend, die hoogstwaarschijnlijk ook tot de achtste president van de Vijfde republiek wordt gekozen.

De voorverkiezingen van Les Républicains
Op 20 november jl. mogen Fransen die de rechtse waarden delen voor twee euro in een eerste ronde stemmen. Dan volgt 27 november een tweede ronde tussen de nummers een en twee, indien geen kandidaat in de eerste ronde 50% haalt. Er zijn in de eerste ronde zeven kandidaten voor de eerste primaire de la droite et du centre. Wie zijn dat?

Simpel gezegd zijn het oud-president Sarkozy en zijn voormalige ministers waarmee hij gebrouilleerd is: Alain Juppé (oud-minister van Buitenlandse Zaken, premier onder president Chirac), Bruno Le Maire (oud-minister van Landbouw), Nathalie Kosciusko-Morizet (bijgenaamd NKM, oud-minister van Milieu), François Fillon (voormalige premier) en Jean-François Copé (minister van Begrotingszaken onder president Chirac). Jean-Frédéric Poisson is de enige die geen lid is van Les Républicains. Hij mag meedoen omdat hij voorzitter is van een zeer conservatieve christendemocratische splinter. Er is verder geen enkele vertegenwoordiger van de centrumpartijen.

Afgelopen twee maanden zijn drie tv-debatten gehouden. Afgemeten aan de Amerikaanse standaarden ging dat er beschaafd en inhoudelijk aan toe en het maakt de voorverkiezingen bovendien spannender: maandenlang stonden namelijk Juppé en Sarkozy eenzaam aan kop in de peilingen, met Bruno Le Maire en François Fillon ver achter hen. Fillon doet het echter goed in debat en kruipt sinds november omhoog. Hij zou zelfs Sarkozy weg kunnen tikken uit de tweede ronde. Als de gedoodverfde favoriet Juppé tegenover Fillon komt te staan, liggen de kaarten plotseling anders. Ik zoem in op de drie vermoedelijke kanshebbers en laat de weinig kansrijke NKM, Le Maire, Poisson en Copé even voor wat het is.

François Fillon: vleesgeworden degelijkheid
Statistisch is de nu 62-jarige Fillon -op Georges Pompidou na- de langstzittende minister-president van de Vijfde Republiek: hij heeft de hele termijn onder Sarkozy uitgezeten. Daarna raakte hij verwikkeld in chaotische verkiezingen om het partijleiderschap van de UMP, waarbij hij op een haar na verloor van Copé. Fillon is nu parlementslid en kondigt al in mei 2013 aan presidentskandidaat te zijn. Zijn programma is het meest verregaande waar het gaat om economische hervormingen. Hij pretendeert altijd de waarheid te spreken, waarschijnlijk om verwarring met Sarkozy te voorkomen. In de debatten was zijn optreden sterk, maar vraag is wat de kiezers in Fillon zien ondanks zijn strenge programma. Het is een degelijke, rustige man met presidentiële uitstraling, die minder weerstand oproept dan Sarkozy en wellicht inhoudelijker is dan Juppé.

Sarkozy: twee friet alstublieft
Ondanks zijn energie, dadendrang en presidentservaring heeft Nicolas Sarkozy nogal wat eigenschappen die hem van een tweede presidentschap afhouden. Hij heeft een erg rechts imago op veiligheid, terrorismebestrijding en immigratie in een mate dat hij tegen Marine Le Pen aanschurkt. Daarnaast is hij nog verwikkeld in minstens vijf juridische affaires en vinden veel Fransen hem gewoon superirritant. De 1 meter 65 lange Sarkozy is verreweg de meest populistische kandidaat en wordt door zijn tegenstanders als ‘mini-Trump’ neergezet. Hoewel hij zich daar tegen verzet, helpen uitspraken niet als “wanneer ze geen ham willen, dan nemen ze maar gewoon een dubbele portie patat” over menu’s in schoolkantines die rekening houden met Joodse en moslimkinderen die geen varkensvlees mogen. Daarnaast profileert hij zichzelf als ‘rassembleur’, iemand die mensen bij elkaar brengt, terwijl meer het beeld leeft dat hij vooral iedereen tegen zich in het harnas jaagt. Sarkozy verwijst dan naar de puinhopen van zijn voormalige politieke partij UMP, die hij heeft omgevormd tot Les Républicains en waar hij de eerste voorzitter van was.

Alain Juppé: l’identité heureuse
De huidige burgemeester van Bordeaux met zijn zangerige stem presenteert zich vaderlijk en presidentieel en lijkt wat boven het inhoudelijke gekrakeel te staan. Hij is de man die zo prachtig zegt: de Fransen moeten het geluk om met elkaar samen te leven terugvinden. Dit concept van l’identité heureuse straalt optimisme uit, maar Sarkozy valt hem erop aan dat Juppé daarmee voorbij gaat aan grote onvrede onder kiezers en hen niet begrijpt. Hij heeft een gematigd programma, al wil hij het aantal ambtenaren sterk terugdringen. Juppé is overigens al 71 jaar en daarmee zelfs twee jaar ouder dan Charles de Gaulle toen deze in 1958 de eerste president van de Vijfde Republiek werd. Zijn leeftijd lijkt geen issue te zijn, evenmin als het feit dat hij veroordeeld is in 2003 tot 14 maanden voorwaardelijke gevangenisstraf en een jaar ontzetting uit het politiek ambt vanwege betrokkenheid bij fictieve banen toen hij wethouder van Parijs was. In de publieke opinie heeft hij daarmee de straf gehad die zijn politieke baas Chirac, toenmalige burgemeester van Parijs, had moeten krijgen.

Wie van de drie?
Het is de eerste keer dat dit rechtse en centrumblok voorverkiezingen organiseert. Er zijn grote onzekerheden over de opkomst door het relatief lage aantal stembureaus, wat vooral voor de grote achterban op het platteland speelt. Juppé heeft door zijn gematigde houding een groot potentieel. Daarnaast wordt hij ook gesteund door de leider van centrumpartij Modem, François Bayrou, normaal goed voor gemiddeld 10% van het electoraat.

Sarkozy loopt het risico dat zijn aanhangers aanstaande zondag al op een andere kandidaat stemmen om te voorkomen dat de echte presidentsverkiezingen straks tussen Le Pen en Sarkozy gaan. Zij zijn bang dat Sarkozy zoveel weerzin bij met name het linkse electoraat oproept, dat Le Pen toch nog de overwinning behaalt. Om dat risico direct in de kiem te smoren, is Fillon op 20 november een redelijk alternatief voor Sarkozy. Dat is weer een probleem voor Juppé in de tweede ronde op 27 november. De achterbannen van de overige vijf kandidaten zijn geneigd automatisch tegen Sarkozy te stemmen, maar een serieuze kandidaat als Fillon, die bovendien rechtser is dan Juppé, is andere kost. Zo bezien komt dan Juppé of Fillon als winnaar uit de bus.

Ondertussen op links….
Vervolgens is de vraag welke kandidaat ter linkerzijde het beste uit de verf komt en of deze kandidaat in staat is het linkerblok te verenigen. Le Parti Socialiste van Hollande houdt haar voorverkiezingen in januari: in december geeft Hollande aan of hij voor een tweede termijn gaat en dus of hij aan deze voorverkiezingen meedoet. Indien hij die voorverkiezingen wint, is het onvoorstelbaar dat hij met zijn lage waardering (4%, geen tikfout!, van de Fransen vindt hem een goede president) in de tweede ronde terechtkomt: dat zou nog meer verbijsterend zijn dan de Brexit en Trump in het kwadraat. Ook voor andere socialistische kandidaten als de huidige minister-president Valls of de oud-ministers Montebourg en Hamon zal het beroerde imago van de regering Hollande een goed resultaat in de weg staan.

Daarbij lopen bovendien nog twee andere heren voor hun voeten: boze buurman Jean-Luc Mélenchon van de Chavez-achtige Parti de Gauche en de absolute dark horse van deze verkiezingen, Emmanuel Macron. Deze afvallige minister van François Hollande, slechts 38 lentes jong, heeft een Kennedy-achtige allure en wil een nieuw, onbekend politiek pad bewandelen, buiten de klassieke Franse links-rechts tegenstellingen om. Op 18 november heeft hij zich gekandideerd als presidentskandidaat voor zijn eigen beweging En Marche! Hoewel Macron zichzelf als links beschouwd, is de vraag of zijn nog onbekende programma kiezers op de linkerflank zal bekoren. Hij heeft nogal wat sociaalliberale neigingen, een stroming die in Frankrijk bijna geen voet aan de grond krijgt. De altijd vriendelijk lachende Macron is een wat elitaire en beschaafde anti-establishment kandidaat, die ook van gematigd rechts stemmen kan afsnoepen: geen goed nieuws voor Juppé dus. Indien de Macronmania doorzet, kan hij nog voor een zeer aangename verrassing zorgen.

Toch maar een voorspelling
Uiteindelijk neemt Marine Le Pen het hoogstwaarschijnlijk op tegen Juppé of Fillon mei volgend jaar, zal zij het ver schoppen maar niet winnen. De onvrede in Frankrijk is groot door slechte economische vooruitzichten en hoge werkloosheid, die zich in arme regio’s vaak vertaalt in afkeer tegen migranten, waar in de ogen van nogal wat Fransen beter voor wordt gezorgd door de overheid dan voor henzelf. Tegelijkertijd lijkt president Le Pen in 2017 vooralsnog een stap te ver. Frankrijk is geen Amerika, de machtsbasis van het Front National is nog bescheiden tegenover de partijmachines van Les Républicains en le Parti Socialiste en ondanks vele demonstraties en manifestaties berusten de vaak klagende Fransen in het bestaande politieke systeem. Bovendien werkt het kiesstelsel mee, waarbij bijna altijd twee rondes nodig zijn omdat geen kandidaat in één keer meer dan 50% haalt. Dat werkt corrigerend: de uitslag van de eerste ronde werkt als een winstwaarschuwing, waardoor kiezers in de tweede ronde de verkiezing van de ergste kandidaat kunnen voorkomen. Hoeveel Britten en Amerikanen hadden ook niet graag zo’n officiële winstwaarschuwing gehad……

Mocht echter Sarkozy of Hollande tegenover Le Pen komen te staan, dan wordt het ook in Frankrijk linke soep. Het wantrouwen in deze weinig geliefde prototypes van het establishment, kan Franse kiezers in boosheid en wanhoop in de armen van de kandidate van het Front National drijven. Indien de winnaar van de voorverkiezingen van Les Républicains en de centrumpartijen niet Sarkozy heet, zal dat de volgende president van Frankrijk is. Die moet dan hard aan de slag om de Frankrijk substantieel te veranderen om te voorkomen dat Le Pen alsnog in 2022 president wordt.

Dieptepunt voor US2016 in tweede debat

tweede-debat

Wie dacht dat de campagnes van 2016 het hoogtepunt van ‘bizar’ wel hadden bereikt, kwam vandaag voor een verrassing te staan. In een presidentsverkiezing die de verantwoordelijken voor het script van House of Cards op kinderboekenschrijvers doet lijken, móést Donald Trump vannacht scoren. Na een slecht eerste debat, dalende peilingen en de controverse rond uitgelekte opnames van hem uit 2005 – waarin hij stelt weg te kunnen komen met seksueel misbruik omdat hij een ster is – werd vannacht een ‘alles of niets’ poging voor de republikeinse vastgoedmagnaat om het tij te keren. Hoewel hij in die opzet niet lijkt te zijn geslaagd, heeft ook Clinton zichzelf geen dienst bewezen in het tweede debat. Continue reading

Tweede debat: Trump móét nu scoren

firstedebateyoutube

Zondag vindt het tweede debat plaats tussen presidentskandidaten Donald Trump en Hillary Clinton. De democrate zal vol zelfvertrouwen zijn, na haar sterke optreden in het eerste debat en de goede peilingen die daarop volgden. Voor de republikein is het echter make or break time, zeker na de controverse van de afgelopen dagen. Als Trump in het tweede debat het tij niet weten te keren, zal het nagenoeg onmogelijk worden voor hem om de verkiezingen nog te winnen. Continue reading